boeken voor kleine en grote kinderen

Doe iets met je leven!

In Over mijn werk on september 28, 2016 at 9:14 am

Op een busrit door Gent keek ik nieuwsgierig door het raam want ik was op zoek naar allerlei beroepen. Research! Mijn hoofdpersonage is achttien en weet niet wat ze zal gaan studeren, ze kan alles worden, net zoals al die achttienjarigen die nu zijn gestart in het hoger onderwijs. Jammer dat het je op je achttiende meestal worst zal wezen dat er nog een later volgt op de vrijheid van het studeren. Toen de bus even stilstond voor de etalage van een begrafenisondernemer viel mijn oog op een rieten doodskist. Ik vroeg me af wie er op een dag zegt dat hij in een rieten doodskist de grond in wil. Blijkbaar genoeg mensen als die kist de voorste rij van de winkel haalde, een regelrecht pronkstuk was het. Ik begon het zowaar bijna zelf te overwegen – riet knisperde zo gezellig en had dat ambachtelijk tijdloze waar ik van hield – maar toen reed de bus alweer gezwind verder, mij confronterend met bakkers, bloemschikkers, verzorgers in rusthuizen, vrachtwagenchauffeurs, medewerkers in ecologische wassalons, kwekers van zeldzame cactussen, ruimers van beerputten, telefonistes, fietskoeriers, neus-, keel-, oorartsen, vormgevers van designmeubelen, brouwers van witbier, kleuterleidsters, bezinepomphouders, herstellers van laptops, architecten, etalagisten, politieagenten, neuro-psychiaters, cafébazen, buschauffeurs en wat nog meer. Wat een werk is er aan de wereld, dacht ik, ik had handen tekort om alles op te schrijven. De sprong naar de volgende vraag was snel genomen: dienden handen wel om mee te schrijven? Een kleine inzinking lag op de loer, niets levensbedreigends, een rieten inzinking, laten we zeggen.
zee_werkplek-153Ik zit hier letterlijk te midden van duizenden boeken en al die auteurs zouden het bij het verkeerde eind gehad hebben? Ja, dat kon best, het was niet onmogelijk dat ik gewoon deel uitmaakte van de kudde schrijfvee en mee de afgrond in liep achter die duizenden anderen, mijn actieve leven vergooide. Maar toen begon ik te lezen in ‘Als dat zou kunnen’ van Blake Morrison, een boek met de ondertitel ‘Waarom werd James Bulger vermoord’. En toen wist ik het weer. Als alleen de moord op een tweejarig jongetje door de blote handen van twee tienjarige jongens bestaat, dan is alles zinloos. Als iemand het voor mekaar krijgt om daar vol medelijden en met een open blik over te schrijven, is er toch iets gered. De schrijver geeft ons wat we zelf niet gezegd of zelfs gedacht krijgen, hij troost ons door het allermoeilijkste traag en gelaagd in woorden te gieten. Ik zie geen betere manier om onze waardigheid terug te winnen. Wat een dappere daad is schrijven soms. Schrijvers verdienen gewoon een standbeeld! Nu ja, voor mij mag het eentje van riet zijn, dat kraakt zo lekker en tijdlozer hoeft het met mijn palmares ook nog niet te zijn.

Auteur, huisvrouw, hoedster van kippen en zonen

In Over mijn werk, Recensies, Uncategorized on september 19, 2016 at 8:51 am

In september moet ik mezelf altijd tot de orde roepen, wie ben ik en wat doe ik hier, die vragen. Na wat opzoekwerk blijkt dat ik wel degelijk een identiteit heb: ik schrijf zelfs boeken, al is het niet helemaal duidelijk wat voor soort. Maar het levert wel leuke stukjes op. In De Morgen bijvoorbeeld, in NRC Handelsblad en op JaapLeest. Die laatste schrijft:
Gibbe en de maandagman is één van de merkwaardigste kinderboeken die ik de afgelopen jaren las. De makers nemen halverwege pauze (‘als je een tekening van de directeur wil, dan kan je die hiernaast maken. tot zo’) en auteur Evelien de Vlieger gaat met veel zelfspot in op hun namen. Over haar eigen naam:  ‘Al die ijle e’s en ie’s. We kunnen alleen maar hopen dat het haar echte naam niet is. Zweven is leuk, maar je moet ook eens met je voeten op de grond staan’. Over de naam van tekenaar Karst-Janneke Rogaar: ‘De bevalling moet erg veel pijn gedaan hebben, alsof haar moeder geen malse baby maar een zak aanmaakhoutjes op de wereld zette. Sommige van haar tekeningen zijn als splinters in je ogen. Je kunt er beter niet te lang naar kijken’. Gibbe en de maandagman hangt van de ironie en absurditeit aan elkaar en tart alle wetten van het kinderboek. Soms is er sprake van een verhaal, dan wordt daar weer uitgestapt, wordt de lezer rechtstreeks aan gesproken, wordt benadrukt waar het verhaal niet over gaat en dat het zich over tien jaar afspeelt, of worden er malle en zeer geestige lijstjes geplaatst. ( De moeder van Gibbe moet ook nog huisvrouw zijn en dat takenpakket is zwaar: ‘Het fruit alfabetisch rangschikken, de houten vloer water geven, de kruimeldief op het rechte pad brengen, eenzame sokken gezelschap houden‘).

img-20160615-wa0000

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het allerleukste is nog wel dat mijn oudste zonen een filmpje gemaakt hebben over Gibbe: https://www.facebook.com/evelien.devlieger. Beter dan dit krijg ik het hier niet geplaatst (aan mijn digitale identiteit is nog werk, tips welkom), dus gewoon even doorklikken en dan zorgen dat je geen levenslange FB-verslaving oploopt.
En nu ga ik nog een boek schrijven.

Bewaren

Bewaren

Dingdong! Daar is Gibbe!

In Nieuw werk on mei 27, 2016 at 1:33 pm

13318526_10208406596137771_1766843950_nNet in een postpak geleverd, een nieuw boek, om in tienvoud te omarmen. Een gek verhaal, ik geef het toe. Gibbe is een jongen van acht die heel geliefd is bij zijn ouders. Nu ja, zijn vader is er al een paar jaar niet, en zijn moeder is wel heel erg verstrooid. Maar haar zoon is haar oogappel, dat staat vast. Ze heeft ook nog een dochter, Toska, een meisje van dertien dat goed is in turnen. Toska is zo gemeen tegen haar broertje dat hij haar het liefst naar het andere eind van de wereld wil verbannen zien. Maar zulke dingen gebeuren nooit echt, of toch?
Doen ook nog mee: een turnjuf die gefixeerd is op witte sokken, een lief langharig hamsterhondje, Pavel, een postbeambte uit Gagaoezië, tamelijk veel soldaten (dertien) en een eenarmige man die zebrapaden verkoopt.
Als het vreemd klinkt, moet je weten dat het zich niet nu afspeelt, maar over tien jaar.
Maar wat je vooral moet weten is dat de fantastische tekeningen van de hand van Karst-Janneke Rogaar zijn. Dat klinkt even verzonnen als al de rest en toch is het de waarheid.
Wij hadden een geweldige tijd met Gibbe en de maandagman, nu jullie nog.

Gibbe en de maandagman, Evelien De Vlieger en Karst-Janneke Rogaar, 188 pagina’s, uitgegeven bij Querido en vanaf vandaag te koop in de boekhandel.