Snit en naad (7): Het ritsloze stukje

Lang geleden vertelde een medestudente feministische literatuurkritiek me dat haar thesis over Het ritsloze nummer van Erica Jong ging. Ik zei dat ik nog niet zoveel Nederlandse schrijfsters had gelezen, waarop ze me ijskoud aankeek en zei dat Erica Jong Amerikaanse is, om even later de gang uit te benen en me de rest van het academiejaar geen blik meer te gunnen, ook geen ritsloze. Het was in de tijd dat studeren nog betekende dat je in de wandelgangen genegeerd kón worden door medestudenten, of opgemerkt kon worden natuurlijk. Spannende, heerlijke tijden waren dat, zonder onlinelessen in je muffige slaapkamer, zelfs zonder computers die naam waardig. We ritsten elke dag naadloos in in de hoge banken van de auditoria en lieten ons vollopen met wat werd gezegd, vooraan of clandestien in ons oor door onze buur – hoe decadent in vergelijking met het steriele studentenleven dat mijn oudste zoon nu leidt.

Ik heb Het ritsloze nummer nog altijd niet gelezen maar moet dat misschien alsnog doen, aangezien er dus geen rits in voorkomt, en ik ritsen sinds die studentensneer van weleer wantrouw. Meer dan 27 miljoen exemplaren werden van het boek verkocht, dat oorspronkelijk Fear of flying heet – ik wed dat de vertaler een Nederlander was. Erica Jong schreef ook nog Fear of fifty. A Midlife Memoir, maar of dat over naaien gaat, weet ik niet.

Op de meeste ritsen staat YKK, dat past beter dan Yoshida Kogyo Kabushikigaisha (het Japanse bedrijf dat het monopolie heeft in ritsenland).

De rits bestaat ruim een eeuw en heeft al hoogtechnologische diensten bewezen, in de ruimtevaart en het diepzeeduiken bijvoorbeeld, waar een elegant knoopje onmogelijk een lucht- of waterdichte rits kan vervangen. Verhalen over ruimteritsen die vast komen te zitten vind ik niet, en toch moeten ze er zijn. Het gebeurt immers altijd wanneer het niet mag gebeuren, als je je ergens in de vrieskou in een tent snel in je slaapzak wil ritsen of zo – een ritsloos nummer zit er dan meestal ook niet in. Ritsen zijn geniaal, tot ze haperen. Iedereen die niet uit mijn moeder werd geboren, gooit een goed kledingstuk met kapotte rits weg. ‘De gewone wereld zou schoner zijn als hij ritsloos was gebleven,’ had ik decennia geleden tegen de verbolgen Erica-Jongexperte moeten zeggen, of ‘Is Erica Jong toch niet gewoon een one-hit-wonder gebleken?’ Zoals mijn moeder een kast vol fournituren heeft opgespaard, grossier ik in te late replieken. Zij stikt zonder omhaal een nieuwe rits in mijn jas en ik bedenk intussen wat ik had moeten zeggen, in het verre en recente verleden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s