Snit en naad (1): Pfaff 332

Mijn moeder kan naaien. Ik niet. Zij deed het haar hele leven lang, ze gaf er overdag les in en na de schooluren naaide ze voor het gezin, van kledingstukken over gordijnen tot lakens en tafellinnen. Ze maakte zelfs jeansbroeken – tot we ons te bewust werden van onszelf en we die niet meer aan wilden. Leren naaien was haar uitweg om op eigen benen te staan, voor meisjes zat er in de jaren vijftig weinig anders op. Toch koos ze de stiel niet uit armoe, ze leefde op als ze aan haar machine zat, ze was naaigek.
Ik kreeg ooit een naaimachine van haar cadeau maar verder dan wat proeflapjes en een schoudertas kwam ik niet. Echt naaien vraagt ruimtelijk inzicht, geduld en werklust. Ik bezit alleen dat laatste. Ik krijg die draad niet eens door dat ingewikkelde parcours geloodst, raak verstrikt in onder- en bovendraad en de draadleider leidt mij nergens heen. De naaimachine staat al jaren in de doos stof te vergaren, huisstof en nu ook vertelstof. Want mijn moeder mag dan de voortdurende drang hebben om dingen te maken, die drang heb ik ook. Alleen moet ik het stellen zonder haar métier en haar gouden handen, de mijne – of toch twee van de tien vingers – slaan letters aan op een Logitech-toetsenbord. Elke tekst is een piéce unique – net zoals zij altijd trots verklaart over haar creaties, maatwerk en nergens anders te vinden, en dat het hier en daar wat scheeftrekt, deert niet, het valt nog wel op zijn plaats. Zou het?
Ik kan verlangen naar het tastbare van haar werk, dat je als het af is over je hoofd kunt laten glijden of langzaam kunt openknopen. Zij gebruikt kopspelden en een vingerhoed, meetlint en een découvit. Ik bedien alleen de toetsen van mijn laptop, en een blouse met raglanmouwen zal ik daar nooit mee maken. Als kind werd ik wakker met het geklop van de naaimachine in de kamer naast die van mij. Mijn moeder zat als bezeten te stikken en vergat de wereld rondom haar. Ze was als het vuur in het bewegende huis in Howl’s Moving Castle van Studio Ghibli, het aanhoudende bonken van de pedaal betekende dat ons huishouden draaiende was, zij was de locomotief die ons vooruitbracht en en passant een geruite broekrok uitspuwde. Ze had een zware voet en haalde topsnelheden op haar Pfaff 332 – de machine die haar versie was van een sportauto door Parijs met de warme wind in haar haar. Nog voor het ontbijt gooide ze met overgooiers en bijpassende haarbanden en wisten we dat tenminste iemand in huis de dag stevig in handen had. Met mijn stiel raak ik ook niet in Parijs – mijn machine heeft zelfs geen pedaal. Maar ik kan wel proberen om er haar wereld van stoffen, garen en knopen mee te beschrijven. In wekelijkse inzetstukken zonder voering of siernaden, tot ik een duffelcoat van woorden heb, met een hele ruime kap.

 

3 reacties op ‘Snit en naad (1): Pfaff 332

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s