boeken voor kleine en grote kinderen

Archive for the ‘Nieuw werk’ Category

Dingdong! Daar is Gibbe!

In Nieuw werk on mei 27, 2016 at 1:33 pm

13318526_10208406596137771_1766843950_nNet in een postpak geleverd, een nieuw boek, om in tienvoud te omarmen. Een gek verhaal, ik geef het toe. Gibbe is een jongen van acht die heel geliefd is bij zijn ouders. Nu ja, zijn vader is er al een paar jaar niet, en zijn moeder is wel heel erg verstrooid. Maar haar zoon is haar oogappel, dat staat vast. Ze heeft ook nog een dochter, Toska, een meisje van dertien dat goed is in turnen. Toska is zo gemeen tegen haar broertje dat hij haar het liefst naar het andere eind van de wereld wil verbannen zien. Maar zulke dingen gebeuren nooit echt, of toch?
Doen ook nog mee: een turnjuf die gefixeerd is op witte sokken, een lief langharig hamsterhondje, Pavel, een postbeambte uit Gagaoezië, tamelijk veel soldaten (dertien) en een eenarmige man die zebrapaden verkoopt.
Als het vreemd klinkt, moet je weten dat het zich niet nu afspeelt, maar over tien jaar.
Maar wat je vooral moet weten is dat de fantastische tekeningen van de hand van Karst-Janneke Rogaar zijn. Dat klinkt even verzonnen als al de rest en toch is het de waarheid.
Wij hadden een geweldige tijd met Gibbe en de maandagman, nu jullie nog.

Gibbe en de maandagman, Evelien De Vlieger en Karst-Janneke Rogaar, 188 pagina’s, uitgegeven bij Querido en vanaf vandaag te koop in de boekhandel.

Advertenties

Schande!

In Nieuw werk on november 20, 2015 at 11:26 am

9789401429542Het is een schande. Er is al twee maand een nieuw boek uit en ik heb dat niet eens aangekondigd op deze blog. Hoe langer je daarmee wacht, hoe vreemder het wordt om er alsnog iets over te zeggen. Maar ik ga het toch nog doen. Het gaat om ‘Lina en Judocus weten het beter’, een klein maar belangrijk boek, in deze tijden meer dan ooit. Boeken en bloemen hebben dat gemeen: ze dienen tot niets. Net dat belangeloze maakt ze levensbelangrijk. Er kan niet om gevochten worden.
De titel is niet voor niets ‘Lina en Judocus weten het beter’: een zus en haar broertje verklaren de dingen volgens hun eigen logica. Kinderen weten het namelijk ook beter, wie spreekt me tegen dat dat de hele waarheid en niets anders is? Hoe leggen wij als volwassenen nog uit aan onze kinderen dat niet zij maar wij het beter weten? Wat ze te zien krijgen op het nieuws wijst heel duidelijk op het tegendeel. Kinderen weten zich geen raad met het besef dat er heel erg stoute mensen zijn. En dat in tijden van Sinterklaas die uitroept dat er geen stoute kinderen zijn. Sinterklaas heeft altijd gelijk, ook in deze. Maar dat er zo overduidelijk wel afgrijselijk stoute volwassenen zijn, hoe leggen we dat uit? Kunnen we hen nog troosten als ze huilend wakker worden? Is er nog iets anders dan onze eigen rode kaken van plaatsvervangende schaamte en onmacht?
Dat gevoel wordt zo mooi en puur omgebogen als je deze vader en zoon bezighoort: default. Iedereen zal het filmpje wel al gezien hebben, maar ik wil het toch bewaren. Ik gooi ‘Lina en Judocus weten het beter’ de wereld in als een bloem, een brandende kaars. Veel pathetiek voor een licht, klein, kabbelend boekje? Reken maar! Een splinterbom van tegendraadse tederheid. Meer troost heb ik niet.

9789401429542aHet boek ‘Lina en Judocus weten het beter’ is verschenen bij Lannoo en is te koop in de betere boekhandel. Met illustraties van Sabien Clement en vormgeving van Leen Depooter.

