Vijf redenen om nooit meer een boek te schrijven (4)

Nu wordt het menens. Want het gaat over centen: iets waar ik geen kaas van gegeten heb, om het zacht en smeuïg uit te drukken. Ik ben me ervan bewust dat inkomsten uit auteursrechten voor zelfstandigen al tien jaar worden beschouwd als een zogenaamd roerend inkomen en dit tot een (hilarisch hoog) bruto bedrag van maximaal € 58.720 (voor inkomstenjaar 2017). Ik weet ook dat ik als auteur zou kunnen genieten van een belangrijk kostenforfait op mijn ontvangen inkomen en dat het saldo onderworpen is aan een bevrijdende roerende voorheffing van 15% die rechtstreeks wordt ingehouden door de schuldenaar van het auteursrecht (in mijn geval: de uitgeverij). En dat de inkomsten sinds aanslagjaar 2013 moeten worden vermeld in de belastingaangifte is nogal wiedes (zelfs al is er correct roerende voorheffing ingehouden).
Ik heb dus zo’n roerend inkomen, al roert het wat stroef bij mij, in een vetpot draait het vast beter. Als ik lezingen geef, is een van de vragen die vaak wordt gesteld: ‘Hoeveel verdien jij?’ Dan leg ik uit dat ik 10% van de verkoopprijs van elk verkocht boek krijg, laten we zeggen 1,5 euro op een boek dat in de winkel voor 15 euro wordt verkocht (ze heten wel royalty’s maar royaal zijn ze niet). Na dat antwoord blijft het meestal stil in de zaal, ze staren me aan, een mengeling van ongeloof en medelijden in hun ogen. Als ik een boek schrijf waar veel illustraties in staan, deel ik die auteursrechten met de illustrator en wordt het bedrag gehalveerd, maar dat detail laat ik maar vallen voor de leerlingen collectief hun brooddozen aan mijn voeten komen leggen.
Toch even rekenen: als er 1000 exemplaren worden verkocht van een boek, dan betekent dat 1500 euro min 15% auteursrechten = 1275 euro op mijn rekening. Niemand is zo gek om dit bedrag om te rekenen in een uurprijs, maar wat zou het: als ik twee jaar aan een boek werk in een lichte 40-urenwerkweek, dan zijn er in totaal 3000 uren in dat boek gekropen. Dat wil zeggen dat ik 42 cent per uur heb verdiend. Wat me eerlijk gezegd nog meevalt! Maar het is niet genoeg om niet te allen tijde een back-up klaar te hebben, en dat heb ik dus.
Een paar jaar geleden waren we in Sardinië en gingen we loom van de hitte koffie drinken op het uur van de siësta. Toen we na het bodempje vloeibaar gruis betaalden zei de barman dat ons briefje van twintig vals was. Vals geld! Klaarwakker gingen we naar het politiekantoor van het ingeslapen dorpje, waar drie agenten in een verduisterde kamer rond een tafel zaten, hun kaarten op tafel, de vierde had zijn kepi opgezet om ons binnen te laten. Toen ze het briefje zagen, begonnen ze na een collectieve zucht druk door elkaar te praten. Het was duidelijk dat ze een manier zochten om verantwoord van ons af te raken. En ja, een van hen had plots een ideetje. We hadden het briefje wáar gekregen? Niet hier in Aggius dus? Dat konden zij niet oplossen. Meer zelfs: dat mochten zij niet! Maar er was een iets groter dorp 20 kilometer verderop waar ze ons zeker konden helpen. De portier van dienst tikte tegen zijn kepi en de drie anderen namen alvast de kaarten weer op, scheve grijns om de mondhoeken. Het licht buiten was zo fel en onze bestemming zo vlakbij, dat we ons voornamen het de dag erop te doen. Maar het biljet was briljant en inspirerend, het was niets waard maar tegelijkertijd was het veel meer waard dan een banaal echt briefje: we hielden het bij. Mij omscholen tot valsemunter zit er niet in – dat is verdraaid veel technischer dan schrijfster, maar als de nood echt hoog is, ga ik valse briefjes scoren in Sardinië. Dat is mijn plan B. Tot dan overleef ik vooral dankzij het Vlaams Fonds voor de Letteren, zonder de werkbeurs stond ik nergens. Belangrijker nog dan hun geld is het feit dát ze mij een werkbeurs toekennen. De betekenis van die steun gaat boven de realiteit van het geld. Ik moét schrijven, kan ik denken. En denk ik, dus, tot ik het niet meer denk. Het financiële argument om ermee te stoppen klonk ijzersterk maar houdt dus ook geen stand. Het geld moet zijn plaats kennen, tenslotte. Het is maar een ruilmiddel, en ik aanvaard dat wat ik in ruil bied vluchtig is. Na deze uit de hand gelopen redenering, maak ik het de volgende – laatste – keer kort, beloofd. Waarover gauw (een beetje) meer!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s