boeken voor kleine en grote kinderen

Archive for the ‘Net gelezen’ Category

Een klein ongelukje voor het nieuwe jaar

In Net gelezen, Over mijn werk on december 30, 2015 at 11:26 am

266px-Haeckel_ActiniaeSoms gaat het vanzelf en zie ik de schoonheid van de dingen, van het groen en zelfs van de mensen. Maar het is niet dat zoiets de norm is, vaak heb ik een duwtje in de rug nodig, en soms zelfs meer dan een duwtje, soms moet ik ergens blindelings tegenaan knallen. Ik was nooit blijer met mijn lijf dan nadat ik al fietsend overkop ging, de dagen erna was ik me dankbaar bewust van elk afzonderlijk spiertje – het zijn er 640 in totaal dus ik was even zoet. Het sleet wel weer maar ik kan het nog perfect oproepen, de verrukking dat ik niets anders nodig had dan dat lijf, het stak als een wonder ineen, het werkte! Vorig jaar begaf een stemband het en kon ik alleen nog piepen als een vogeltje waar de vleugels nog van moeten opdrogen. Er volgden weken van stilte maar daarna trok de verlamming langzaam uit mijn lijf en kon ik blij worden van één duidelijk woord, als een kind dat net heeft leren fluiten en geconcentreerd luistert naar de hoge toon die hij zelf voortbrengt. Verrukking. Ik wil geen onheil over me afroepen maar een klein ongelukje zo nu en dan, iets wat niet te veel pijn doet, laat maar komen. Alles om de sneltrein waar ik op zit even te laten stoppen. En in feite hoeft het niet eens zo lichamelijk. Het kan ook een boek zijn, een nieuwe stem waar ik spreekwoordelijk tegenaan knal. Aleksander Hemon bijvoorbeeld, ik begon hem te lezen en al mijn tentakels waaierden open, ik werd een zeeanemoon die met alles en iedereen in symbiose kan leven. Uit ‘Wat is er toch met Bruno?’: ‘De boot was aftands, met bladderende stalen trappen en op de leuningen fijne roestschilfers waaraan je je vingers kon openhalen. De trap wentelde zich omhoog als een ineengedraaide handdoek. (…) We passeerden een rij eilandjes, net autowrakken langs de weg, en als ik mijn ouders vroeg ‘Is dit Mljet?’ zeiden ze ‘Nee.’ Achter de versteende eilandjes, kaalgeschoren door een uitslaande brand, lag een windvlaag op de loer die ons besprong, het strohoedje van mijn hoofd rukte en in zee slingerde. Met mijn haar plat als een helm tegen mijn schedel zag ik het wiebelend wegdrijven, en ik begreep dat ik het nooit, nooit meer zou zien. Ik wilde teruggaan in de tijd en mijn hoedje vasthouden voordat die achterbakse wervelwind me weer in mijn gezicht sloeg. De boot liet het hoedje snel achter zich, en het hoedje werd een verre beige vlek op de snotgroene zee. Ik begon te huilen en snikte me in slaap. Toen ik wakker werd was de boot aangemeerd, en het eiland was Mljet.’
(Met dank aan degene die me met Hemon om de oren sloeg: Hans, de man die hartjes zweet en boeken vreet en me twintig jaar geleden al verzekerde dat er niets anders was dan nu en dan een zin, een beeld, een blinde vlek die zich plots openbaart.)

