Breed lachen

 

 

Ik heb nochtans niet veel te vertellen. De elfde week van de lockdown hebben we intussen bijna achter de rug, en dat levert meer gelatenheid dan nieuws op. De kinderen blikken nu al terug op hun kindertijd, voortijdig nostalgisch over wie ze waren, we houden koffiepauzes alsof we samen in het rusthuis zitten. De katten kijken me misnoegd aan omdat de rust verdwenen is, ze krabben het tafelkleed aan repen en gaan dan naast de catwalk van het tuinpad meesjes bespieden. In al die weken bakte ik zowat alle taarten die ik ooit wilde bakken, de wekker naast het bed werd een relict uit een vroegere tijd, elke dag springt de jongste onder klaaglijk gekraak in het touw op de trampoline, soms vijfhonderd keer, soms duizend. Door de droogte vallen de kersen onrijp van de boom, de oudste zoon had gisteren zijn eerste online-examen (‘handen boven de tafel’, herhaalde de assistent-waakhond geregeld, zowel tegen hem als tegen de vier ‘laptopgrieten’ van zijn groepje), het vak Biologie, hersenen en gedrag had nog geen hoofdstuk over het effect van zoveel afzondering op eerstejaarsstudenten. De middelste mag binnenkort drie halve dagen naar school, één proefdag, één lesdag, en één dag om de boeken terug te brengen.
Vandaag wordt mijn vader 87, dat wordt gevierd in en met bubbels, en met taart uiteraard, maar hem eens goed vastpakken zit er niet in. Ik beweeg me traag door zijn geboortedag, denkend aan de knuffel die ik hem straks niet mag geven.
Gisteren ging ik langs bij de stomatoloog, die bepaald onvoorstelbare dingen deed met bot en diamantboren. Mijn bot, onder andere. Het was een tijd geleden dat ik zo wakker en alert was, daar op de behandelstoel. Ik dacht eraan om te vluchten, maar de borsten van de verpleegster hielden me op mijn plaats, als belofte dat er na de behandeling nog een leven was, een waarin we elkaar wel terug mogen aanraken. Ik verlangde hevig terug naar de staat van gelatenheid en halfverdoving van de lockdownweken, ik zou toch nog taart bakken, ik zou meespringen met de jongste, de gevallen kersen aan de kippen voeren, me geen zorgen meer maken over de droogte, de monotonie van de digitale schooldagen of het woekerend onkruid op het pad. Alles om maar naar huis te mogen, naar de plek waar ik mezelf al die dagen plaatselijk maar efficiënt verdoofde met taart en literatuur.
Je zult terug breed kunnen lachen, zei de stomatologe bemoedigend vanachter haar spatmasker voor ik de behandelkamer verliet. Op termijn.

2 reacties op ‘Breed lachen

  1. Dag Evelien, ik ben je boek Caravan dagen aan het lezen en vroeg me af of je het boek Het Vogelhuis van Eva Meijer kent, ik vermoed van wel, maar mail het toch maar. Het sluit zo goed aan bij je observaties van de vogels in je tuin. Ik heb je boek leren kennen door de recensie in DS, ik lees het héél graag. Bedankt.
    Brenda

    1. Dag Brenda,
      Bedankt voor je bericht. Ik heb al van het boek gehoord maar heb het nog niet gelezen. Ik ga ernaar op zoek! En blij dat je mijn Caravandagen kunt smaken.
      groetjes!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s