De kip en de camelia

Er is snakken naar zon en snákken naar zon. Voor we collectief wegzinken in deze druilerigheid, moeten we ons richten op de voorspelde 20 graden. Binnenkort. Vogels uit verre omstreken komen al weken in onze bijna bottende kruinen zitten, wachtend op de vreemde vogel genaamd Godot, ze flirten halfhartig met elkaar want het is nog maar de vraag of er dit jaar wel sprake zal zijn van olla vogala die hun nestas bigunnan. De tuin hangt er treurig bij, al is er één uitzondering, de kitscherige bosjes paaslelies en blauwe boerenkrokussen niet meegerekend, en dat is de camelia. Die laatste staat al weken onstuimig te bloeien naast de afscheiding van betonplaat alsof het niet net nog vroor. We verplaatsten de struik een paar jaar geleden met een bang hart maar aangezien deze Japanse rozenfamilie ook in de Himalaya groeit, was vijftien meter noordelijker in een Zwijnaardse tuin geen punt. In Alexandre Dumas’ ‘La dame aux camélias’ draagt courtisane Marguerite een witte camelia op haar borst als ze beschikbaar is voor de liefde en een rode in die andere week van de maand. Ik moet daarbij onwillekeurig denken aan de film ‘De rouille et d’os‘ waarin Matthias Schoenaerts zich beschikbaar opstelt door een bericht te sturen naar de verlamde Marion Cotillard (‘je suis opé’, schrijft hij als er kan worden gevogeld, en dan gaat zij daar wel of niet op in). Onze struik bloeit enkel in een vrolijke rozige tint, en het blad mag dan van plastic lijken maar de bloem wint alle schoonheidswedstrijden, stel ik dagelijks vast als ik de kippen ga voederen, een voor de helft zinloze daad want een van onze gevederde vriendinnen weet telkens weer uit het hok te ontsnappen. Meteen na haar vlucht vooruit vreet ze onze tuin leeg en daarna komt ze driest tegen het raam tikken om te zien waar de warme maaltijd blijft. Dit weekend was het genoeg geweest. Waren wij niet slimmer dan die kip? We gingen in een stoel in de tuin zitten om vast te stellen langs waar ze uit het hok geraakte. Toeval of intelligentie: ze bleef in haar hok, trouw aan de zijde van haar bruine zuster, pikkend, krabbend, koket haar verenkleed opschuddend. Zo zaten we daar, tussen het kale oude appelboompje en de protserige camelia, voor ons de notelaar en de eik waar we straks weer de hangmat tussen haken. De kippen knijpen gul een oogje dicht als de duiven van de buurt een graantje komen meepikken, maar wij hielden de ogen open: ooit moest ze er toch over, of was het onder? Om een lang verhaal kort te maken: de kip won. Meteen nadat we het opgaven, stond ze alweer tegen het raam te tikken van: ‘ik weet dat jullie restjes achterhouden!’ en ik bracht ze haar nog ook, ze was tenslotte kampioen van de dag en wij hadden het opgegeven. We zijn niet goed in zomaar zitten. Kletsen kunnen we, of pingpongen, of lezen, maar voor ons uit staren? Gelukkig kon ik mijn nederlaag met een boek toedekken. Niet zomaar een boek, eentje dat het motto in Peter Van Olmens laatste Kleine Odessa, (‘De val van Scribopolis, boek 2)’ eert: ‘Als het boek dat we lezen ons niet wekt met een vuistslag op de schedel, waarom lezen we het dan? We hebben boeken nodig die op ons werken als een ongeluk, dat ons vreselijk pijn doet, als de dood van iemand die we liever zien dan onszelf. Alsof we verstoten worden in een woud, weg van alle mensen. Als een zelfmoord. Een boek moet de bijl zijn voor de bevroren zee in onszelf. (Franz Kafka)’ Het boek: ‘Laat me niet vallen’ van Willy Vlautin. In de hoofdrol iemand die bokskampioen wil worden, een straatvechter net als Schoenaerts in ‘De rouille et d’os’. Het boek slaat je evenzeer knock-out als de film, destijds: de scène waarin Schoenaerts zijn zoontje uit een bevroren meer redt door met zijn blote vuisten op het ijs in te beuken, blijft een van de pakkendste filmscènes die ik ooit zag (in de mooiste cinemazaal van Parijs ook nog, met dank aan degene die me meenam en na de film naast me bleef zitten tot het scherm voor ons al minutenlang leeg was). Ik moet er wel bij zeggen dat het een beetje een vervelend boek is, dat ik aan niemand zou aanraden, tenzij aan wie graag onverhoeds in het middenrif geraakt wordt. Van mokerslagen moet je bekomen. Geef jezelf de tijd, bak een taart, ros iemand af aan de pingpongtafel. Of ga gewoon naast de camelia zitten staren. Er is goed weer op komst, ik kán even niets anders lezen, weldra is het gewoon uit met dat rijk van de kippen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s