boeken voor kleine en grote kinderen

Vijf redenen om nooit meer een boek te schrijven (1)

In Nieuw werk, Over mijn werk on januari 16, 2018 at 2:20 pm

Als alles goed gaat, verschijnt er volgende week woensdag een nieuw boek van mij. ‘Wish you were here’, mijn zesde jeugdroman al. Dat zorgt voor stresspieken iets voor drieën ’s nachts, en iets erna ook. ’s Nachts vergroot alles zich uit tot dreigende schaduwen op het fragiele wit van het plafond. Alles, behalve mijn zelfbeeld. Dat wordt mij op slinkse wijze ontnomen, in het donkerste uur ontken ik mijn eigen bestaan. Opstaan doe ik nooit, ’s nachts komen de wolven, tenslotte, en ik heb al schrik van een dwergschnauzer. Ik blijf liggen en sleur mezelf door het stof langs een aantal terugkerende stadia naar waar ik zijn moet: de halfslaap.

  • Ik verken alle rotatiehoeken van mezelf tot ik niet meer zeker ben of mijn middelpunt nog wel in bed ligt.
  • 774c960f363c4b221f4ae04e3d589479Ik probeer aan andere dingen te denken dan aan het feit dat ik wil slapen. In hoeveel landen is Joegoslavië uiteengevallen?, vraag ik mezelf. In zes!, antwoord ik. Ha, maar in welke landen? Servië, Kroatië, Bosnië en Herzegovina, Slovenië, euh, Montenegro en ja, nog eentje dus. Meestal leidt dat naar hetzelfde punt: waarom weet ik zo weinig? Waarom lees ik niet vaker de ernstige stukken in de krant? Enzovoort. Tot het tijd is voor het volgende stadium.
  • Ik spreek mijn eigen tenen, knieën en wimpers toe.
    ‘Ontspan.’
    ‘Je bent ontspannen.’
  • Ik denk aan Mister Miyagi van The Karate Kid.
    I, II en III.
    ‘Focus, Evelien-san,’ zeg ik tegen mezelf. Met zíjn accent. En nog van alles, maar pijnlijker moet het niet worden.
  • De halfslaap is genadig. Hoe grillig de nacht tot hiertoe ook geweest is, eenmaal in de halfslaap is de rest een eitje. Nieuw boek? Ach ja. In het licht van de eeuwigheid van mijn leven overleef ik dat wel. Mijn demonen worden demoontjes. Ik aai ze. Stop ze in. Het wordt mooi, dat boek. Ik werkte er zo hard aan. Wat anderen er ook over denken, ik zal zelf altijd van dit boek houden.
  • En dan slaap ik en droom ik een paar korte, hoopgevende dromen.

Nu, bij klaarlichte dag aan mijn computer, besef ik dat wakker liggen geen geldige reden is om geen boeken meer te schrijven. Ook zonder nieuw boek lukt me dat vlotjes. Maar ik heb nog vier andere reden achter de hand. Waarover gauw meer.
3ef6186ed785df5c14b5489a54ad4c19

De kriekenvlaaiman

In Uncategorized on januari 5, 2018 at 4:03 pm

Op de meeste dagen van je leven gebeurt er niets, las ik onlangs in de krant. Ik weet niet meer wie het zei, maar het is zo, dacht ik, op slechts een handvol dagen vinden de dingen plaats, de goede en de slechte. Je weet niet op voorhand wanneer het een dag van betekenis is. Breathe in, breathe out, zegt de wijze oude man. Ik leef samen met een zootje ongeregeld dat mijn gewone dagen leven in blaast. Ze noemen mij grappend ‘dienstmeisjeuh’, ik zeg dat de kriekenvlaaiman aan hun bed zal komen spoken, als het donker wordt zijn ze bang. Ze hebben de man in het bos niet begroet, en nu is het te laat, zijn wraak zal zoet zijn. Er is de zoon die zichzelf Tommy noemt en in het leven hapt, er is het kind dat ‘de zwerver’ heet en er is de jongen/man die zegt, mama, het maakt echt niet uit. Een paar meter voorop loopt de man die bij ons hoort, hij zucht maar gaat ook met zijn ogen dicht tegen de boom aan liggen die jij aanwijst en zegt, ja, deze voelt goed. Hij kijkt op de kaart, we zitten nog juist, zegt hij.
Ondertussen houden je twijfels je wakker, ook in 2018. Je kent ze, ze sussen je, voeren je terug naar de slaap. Want behalve die twijfels heb je ook de vrijheid om te twijfelen. Het geluk dat je wieg in een welvarend gezin stond (ook al vergaten je ouders die wieg met jou erin te verhuizen, je bleef achter in het lege huis maar werd toch nog opgehaald, ‘je sliep door alles heen’).
Breathe in, breathe out: alleen de kat kan het. Maar ik kan het willen, ik herhaal het in mijn hoofd: breathe in, breathe out.
Op de meeste dagen gebeurt er niets.
Je praat jezelf toch plannen aan. Je praat jezelf een nieuw jaar aan. Een jaar waarin niets zal gebeuren op de meeste dagen. Je wacht niet tot er wel iets gebeurt.
Elk nieuw jaar is het jaar waarin alles kan waar je zelf in gelooft, wordt gezegd, maar dat geloof je niet. Je gelooft wel en absoluut in: lezen. Meer specifiek: ‘Anything is possible’ lezen.
Breathe in, breathe out.
Ooit komt de kriekenvlaaiman, maar nu nog niet.
Gelukkig nieuwjaar.

