Snit en naad (2): Het zevende knoopsgat

 

Ik heb nooit naailes voor beginners gevolgd. Ik ken nochtans mensen die het naaien op gevorderde leeftijd hebben aangeleerd en nu hun eigen kleren maken. Als ik zoiets hoor, voel ik me altijd een toerist in mijn eigen leven, alsof ik er maar voor even ben en dus maar beter niet aan zulke dingen begin. Ik ken zelfs iemand die aan het hoedenmaken sloeg, en dat niet eens op latere leeftijd. Wat is er mis met mij om mij enkel van woorden te bedienen en niet van vilt, biaislint en een grove zigzagsteek? Niemand ziet mij lopen in mijn tekst, en als het regent kan ik het schudden zonder hoofddeksel.
Een knoop aannaaien kan ik wel, maar is dat het juichen waard? Hooguit eens per jaar gebeurt het dat een gezinslid een knoop verliest en dat ik in de ladekast op zoek ga naar de klos zwart garen en de enige naald in het hooi van ons huis. Het garenklosje gaat al vijfentwintig jaar mee, en het wordt maar niet kleiner aan dit tempo van één knoop per jaar. Ik heb wel een grote weckpot vol kleurige knopen, waar ik net als Amélie Poulain graag mijn hand in stop tot op de bodem, zodat de twee- of vierogige knoopjes als zoetwaterpoliepen tegen mijn vel komen te liggen – doe-het-zelf-drukpuntmassage. Het zijn de knopen die mijn moeder niet meer in huis wilde, na al die naaijaren neemt ze afstand van sommige dingen. Nu staan ze dus in de weg in mijn eigen huis, maar dat is niet erg. Knopen herinneren me aan hoe mijn lief ooit wakker werd met een afdruk van een knoop in zijn wang, en dat ik daar nog een verhaal over wil schrijven. Knopen komen in zoveel kleuren en formaten als er soldaatjes in verschillende vechthoudingen zijn. Ze begeven zich steevast aan het front van het kledingstuk en hebben er ineens ook de belangrijkste functie: het kledingstuk bijeenhouden. Knopen steken het wiel naar de kroon qua geniale uitvinding – het zijn ook gewoon kleine wieltjes die het leven in een grillig klimaat als het onze draaiende houden: jas open, jas weer dicht.
Ik zou willen dat ik zeven knopen uit de weckpot moest kiezen omdat ik een mantel van groen nepbont had gemaakt, zeven gouden knopen die als bloemen uit mijn zelfgemaakte knoopsgaten zouden opbloeien. Weinig kans dat zo’n droom ooit uitkomt met mijn stiel van het zevende knoopsgat. Zevende knoopsgaten staan vaak horizontaal, omdat je zo niet zou vergeten je jas of hemd netjes tot de rand dicht te knopen, of ook nog omdat je nooit met een foute geknoopte gilet op je werk staat als je bij die horizontale onderste begint. Gewaarschuwd, geïnformeerd en toch niet tot naaien te verleiden. Om knoopsgaten te maken heb je een tornmesje en een knoopsgatbeitel nodig, ik wil maar zeggen, en de enige bontjas die ik ooit aan kan is de mantel der liefde over mijn tekortkomingen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s