Gelukkig nieuwjaar

In Net gelezen on januari 3, 2013 at 8:38 pm

images Als de zelftwijfel het hoogst is, is Lydia Davis nabij. Ik kende deze schrijfster van korte verhalen al van naam, en wist zonder ooit iets van haar te lezen dat ze het allemaal zou hebben voor mij. Ik raadde haar zelfs al aan aan anderen. Daarnet lag ik in bad met haar boek ‘Bezoek aan haar man en andere verhalen’, er was tijd voor wel een verhaal of dertien voor het water lauw werd. Het laatste verhaal dat ik las heet ‘De muis’ en begint zo: ‘Eerst schrijft een dichter een verhaal over een muis, in maanlicht in de sneeuw, hoe de muis zich in zijn schaduw probeert te verstoppen, hoe de muis tegen zijn mouw opklimt en hij hem afschudt in de sneeuw voordat hij weet wat zich aan zijn mouw vastklampt. Zijn kat is in de buurt en haar schaduw valt op de sneeuw, en ze zit achter de muis aan. Dan leest een vrouw zijn verhaal in bad. De helft van haar haar is droog en de helft drijft in het badwater. Ze vindt het een goed verhaal.’ Daar stopte ik even met lezen, ik waste mijn haar en dacht aan de muis die wij zelf ooit vingen in een val. Ik las met nat haar verder. ”s Morgens zit er een man in de keuken op de kruk (…) bij het aanrecht, en heeft hun jonge kat in zijn armen, terwijl hij met zijn brede roze handen haar nek vasthoudt en met zijn duimen over de kruin van haar kop wrijft, en achter hem staat de vrouw tegen zijn rug geleund, haar borsten geplet tegen zijn schouderbladen, haar handen gesloten over zijn borst, en ze hebben broodkorsten op het aanrecht gelegd zodat de muis die ruikt en wachten tot de muis tevoorschijn komt, blindelings, en de jonge kat hem pakt.’ De muis in onze val overleefde de klap niet. Onze keuken stond op een andere plaats en wij waren jonger. Ik had één baby in mijn buik en één die nog niet zonder hulp kon zitten. Het was nog lang geen 2013. Nu wel. Het is zover, het nieuwe jaar is begonnen, en het begint pas écht met de ontdekking van een nieuwe schrijver. Haar verhalen zijn kort maar je komt er wel een jaar mee verder. Ik wens iedereen een nieuwe schrijfster of schrijver, eentje die het allemaal heeft voor jou.

Tranen van letters

In Net gelezen, Voorlezen on september 13, 2011 at 11:35 am

Ik las enkele maanden geleden Astrid Lindgrens ‘De gebroeders Leeuwenhart’ voor aan de twee oudsten. Een absolute aanrader voor jongens van pakweg acht tot tien, maar als moeder is het geen sinecure om het droog te houden tijdens het voorlezen. Tijdens een van de beginscènes was het al prijs. Broers die te vroeg sterven, en briefjes schrijven naar hun eenzaam achterblijvende moeder: ‘Niet huilen, mama’. Mijn stem stokte. Zei de ene zoon tegen de andere: ‘O jee, haar neus wordt al rood…’ ‘Ze gaat wenen!’ ‘Kijk, zie je wel!’ Ze grijnsden me toe terwijl de tranen me effectief en ongevraagd over de wangen liepen. En dan zaten we nog geen twintig bladzijden ver. Zij snapten die tranen niet. De jongens gingen dood, ja. ‘Jammer, hé,’ zeiden ze. En:  ‘Lees nu eens verder.’ Na die aangrijpende beginscènes begint overigens het fantasydeel in Nangijala en hoef je als voorlezer niets meer te vrezen.

Ik moest hieraan denken omdat ik net ‘Lean on Pete’ van Willy Vlautin (vertaald als ‘De ruwe weg’) uit heb en zo geraakt werd dat er ook tranen aan te pas kwamen, gelukkig zonder gniffelend publiek dit keer. Die tranen zijn de enige link, want ‘Lean on Pete’ heeft niets met fantasy te maken. Het boek gaat over Charley, een vijftienjarige jongen die alleen op de wereld is en met een versleten renpaard op de vlucht slaat, op zoek naar zijn tante. Charley kruipt onder je huid op een manier die weinig andere romanpersonages gegeven is. Zelden zo’n catharsis meegemaakt. Wie niet terugdeinst voor een bijna lichamelijke leeservaring, móet het boek een kans geven. Nee, ik aarzel niet als ik iemand aan het wenen kan brengen. Toch niet als ik aan de lijve heb ondervonden hoeveel deugd deze tranen doen.

