Als de egel bijna slaapt

Voor De Standaard schrijf ik een column over dieren in en rond het huis waar ik van huiver. Vorig weekend had ik het over mieren, de hoornaar passeerde ook al de revue en nu twijfel ik of de recent gespotte vlooien aan de beurt zijn of dat dat luizenstukje eindelijk eens van mijn huiverend hart moet. Maar omdat ik eens niet wil vergaan van de jeuk na drie zinnen begin ik gewoon te schrijven over het egeltje dat sinds een week in een berg droge blaadjes onder ons afdak leeft. Wat is het tegendeel van huiveren? Smelten. Week worden van vertedering. Ontdooien. Ontspannen. Zijn spitse snuitje steekt een beetje uit, daarrond: de warme iglo van blaadjes. Het wordt niet schattiger dan dat.

We gaan af en toe kijken, zit hij er nog, ja, hij zit er nog. Soms zegt een van ons: hij zal toch niet dood zijn! Om ons gerust te stellen komt hij één keer per dag drinken bij een kom water in de tuin. Dan waggelt hij op zijn te lange pootjes richting bamboestruik, hij valt af en toe om maar krabbelt daarna weer rechtop en hobbelt doelgericht verder. Hij doet het traag zodat wij hem kunnen zien, naar elkaar kunnen roepen: hij is er, kom snel! Zijn poten lijken me onhandig lang voor zijn kleine lijf – misschien is het een puberegel: nog meer vertedering. Egels zijn luidruchtige dieren: smakken, zuchten, knorren, snurken – niets menselijks is ze vreemd – maar deze is welgemanierd. Onze katten galopperen er gracieus voorbij als gedresseerde lippizanertjes en gunnen hem geen blik. Ze kijken wel nog even achterom om zeker te zijn dat wij – kattenbrokkenleveranciers – het verschil zagen tussen de gebrekkige gang van dat nepstekelvarken en hun superieure loopje op de catwalk van ons tuinpad.

Egels eten alles – slakken, rupsen, kevers, regenwormen, duizendpoten en zelfs woelmuizen, maar wij leggen ter aanvulling een trosje druiven en een wormstekige appel in de buurt van zijn hol. De volgende ochtend stellen we tevreden vast dat eraan geknaagd werd. Binnenkort gaat hij in winterslaap en eet hij maandenlang niets meer. Dan zien we hem niet meer naar zijn drinkbak waggelen, ligt hij stijf opgekruld op zijn vetrolletjes, in diepe slaap. In de winter mág hij zich niet meer laten zien, anders is er iets mis.
Ik zou een houten egelbungalow voor hem kunnen bouwen, dan ligt hij nog beter beschut, en de technische plannen die ik op het internet vind zijn gedetailleerd. Maar het instortend konijnenhok van glazen douchepanelen staat nog te vers in ons geheugen gegrift om het timmermanspotlood boven te halen. Ik ben veel in het diepste van mijn gedachten, maar geen Charlotte Perriand – en bovendien is zijn eigen sierstukje van dorre bladeren niet te evenaren qua minimale ruimte.

Ik wou dat iedereen een egeltje had. Met een slapend egelsnuitje binnen bereik kun je gewoon meer herfst aan. Zeker als de vlooien bijten.

2 reacties op ‘Als de egel bijna slaapt

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s