Vijf redenen om nooit meer een boek te schrijven (the end)

De enige ware reden om geen boek meer te publiceren, is natuurlijk dit: recensies, en wat ze kunnen aanrichten. En misschien meer nog dan recensies: geen recensies. Of dit: de sterren bij recensies (onlangs gehoord van een boekhandelaar: 5-sterrenboeken verkopen sowieso, 4-sterrenboeken nemen mensen al eens vast en alles daaronder is een verloren zaak.) Het een bestaat niet zonder het ander, dat besef ik, recensenten doen ook maar hun werk en we mogen dertig dagen niet klagen, maar ach en wee, wat zijn we kwetsbaar. Ik hou van recensies, daar niet van, ze hoeven alleen niet over mijn boeken te gaan – en tegelijkertijd wel, want niet besproken worden voelt nog akeliger. It’s complicated, en ons verdriet verdrinken mag ook al niet.
Een recensie hoeft van mij niet grondig of doorwrocht te zijn, ik ben zelf niet van de grondigheid – toen ik een atlas vertaalde vergat ik een heel werelddeel zonder dat door te hebben (al die landen ook, ik was nu al duizelig). Maar er moet in een recensie wel sprake zijn van nieuwsgierigheid naar of fascinatie voor het werk waarover wordt geschreven. En het moet liefst als een noodzakelijk iets lezen, als het juiste drukpunt aangeraakt wordt, zelfs achteloos of ter zijde, is het goed. Uiteraard noopt niet elk te bespreken werk tot dwingende persoonlijke uitlatingen die je als lezer naar de schaar doen grijpen om het stuk uit te knippen. Maar als het raak is, is een recensie even origineel en memorabel als het werk waarover sprake.
We lopen allemaal in dezelfde stoet, met andere woorden, auteurs en recensenten, en we bluffen ons naar het einde van het blad, tot we weer van voor af aan beginnen. Zoals Guinevere Claeys eergisteren zo mooi verwoordde in haar column in DS: ‘Een kunstenaar die ik eens in een interview had gevraagd te omschrijven wat hij in dit leven deed, antwoordde in één woord: ‘Bluffen.’ Ik kon me daarin vinden.’ ‘Bij zelfvertrouwen heb je de keuze,’ schrijft ze nog. ‘Of je hebt het of je bluft het. (…) Ook al weten we hoeveel redelijker de twijfel is.’ En dat brengt me bij de Zuid-Afrikaanse kunstenaar William Kentridge van wie we zondag ‘More Sweetly Play the Dance’ zagen, in het Sint-Janshospitaal in Brugge (laat alles vallen en ga dat zien!) Kentridge zegt: ‘Als je zelfverzekerd bent over je plaats in de wereld, heb je geen reden om dat bestaan te bewijzen door dingen te maken.’

Elk boek mag dan bluf zijn, maar het is ook een tastbaar bewijs dat ik besta. Ik kan niet zomaar stoppen, of er verdwijnen delen van mezelf. Want we lópen niet alleen in de stoet van auteurs, journalisten, juryleden, boekhandelaren, redacteuren, uitgevers, noem maar op; we zijn de stoet ook zelf. Niemand zegt dat mooier dan David Grossman (in een opiniestuk in DS van vorige zomer): ‘Schrijvers die (…) in personages opgaan en dan weer terugkeren naar zichzelf, ontdekken dat zij voortaan voor een stuk uit die personages bestaan. (…) Heel snel, heel jong, verkalken we en sluiten ons op in één enkel ik, een welomschreven wezen. Maar misschien doet ons verlangen om die verwarrende en soms bedrieglijke overvloed te confronteren, ons een deel van onszelf verliezen. Het ongeleefde leven, het leven dat we niet konden of durfden leven, kan in ons binnenste verschrompelen en verdwijnen. (…) Schrijven is het verzet van de ziel (…) tegen de vlucht voor onze eigen overvloed, tegen de bange verkramping van onze geest. Voor mij is schrijven een reis langs de denkbeeldige assen tussen het jongetje dat ik was en de oude man die ik zal zijn, tussen de man en de vrouw in mij, tussen rede en waanzin, tussen de Jood in het concentratiekamp en de kampcommandant, die allebei in mij zijn, tussen de Israëliër die ik ben en de Palestijn die ik had kunnen zijn.’ Wat een schrijver, wat een stoet. En wat een feest om me als kleine geest te kunnen herkennen in wat grote schrijvers en kunstenaars zo trefzeker verwoorden.
Misschien moet ik gewoon eens naar de gestalttherapeut, maar door te schrijven heb ik toch maar mooi een uitlaatklep gevonden voor mijn vele ikken. Waar moet dat schorriemorrie anders heen? Het is een goede reden om vooral niet te stoppen met boeken te schrijven. En om de daad bij het woord te voegen: vanaf vandaag ligt mijn nieuwe jeugdroman in de boekhandel. Ik heb het boek zelf nog niet in handen maar ga nu mijn matje uitrollen voor de voordeur. Wish you were here, daar ga je!

2 thoughts on “Vijf redenen om nooit meer een boek te schrijven (the end)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s