Kerst

In Net gelezen, Uncategorized on december 13, 2010 at 2:15 pm

Ik heb niets met Kerstmis, maar die lichtjes in de kerstboom kunnen me wel bekoren. Alleen: zo’n kerstboom in huis en dan de tv aan, waarvan het felle licht het mooie, voorzichtige hier-en-daarlicht van de kerstlampjes doodschettert? Nee. Er moeten betere manieren zijn om rond die boom te zitten.

De Notenkraker is een ‘orkestvertelling’ met muziek van Tsjajkovski en een tekst van Siska Goeminne (naar een kerstverhaal van E.T.A. Hoffmann). Een luisterboek dus. De tekst is prachtig compact en toch goed te volgen, de muziek is uitbundig, de vertelstem van Warre Borgmans voert je helemaal mee en op het einde kan er voluit rond de kerstboom gedanst worden. Het is niet dat ik zo’n Tsjajkovskifan ben, de muziek is als geschater: aanstekelijk, maar het hoeft ook weer niet al te lang te duren of het wordt vervelend. Maar het verhaal is betoverend, het doet je verlangen naar een tijd waarin cadeautjes nog getimmerd of gebreid waren, met eigen handen wel te verstaan en niet ‘zelfgemaakt’ besteld via internet.

Wij hebben nog een voorraad noten in huis, dus met de notenkraker erbij schuiven we straks de cd nog eens in de lade. Eat this, Mickey Mouse Clubhouse. En ook Bob de Bouwer kan beter rechtsomkeert maken met zijn bende gemotoriseerde vrienden. Wij gaan dansen, deze kerst.

Uitvliegen

In Net gelezen, Over mijn werk, Voorlezen on november 15, 2010 at 9:16 am

Ik las de afgelopen weken ‘Iep!’ van Joke van Leeuwen voor aan de twee oudsten. Daarna bekeken we de film. Het boek vonden we beter. ‘Iep!’ gaat over twee mensen die iets vinden onder een struik, een vogel in de vorm van een meisje of een meisje in de vorm van een vogel. Ze besluiten het wezentje te houden, en dat gaat eventjes goed, tot Viegeltje (want ze hebben haar Vogeltje genoemd, maar Vogeltje kan de ‘o’ niet uitspreken) wil uitvliegen. Ze gaan haar een heel boek achterna, vinden haar uiteindelijk maar beseffen dat ze haar maar moeten laten gaan: “Tine begreep het. Viegeltjes kon je niet houden, behalve in je gedachten.’ Ik zei na afloop tegen mijn jongens dat ik ze uiteindelijk ook zou moeten laten uitvliegen, waarop de oudste (die intimiteiten liever niet verwoord hoort) opmerkte dat hij geen vleugels had en dus ook niet van plan was ooit uit te vliegen. ‘Je moet’, zei ik, naar waarheid.

Ik heb dit weekend het boek afgewerkt waar ik al een jaar of twee aan bezig ben. Een derde jeugdroman, die ‘De bovenkamer van Jakob’ zal heten. De personages zijn me ondertussen zo dierbaar geworden dat ik ze eigenlijk het liefst van alles bij me zou houden. Maar ik weet anderzijds ook wel dat dat niet kan. Dus hup! De wereld in met jullie. Dag Jakob! Dag Mira! Dag meneer Radboud! Tot in het boek.