Kopstoot

In Uncategorized on december 13, 2017 at 1:15 pm

Ik ga eens een paar open deuren intrappen, al zijn mijn oudste zonen daar beter in. Ze zijn in zoveel beter dan ik. In vergeven en vergeten. In in het moment leven. In de dag leegplukken. In genieten van het geluid als ze in hun kamer over de hoop verdroogde mandarijnenschillen stappen (er waren geen stoute kinderen dit jaar, de mandarijnenoogst was groot) – bijna als het kraken van de sneeuw, zeggen ze, als volbloedpoëetjes. Ze zijn vooral ook beter in relativeren dan ik. Als ze hun hoofd erop zetten, kunnen ze alles relatief vinden, en zeker hun examenresultaten.
Ik zie het overal rondom me, niet de pubers zelf maar hun ouders zitten met de handen in het haar in examentijden. Proberen de werken te coördineren. Blijven thuis om de jeugd moed in te spreken. Maar ze spreken vooral zichzelf moed in, want de pubers hebben hun dubbele kin om in het rond te snapchatten, ze doen spannende spelletjes met euh brandende pizza’s, ze breken zich het hoofd over wat er in hun pauze kan worden gesmolten aan kazigs – Youtube brengt raad. Én ze hebben de verantwoordelijkheid om die drie weken die op de examens volgen goed en doordacht te plannen.
Maar de leerstof zelf? Die verwerken is meer een noodzakelijk kwaad. Een gedreven leerkracht kan nog wel een sprankel interesse opwekken, maar voor de meeste vakken moeten ze hun motivatie zelf ergens zien te halen, alleen: waar? Voor de punten doen ze het niet, het enige doel is het aantal buizen beperken zodat ze over mogen naar het volgende jaar. Ik zag gisteren een hond springen naar een sneeuwbal, waar is die bal nu, dacht de hond toen de bal telkens verdwenen leek, opgegaan in het sneeuwtapijt. Het deed me denken aan wat er gebeurt na elke examenperiode: waar is die kennis nu gebleven? Alleen: de hond zoekt nog naar de bal.
Het is nochtans niet dat ze dom zijn of ongeïnteresseerd, ze zijn met van alles bezig, klop ik me op de borst, met theater, de oudste leest (ook de krant en helemaal uit zichzelf), met sport, met scouts, met hun vrienden. Maar die zes jaar dat ze op de middelbare-schoolbanken doorbrengen? Ik zoek de zin, maar verder dan hun broek verslijten kom ik niet. Gelukkig doen ze dat samen met anderen: sociale interactie lijkt me het enige dat ze er zelf en met veel toewijding uithalen.
De middelste van vijftien kwam gisteren op trillende benen thuis, hij had een kopstoot tegen zijn tanden gekregen – hij omhelst zijn vrienden graag grondig – en verging van de pijn. In de wachtzaal bij de tandarts zat een Turkse man met zijn zoon van ongeveer dezelfde leeftijd. De man sprak geen Nederlands dus de jongen was meegekomen om het woord te voeren, op de stoel naast hem lag zijn cursus voor het examen van de volgende dag. Ook mijn zoon had zijn cursus fysica mee om de wachttijd nuttig te vullen – niet zijn idee. Toen de vader mee was met de tandarts bleef de jongen zitten, de cursus nam hij even vast en daarna keek hij filmpjes op zijn gsm. Mijn zoon las de horoscopen in de Story (ik moest me professioneel niet laten wegdrukken door de rest van mijn team, altijd wat met die Kreeften). Zijn tanden blijven nog even zitten, kregen we na een grondig onderzoek van de tandarts te horen – of toch zeker tot de volgende dolpartij – en ik heb vandaag ook geduimd voor de jongen in de wachtzaal.