De geheime tuin

Als ik vandaag naar buiten kijk, denk ik dat ik droom. De tuin is veranderd in een oerwoud. Toen we even niet opletten, ontplofte het aan bomen en struiken, na maanden kaalheid en geen kleur – of het moet zijn dat je bruin een kleur vindt – is er nu manisch en ongeremd in het rond gegooid met de kleur groen. Je krijgt bijna te doen met de weerloze takken en twijgen die al dat helgroene geweld moeten torsen.
Het zou mij niet verbazen als deze weelderigheid tot wildweg hallucineren kan leiden, als het groen van absint dat je blik lokt tot er vreemde dingen door je hoofd gaan. Is de zon groen geworden? Schijnt ze alsof het nu al hoogzomer is? Zijn de regendruppels niets anders dan zonnestralen die het groen laten schitteren? Bestaat hier eigenlijk bescherming tegen, een soort zonnecrème tegen een overmatige blootstelling aan pril bladgroen? En zo ja, welke apotheker is er vandaag van wacht?
Wegkijken is een eenvoudiger optie, onder een deken en een leeslamp bekom ik van de groenroes. Ik lees Sarah Baume, ‘A line made by walking’, grijze letters op beige papier, onschuldig voor het oog. Het 25-jarige hoofdpersonage Frankie worstelt herkenbaar met het leven en dat wordt in rake, bijna terloopse alinea’s beschreven – even glijdt er een groen waas voor mijn ogen, jaloezie maar van het nuttige soort. Frankie verblijft in de bungalow van haar gestorven grootmoeder, ze probeert vat te krijgen op wat ze wil maken, ze is kunstenaar maar is het spoor bijster. Moét ze nog wel iets maken? Dat is de vraag natuurlijk. Niets moet, je kunt ook gewoon leven. Of niet?
Frankie’s moeder begraaft de heiligenbeeldjes, flamencodanseresjes en andere curiositeiten van op de vensterbank in de tuin in plaats van ze weg te gooien. Alle tapijten in de bungalow zijn van een soort groen voor de illusie van flora binnenshuis, er is geen ontsnappen aan vandaag. Living on the edge, noem ik dat, maar Sarah Baume is Ierse, haar personages blóeden groen.
Ik zit nog niet ver genoeg in het boek om te weten of Frankie vindt wat ze zoekt in de bungalow van haar dode oma, ze is depressief, dat is wel al duidelijk, de mensen die van haar houden vinden dat lastig maar de natuur rondom haar verdraagt dat. Ook al ken ik die leegte, herken ik iets als ik lees hoe Nele Van den Broeck haar depressie in een column beschrijft (Een foutje in mijn code, DS 24 april), nog nooit bereikte ik dat dieptepunt.
De tuin is voor noodgevallen, weet ik. Het is maar wat groen op een lap grond achter het huis, maar soms lijkt hij op the real thing, op natuur die lak heeft aan mijn somberheid. Ik kijk ernaar in de verte, zie de speels bewegende blaadjes van de kerselaar, de wuivende riethalmen, massief en omarmend. Ik verroer niet, voorlopig, dekentje, kunstlicht, boek en bril – ver van het oergroen, en toch dichtbij.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s