Het toppunt van bloot

In Net gelezen, Voorlezen on oktober 7, 2010 at 8:58 am

Daan Remmerts de Vries heeft de Gouden Griffel gewonnen met ‘Voordat jij er was’, een boek dat hij samen met illustrator Filip Hopman maakte. Ik heb dat boek nog niet (voor)gelezen, maar we hebben wel ‘Blote beer’ (1998) van Daan Remmerts de Vries in huis, en dat heb ik altijd een geweldig boek gevonden. Een boek zonder woorden, en toch of misschien net daardoor heel gemakkelijk voor te lezen. Een beer en een meisje (of is het een konijn?) gaan zwemmen, en het vel van de beer wordt gestolen door een bende op hol geslagen mieren met koude voeten, al hebben we dat laatste er vast zelf bij verzonnen. De beer is vreselijk boos, en ook beschaamd omdat hij in zijn blootje staat. Het konijnenmeisje vindt het hele voorval grappig, en de beer wordt uitgelachen door alle dieren. Samen gaan ze op zoek naar de dieven, en de beer geeft ze er eens goed van langs vooraleer hij zijn vel weer aantrekt. De tekeningen zijn stuntelig en omrand door knip- en plakwerk dat nu collage heet maar hier toch eerder knip- en plakwerk blijft. Net dat lelijke past zo goed bij het gevoel van die beer die met zijn ronde billen in zijn blootje staat tegenover alle andere dieren. ‘Bloot’ associeer ik sinds dit boek met de blos op de wangen van Beer in zijn rozige dikke billen.

Dat Remmerts de Vries wél kan tekenen spreekt voor zich: het recente ‘Monstermuis’ (2010) heb ik onlangs voorgelezen en werd hier gesmaakt door kleine en grote kinderen. De muis uit de titel is een huiveringwekkend monster, niet halfslachtig een beetje slecht maar door en door verdorven. Kijk maar eens naar de grijns op zijn gezicht. Het is een stout boek dat zich niet inhoudt om toehoorders te choqueren. Maar het eindigt niet slecht: dat zou mijn gevoeligste luisteraar ook niet aangekund hebben. Nee, iemand is gelukkig slimmer dan die slechte muis, al achtervolgt de grijnslach je wel nog een tijdje, een grijns met een hoog Jack-Nicholsongehalte.

Het grote verlangen

In Net gelezen on september 13, 2010 at 8:42 am

Af en toe verplicht ik mezelf om een jeugdboek te lezen, meer om te weten waar ik eigenlijk mee bezig ben dan omdat ik graag jeugdboeken lees. Ik begon een paar dagen geleden met deze ‘didactische’ ingesteldheid in ‘De zomer van Gisteren en Pudding’ van Kristien Dieltiens. Na de eerste zinnen (‘Mijn moeder denkt dat ze nog jong is. Maar ze is oud en ze weigert eruit te zien als alle andere moeders die gewoon gewoon zijn.’) zat ik echter meteen in het verhaal, een zomerverhaal waar je het zand echt van in je haar voelt. Kristien Dieltiens gebruikt nieuwsflitsen en liedjes uit 1972 om de sfeer van die tijd in het boek te trekken, maar dat had zelfs niet gehoeven, want die sfeer zit al zo mooi in de woorden. De lichtheid van de taal maakt het tot een authentiek, tijdloos boek. Het gaat over navels (dopjes en fronsjes), over boules de berlin, over kriebelende buiken en bloemkoolbillen. Hoofdpersonage Joyce/Joske spreekt met een geloofwaardige stem: nu eens kordaat, dan weer twijfelend, maar altijd aftastend. Als vijftienjarige probeer je maar wat, voor het eerst, je wilt dat er iets gebeurt ook al weet je niet wat. ‘Er is iets met me’, denkt Joske als ze op een ochtend wakker wordt. Dat denkt ze voor het eerst en ze beseft niet dat ook haar moeder dat op haar veertigste nog regelmatig denkt. Het boek hangt aaneen van een onbestemd verlangen en de gebeurtenissen zijn eigenlijk bijzaak, ook al steekt het knap in elkaar. Dus: jeugdboek of niet? Dit is er zo eentje waarop je geen etiket kunt kleven, het is er gewoon, en je voelt in elke zin dat het geschreven móest worden.

(Het enige wat voor mij niet werkt zijn de foto’s. Die zijn zo overduidelijk niet van toen dat ze eerder storen dan iets toe te voegen. Maar daar zullen jongeren vast anders over denken. Ik ben tenslotte maar een moeder van veertig.)