Nog iets te vieren

In Nieuw werk on februari 10, 2015 at 9:11 am

20150210_093934[1]Ik beloof dit niet elke week te doen, maar vandaag heb ik nog een nieuw boek aan te kondigen: ‘Getekend’, een jeugdroman in de Slashreeks van Querido. Slashboeken vertellen waargebeurde verhalen van bijzondere jongeren, en voor ‘Getekend’ luisterde ik naar wat Katja – nu dertig en zelf moeder – allemaal doorstond als kind en als puber.
Katja’s ouders hebben al heel snel door dat ze hun leven niet samen kunnen doorbrengen. Ze wordt de speelbal van een zwakke vader onder wiens dak ze woont en een wankelmoedige moeder bij wie ze om de week op bezoek moet. Jaren van getouwtrek, geruzie en onbegrip zorgen ervoor dat Katja uit het leven probeert te stappen. Als dat mislukt, komt ze terecht op de jeugdafdeling van een psychiatrisch ziekenhuis, een plek waar ze weer kan ademen. Ze is vijftien dan, hoog tijd dat ze zich ergens thuisvoelde.
Dat Katja met zoveel warmte sprak over de plek waar ze opgenomen werd, maakte me nieuwsgierig, dus ging ik daar een kijkstage volgen. Ik kwam in een warme wereld terecht, waar ik me zeker ook had thuisgevoeld als ik net als Katja aan mijn lot was overgelaten als kind. En in feite was die geschiedenis van verwaarlozing niet eens nodig. Het is geruststellend dat er plaatsen zijn waar je je pantser mag afschudden, waar mensen hun werk met zoveel overgave doen dat het geen werknemers lijken maar engelen die buiten de schijnwerpers goed doen. Allen daarheen! Of je kunt het boek lezen, natuurlijk, daar zijn geen wachtlijsten voor.
Ik draag dit boek op aan mensen die voor elkaar zorgen. Dat heeft niets met psychiatrie te maken, zulke mensen vind je overal. Ik hoop dat ik ook een beetje voor Katja heb gezorgd door dit boek samen met haar te maken. Maar zij heeft zeker voor mij gezorgd tijdens het schrijven, gewoon door te zijn wie ze is: spits, moedig en breekbaar. Merci, Katje, op ons!

De liefde voor een prikje

In Nieuw werk on februari 2, 2015 at 8:21 am

20150129_095333De dag is nog vers, en dit boek is dat ook. Ik beleefde er heerlijke schrijfuren aan, het was zomer en de deur van de caravan stond wagenwijd open, ik dacht na over hoe lastig het is om verliefd te zijn en hoe dapper je moet zijn om er iets mee te doen. Het was een gescharrel van jewelste in het kippenhok vlakbij, ik hoorde de kippen kakelen en samen legden we ons ei. Mijn ei ligt nu in de winkel. (Lannoo, 12,50 euro)

Felix is verliefd. Op een meisje, en hij heeft niets met meisjes! Hij kent ze niet, en wil ze ook niet kennen. Volgens zijn vriend Pieter kan hij het maar beter aanmaken. Maar hoe? Een verhaal vol rare kronkels over een jongen met vlinders in de buik, over spinnenlijstjes en wimperwensen, over een hoofd als een tomaat en een lente-ui zo fris als… de liefde. En o ja, er doen ook vleesetende planten in mee.

Met kraakverse illustraties van Wendy Panders, die ook deze twee boeken over Felix onder handen nam:

Hoe maak ik een vriend HOEMAAKIKTIJD

Kleine duifjes worden groot

In Nieuw werk on april 8, 2014 at 2:21 pm

Job bult cover compleet Ik schrik me een bult: weer een boek klaar! Nu ja, de tekst lag er al een tijdje, maar écht klaar is het pas als de illustraties van Noëlle Smit erbij staan. En ja hoor, ze deed het weer, voor de derde keer al. De tekeningen zijn weer even knap als in Job en de duif en Job en de duif redden Kip. Minstens!

In Job en de duif schrikken zich een bult gaat Job met zijn ouders naar Parijs. Daar hebben ze een belangrijk nieuwtje te vertellen. Duif houdt thuis een oogje in het zeil maar wordt belaagd door buurkat Minsie en haar kleintjes Bink en Bonk. Er doen geen kamelen of dromedarissen in mee, de bulten zijn uit het dagelijkse leven gegrepen en duiken zomaar uit het niets op.

