Les enfants du paradis in Sint-Niklaas

DSC_0044Ik nam voor de vijfde keer deel aan de befaamde Voorleestoer, en of dat een feesteditie werd! De organiserende dames zijn zo overrompelend in hun steun en enthousiasme dat je niet anders kunt dan gedwee de trein naar Sint-Niklaas op stappen. Dit jaar zat ik in een traiteur in een van de oudste straten van de stad, een prachtig pand in de laatste fase van renovatie, met maar een klein beetje slijpwerk meer te gaan. Maar het licht was er goed en als de jongeren eenmaal binnen waren, deden alleen zij er nog toe. In de voormiddag had ik eerst twee kleine groepen van scholen waar leerlingen met autisme, leerproblemen of minder cognitieve mogelijkheden samenzitten. Luisteren konden ze in elk geval goed, ze waren ook beleefd en nieuwsgierig en heel spontaan.
Twee meisjes zeiden dat ze een beetje in slaap aan het vallen waren toen ik vroeg of ik verder mocht voorlezen, een van hen was Bulgaarse en legde me uit dat haar naam (Aygul) ‘maan’ en ‘roos’ betekende. Geen vis? vroeg ik, maar van dergelijke flauwe grapjes moet ik voortaan maar wegblijven want het was duidelijk geen leermethode dat dit zigeunermeisje had leren lezen.

Ik had graag verder gepraat of ze desnoods verder in slaap gewiegd, maar de volgende groep stond al voor de deur: een OKAN-klas met nieuwkomers van verschillende leeftijden. De leerkracht vroeg of ze zichzelf eerst wilden voorstellen en na een paar zinnen bleek dat er vier Afghaanse broers in de klas zaten. Ze spraken goed Frans want ze hadden twee jaar bij Dinant gewoond na hun voettocht van Afghanistan naar hier. Maar nu moesten ze dus aan het Nederlands, samen met jongeren uit Irak, Moldavië en Spanje.
Ik sprak over mijn grootvader die zijn geluk in Canada was gaan zoeken, in hun ogen zag ik dat ze geen flauw idee hadden waar ik het over had – en tegelijkertijd ook weer wel. Bij bepaalde woorden konden we uitwisselingen doen: opa’s en oma’s, leven ze nog?, waar leven ze?, missen ze jullie? De leerkracht was hun reddingsboei, ze keken hem voortdurend aan, zeg ik het goed?
Hun verwarring verdween als ze in zijn ogen keken, ze zeiden nog bijna niets goed maar hij gaf hen alles wat ze nodig hadden op hun uitstapje: zelfvertrouwen, humor, en het vooruitzicht op een lange middagpauze in de zon. Ze namen nog een foto van hun schoenen die ze als een rozet van bloemblaadjes hadden neergezet, een voetselfie, hun gegiechel klonk licht en universeel.

Tegen de middag was ik dus al high van de indrukken en moest ik nog beginnen aan het broodjesmaal geserveerd op de idyllische kiosk van een parkje vlakbij, samen met een vijftigtal collega’s aan lange tafels in het gras. Dat het mooi zou zijn om dit initiatief in alle Vlaamse steden te zien opduiken, zei VFL-directeur Koen Van Bockstal me in de rij voor de broodjes, wat ik met grommende maag maar enthousiaste knik beaamde. Van een collega die er zelf steeds meer gaat uitzien als een film noir-acteur kreeg ik de film ‘Les enfants du paradis’ cadeau, zomaar, en was dat niet exact wat we waren? Scenarist van deze film is Jacques Prévert, zocht ik net even op, en hij schreef zelfs na een val uit een dakvenster verder aan zijn rijke oeuvre dat behalve uit poëzie en proza ook uit kinderboeken bestaat, het kan de besten overkomen.

In de namiddag kreeg ik ASO-klassen over de vloer, en terwijl ik eigenlijk helemaal geen zin had in de afstandelijkheid die soms met die pienterheid gepaard gaat, bleek ook dat enorm mee te vallen. Als jongeren zonder met hun ogen te rollen naar je luisteren én ze stellen nadien relevante vragen, vervallen al je doemgedachten over het falende onderwijssysteem. Het lag aan de leerkrachten, natuurlijk. Elke leerkracht die ik zag was duidelijk aanwezig zonder de sfeer te verzieken met kleinerende opmerkingen, ze luisterden zelf geboeid en dus deden hun leerlingen dat ook.

Laat mij mijn roes nog even afronden met de receptie in de bibliotheek waar minister Gatz een korte speech gaf en de organisatoren in de bloemetjes werden gezet. Ah, die heerlijke gesprekjes met collega’s die je op vermeende fouten in je nieuwe boek wijzen, met wie je het aantal buizen van je kinderen kunt vergelijken, die na een paar glazen sap opbiechten dat ze er soms de brui aan willen geven, aan dat hele schrijven in een wereld waar het er alsmaar minder toe doet. Maar daar hoort Sint-Niklaas dan toch niet bij. Daar krijgen we elk jaar een shot werklust en naastenliefde (en cava) toegediend, de treinrit huiswaarts breng ik traditioneel in vrede met mezelf en de ander door. Een dag of twee later is dat gelukkig uitgewerkt: te veel vrede helpt niet bij het schrijven en het wordt na een tijd ook irritant als mijn kinderen mij om de haverklap vragen: ‘Gaat het, mama? Je bent zo vrolijk?’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s