Waarom ik nooit rapper word

evelien de vliegerMaart brengt behalve snertweer ook de jeugdboekenmaand, waarin ik weer volop Evelien De Vlieger ga zijn in Vlaamse dorpen en steden. Bij het ontbijt vraag ik me hardop af of ik mezelf eens niet moet heruitvinden door bijvoorbeeld al rappend de bibliotheekzaal binnen te moonwalken (hey, yo, iederéén, evelien de vlieger is weer op de béén). Mijn tafelgenoten geven geen krimp. Zeg zoiets nooit meer, mama, zie ik in hun ogen. Ik vertrek met het voornemen dan maar mezelf te zijn en geen teksten te scanderen of zingen, dat past ook niet bij mij, al wil ik ooit wel eens uit dat keurslijf breken.
Eenmaal ter plaatse verdwijnt de lust tot variaties op kleinkunst en is het focussen op één ding: werkt de beamer? Pas als ik mijn naam in grote letters op een scherm of muur zie verschijnen, mogen de klassen komen. Als een kolonie processierupsen schuiven de gele fluohesjes naar binnen en kijken ze me vol verwachting aan.
Ik knip de micro aan en begin: wie is Evelien De Vlieger en wat drijft haar? Het levert mooie dingen op, als het goed is – en dat is het vaak. Kinderen komen soms grappig uit de hoek: ‘Mag je een idee uit een ander boek halen en daar dan zelf een boek over schrijven?’, ‘Kun je met al die boeken in je huis niet een nieuw huis bouwen?’, ‘Hoe oud ben je?’, ‘Kun jij vliegen?’
Ik sta vaak voor een fris en spontaan publiek dat mij de volle aandacht geeft, een schril contrast met de ochtendpubers hier. Maar soms is er ook eens een kind dat zelf aandacht vraagt, door te liegen bijvoorbeeld. Leerkrachten kunnen daar slecht tegen. Ik zie de ergernis op hun gezichten en soms schudden ze het hoofd naar mij om wat gezegd werd meteen te ontkrachten: Geloof dat maar niet, ze las niet al je boeken, hij heeft geen broers, het is een vervelende leugenaar!
Ik hoef de kinderen natuurlijk niet godganse dagen te vermaken, maar in feite hou ik wel van de kinderen die liegen. Ze willen gezien worden, zijn zelden populair. In hun gooi naar aandacht overdrijven ze, ze dissen onwaarschijnlijke feiten op, ze weten dat het niets uithaalt bij de groep, maar bij mij maken ze misschien nog een kans om leuk gevonden te worden?
Natuurlijk houden de belezen, pientere kinderen onze hoop voor de toekomst in, maar de kinderen die liegen blijven me langer bij. Ze zijn kwetsbaar en inspireren me. Zijn we verwante zielen? Dat gaat misschien te ver, maar het scheelde dan toch niet veel of ik was als Evelien De Lieger door het leven gegaan – en dan had het heel anders kunnen lopen met mijn leven en werk.

(De illustratie hierboven is van Karst-Janneke Rogaar, uit ‘Gibbe en de Maandagman’)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s