Het verhaal is geschreven op maat van beginnende lezers (voor de technici: leesniveau AVI4 – AVI 5 / AVI  – M4 – AVI E4). Er staat wel een woord in van 33 letters, maar het is er eentje dat alle kinderen kennen. Lannoo verzorgde de uitgave, en ook al is het formaat iets groter dan Job I en II, toch is het alweer een knap boek geworden. Nu nog wat leeshonger aanwakkeren bij het doelpubliek, en het smulfestijn kan beginnen…

Het rode boekje besproken

In Nieuw werk, Recensies on maart 13, 2014 at 8:06 am

2014-03-08 12.25.36 2014-03-12 08.48.18Na de uitgebreide bespreking op Vertel eens, nog twee korte, maar mooie stukjes over Ga niet naar Canada en andere misverstanden over de liefde. (Gazet van Antwerpen en De Morgen.)
De recensente van De Morgen besluit met: ‘Dus: ga wél naar Canada. Word verliefd. Verlies je geliefde. Draag het verdriet. Het loont de moeite.’
Verleidelijk, toch?

Gelukkig ben ik Astrid Lindgren niet

In Nieuw werk, Uncategorized on februari 27, 2014 at 10:36 am

135Daar zijn vele redenen voor. Ik zou al dood zijn, om te beginnen. Maar er is meer. Ik leg het even uit.
Als een boek af is, in de boekhandel ligt, gebeurt er iets vreemds. Mijn personages die tot voor kort nog leefden – hoe grillig of onuitstaanbaar ze soms ook waren, mij midden in de nacht wakker schuddend om te laten zien waar ze heen wilden – die ettertjes zijn onherroepelijk dood nu. Ik verkeer liever in de fase waarin ze nog leefden en van zich lieten horen, en ik ben heel goed in het mezelf wijsmaken dat ze er nog zijn. Maar als de letters tussen de kaft liggen te wachten op lezers, hou ook ik het niet vol. Andere auteurs worden wel eens lyrisch bij het vooruitzicht hun boek te kunnen vastpakken, betasten, doorbladeren; ik deel die snuffeldrang niet. Toch niet net na het verschijnen.
Ach ja, misschien is het ook gewoon ordinaire schrik. Na al die maanden pure arbeid, na de heldere Canadese berglucht die ik ook nog inademde als ik allang terug thuis was, na de intimiteit tussen mij en mijn woorden, wordt het resultaat nu te grabbel gegooid. Dit was wel het boek dat ik wilde schrijven, zeg ik tegen mezelf. Alles wat daarna komt is van minder belang, voeg ik eraan toe, en ik geloof het graag.
Gelukkig kan ik terecht bij mijn kinderen voor een gezonde portie relativeringszin. Zoals mijn zevenjarige zoon onlangs tijdens het voorlezen opmerkte: ‘Wie heeft dát prutsverhaal geschreven? As-trid Lind-gren? Pff, die kan er ook niet veel van.’ ‘Het is nochtans een van de grootste schrijfsters,’ zeg ik, en hij kijkt me aan van ‘ja, het zal wel.’
Maar kijk, er komt een eerste recensie, van Jürgen Peeters op Vertel Eens, en behalve slappe benen levert het ook deze mooie conclusie op: ‘Klaar is één van die figuren uit de jeugdliteratuur met een geheel eigen stem, iemand waar je maar moeilijk vat op krijgt. De subtiele humoristische intermezzo’s en gevatte opmerkingen dragen onmiskenbaar tot de geslaagde karakterisering bij: “‘Het is altijd wel iets met jou’, zegt mijn vader. Ik zeg: het is veel te weinig met mij.” Klaar doet wat denken aan Heide uit ‘Brei met mij’, maar Klaars coming-of-age wordt veel sterker verbeeld; de verrassend volwassen benadering van de verhaalstof en thematiek zal ongetwijfeld adolescenten en jong(volwassenen) aanspreken, en dat is een duidelijk bewijs van haar vakmanschap als auteur. (…) zoveel mag ondertussen wel duidelijk zijn, met ‘Ga niet naar Canada’ heeft De Vlieger haar (literaire) horizonten met verve verkend én verruimd.’
De zegen van mijn eigen kritische kroost heb ik nog lang niet, maar ik heb wel dit al. Mijn personages zijn dood, ja, maar ze liggen niet ergens te rotten, ze krijgen een grafsteen, en er staan al een paar mooie woorden op.

Na het reisverslag, het boek!

In Nieuw werk, Uncategorized on februari 7, 2014 at 10:20 am

Ga niet naar Canada en andere misverstanden over de liefde is dus de titel van mijn vierde jeugdroman. Ik weet het, ik zit jullie eerst weken – maanden – lekker te maken met verhalen over Canada, en nu dit weer.

De cover ziet er trouwens zo uit:
WP_20140206_005Met dank aan de lieve, talentvolle Iris Beeckman. Ik heb het boek nog niet in handen, maar dit mooie plaatje zegt toch al iets. Ga niet naar Canada, ga gewoon naar de boekhandel. Binnenkort!