De wei van Koe

In Net gelezen on juni 10, 2010 at 8:30 am

In mijn wekelijkse halfuur als leesmoeder op school, was het AVI-boekje van deze week zo saai dat ik de kinderen na één blad van achteren naar voren heb laten lezen. We begrepen niets meer van het verhaal, maar grappig was het wel, en het lezen ging zelfs vlotter. Ik kan me dus helemaal vinden in het artikel van Eveline Vink op Recensieweb: ‘Gij zult saai schrijven voor jonge lezers’. Ze bespreekt daarin ‘Job en de duif’ en ook ‘De wei van Koe’ van Paul de Moor, en gisteren las ik dat.

Ik las het niet voor, ik las het zelf, en was meteen verkocht. Het is het soort boek waarvan ik ga denken dat ik nooit van mijn leven nog twee lettergrepen wil schrijven. Ik geef een voorbeeld:

‘De herfst heeft de smaak van peer, weet Koe.

En van pruim.

En een toets van noot.

Soms denkt ze dat de herfst een spin is die haar web om de wei weeft.’

Hoe Paul de Moor erin slaagt weet ik niet, maar Koe en Rat en de andere dieren hebben al na een paar pagina’s zoveel persoonlijkheid dat je er gerust een paar van je eigen vrienden voor wilt laten vallen. Het is dus te hopen dat boekhandelaars dit boek aanprijzen aan een ruimer publiek, al zitten eerste lezers natuurlijk meteen goed als ze hiermee het lezen mogen ontdekken. Zoals het jongetje Briek in het boek zegt: ‘Koe hoort in de wei, als een tak aan de boom’, zo eenvoudig is het: dit boek hoort bij iedereen die leest.

‘Pahiehahurg’

In Net gelezen, Voorlezen on mei 7, 2010 at 8:39 am

‘Mevrouw Hermitage op rolletjes’ gaat over een pezig oud vrouwtje dat graag fietst, maar onderweg allerlei verbeteringen aanbrengt aan haar rijtuig. Ze start op een gewone fiets, en onderweg monteert ze er toeters, iets om je handen mee te wassen, een gereedschapskist, iets om eten mee te vervoeren, een zitje voor haar hond, een paraplu of twee, een radio, een mondharmonica en een zeil op. Het gaat zo goed vooruit dat ze natuurlijk valt, en alles wat ze zo zorgzaam heeft bevestigd goed is voor het stort. Het eindigt als ze rolschaatsen aanbindt, en zich afvraagt of die ook niet een extraatje kunnen gebruiken.

Het boek is geschreven en geïllustreerd door Quentin Blake, die vooral bekend is van zijn illustraties bij de  boeken van Roald Dahl. Het is een beetje voorspelbaar, maar kinderen smullen ervan. Bovendien is het personage van mevrouw Hermitage onweerstaanbaar. De voortdurende herhalingen werken, zo blijkt als ik het boek voorlees. Hier is het ondertussen een klassieker. Al was het maar om het geluid van een van de toeters: Pahiehahurg!

Klassieker in beelden

In Net gelezen on maart 30, 2010 at 7:46 pm

Aan klassiekers blijf je hangen. Dave Eggers kan ervan meespreken. Hij schreef zowel het scenario voor de film ‘Where the wild things are’ als het boek ‘Max (en de wild things). De film heb ik nog niet gezien, maar het boek las ik, uit pure nieuwsgierigheid of zoiets niet gedoemd is om te mislukken. Het boek (‘een roman voor alle leeftijden’ staat er op de cover) speekt zich half af in de gewone wereld, en half op het eiland waar de monsters leven. Het eerste deel vond ik sterk, en ik vind het jammer dat Max daarna zo lang op dat eiland blijft. Over die echte mensen (zijn moeder, zijn oudere zus, een oude man in zijn straat) had ik echt wel meer willen lezen. Terwijl die monsters… Monsters blijven toch fascinerender in prenten. 

Benieuwd of het in de film beter lukt. Het voorfilmpje hieronder mag er wel al zijn.