‘Job en de duif’-nieuwsflash!

In Leren lezen, Nieuw werk, Nominaties en prijzen, Uncategorized on juni 25, 2013 at 9:14 am

010‘Job en de duif redden Kip’ is genomineerd voor de Kinder- en Jeugdjury 2014! Op het bekroningsfeest in 2012 heb ik mogen meemaken hoe dolenthousiast 6-8-jarigen zijn als ze de persoon achter een boek zien. Ik mocht toen het podium op voor ‘Job en de duif’ en zag een zee van blije oogjes. En te zeggen dat ik zelf nóg blijer keek dan al die kinderen samen… Ik zie er dus heel erg uit naar dat feest in 2014.

Er komt ook een derde deel over Job en zijn eigenwijze duif. Het duurt nog even voor het boek in de winkel ligt want eerst moet illustratrice Noëlle Smit nog met de (net afgewerkte) tekst aan de slag. Daarin maken nieuwe dieren hun opwachting, Bink en Bonk bijvoorbeeld, en Minsie. Er is ook bloed, er is een bult, en er is rijst met kriekjes. Duif is nog altijd een durfal en Job, tja… Ik mag nog niet alles verklappen, dat zou pas zonde zijn.

Een derde nieuwtje is dat ‘Job en de duif’ naar China gaan, waar ze verder zullen kibbelen – in Chinese karakters dan. Persoonlijk ga ik liever naar Canada, maar goed, ik hoef gelukkig niet mee te reizen met mijn personages, die kunnen het wel alleen af, of dat hoop ik tenminste. Ach ja, zolang ze er maar geen ‘Job en de gelakte duif’ van maken. Hup, Job! Hop, Duif! Chinese eerste lezertjes over de streep gaan trekken!

Bushokblues

In Nieuw werk, Over mijn werk on mei 30, 2013 at 2:44 pm

imagesIk zie de oude vrouw al in mezelf, zeer zeker. Maar er is één oude vrouw die ik niet wil worden: het oude besje dat door me heen kijkt als ik hijgend het bushok bestorm na een indrukwekkende sprint van honderd meter. De bus rijdt met hoorbaar genoegen weg, snel schakelend opdat de niet-stipten hem niet meer kunnen aanraken. Buschauffeurs houden niet van opvoedkundige tikken tegen hun carrosserie, hoe verdiend ook. Het besje kijkt langs me heen, onverstoorbaar is ze. Geen enkele blijk van medeleven. Ook geen blijk van afkeuring, dat moet gezegd. Maar zoals ze daar zit met haar geruite boodschappentas als een volwaardige passagier naast haar op het bankje en de beige regenjas hoog dichtgeknoopt – nog één knoopje en ze hangt zichzelf op – klaar om de tweede afprijzingen in de Lidl te gaan uitvlooien, driehonderd tandenstokers voor één euro, een koopje, zelfs al heb je niet meer al je tanden: nee, zo wil ik niet eindigen. Geef mij dan maar de man. Even oud als het besje is hij, ouder misschien zelfs, maar hoegenaamd niet in solden geïnteresseerd. Hij grijnst me toe, en zijn uitlachen is net wat ik nodig heb. Het is de combinatie van een trap onder mijn kont en een schouder om mijn onmacht op uit te huilen. We staan naast elkaar te wachten op de volgende bus en af en toe vergewist hij zich ervan of ik wel zie hoe grappig hij me vindt, ik met mijn haast en mijn haar nog in mijn jas, mijn onnozele woedeuitbarsting over te stipte bussen, de wanhopige blik in mijn ogen, o ja, vooral die vindt hij hilarisch. Als de bus er is laat hij me eerst opstappen, en ik ga uit zijn gezichtsveld zitten: ik heb ook zo mijn grenzen. Ik ben onderweg naar mijn uitgeefster die me zal vertellen wat ze van mijn manuscript vond, ik heb er een lange maand op gewacht en dat wachten was ontwrichtend, maar ik kan veel aan, nu. Ik hoef maar te denken aan de man die mij hartstochtelijk aanmoedigde met een betrokken en zelfs galante spotzucht. Als het verdict over mijn boek tegenvalt, heb ik nog deze ambitie: zoals hem de wereld blijven zien, de volle pot betalen en de mensen rondom me liefdevol uitlachen. Het gaat erom de juiste drijfveren te koesteren, besef ik weer, met dank aan de ultrastipte dienstregeling van De Lijn.