Voorleesweek in de dodenmaand

At home in Malibu, Quintana Roo Dunne and her parents, John Gregory Dunne and Joan Didion, in 1976. (Time Life Pictures/Getty Images)

Er zat veel dood in de voorbije dagen. De dood van iemand die ik niet heb gekend, bijvoorbeeld, en die me toch erg heeft aangegrepen. Het ging om een meisje van 28, een schoonheid en een talent, de korte odes van haar vrienden en collega’s wonden er geen doekjes om. Het ongrijpbare meisje ook wel, voor iedereen, en zeker voor mij dus. Ongrijpbaar zijn en dan toch sterven. Dat noem ik wansmaak.

Er was ook Joan Didion met haar ‘Het jaar van magisch denken’ over de dood van haar man en haar dochter (die nog niet dood is op het punt waar ik ben beland in het boek, al gaat het al heel erg de foute kant op). Schrijfster Joan Didion die ‘het koelbloedige type’ wordt genoemd door het ambulancepersoneel en zichzelf in de hand houdt met deze mantra: ‘lees, leer, werk het uit, zoek het op’. Zelfs haar verdriet moet door die molen (geen wonder dat ze magisch begint te denken).

En dan was er de eend die op haar zij dreef op het water, zaterdag, de nek in een sierlijke boog. Langzaam werd ze meegevoerd tussen het riet op de oevers, en wij keken ernaar in onze loopbroek en vroegen ons af of de eend niet gewoon sliep – alvorens verder te lopen.

Dieren, mensen, dingen gaan dood, zeker in november. Van alle doden was alleen die van de eend draaglijk, of zelfs mooi te noemen. Dat je dood bent en dan toch nog beweegt op het water, op je linkerzij, toevallig mijn lievelingshouding. Niemand rouwde om de eend, behalve wij, gedurende één à twee seconden. Veel langer had ze niet nodig om de bocht om te drijven, en dan waren wij alweer verder op de mistige dijk, pratend over werk en wijzend naar een reiger die deed of hij dood was maar gewoon zin had in vis.

Vanochtend ging ik voorlezen in Harelbeke, onder meer aan twee jongens die in elkaar knepen van opwinding omdat ze de beste vrienden ooit waren. ‘Broers, zijn we eigenlijk,’ zei de ene. ‘In ons hoofd,’ zei de andere, ‘en vertel nu maar verder.’ Die twee achtjarige jongens straalden zoveel leven uit dat ze prompt tussen mij en de doden van het weekend in gingen staan, de schouders breed. ‘Sst,’ zei de ene tegen de andere, ‘haar niet onderbreken, dat is onbeleefd.’ Samen waren ze goed voor een zaal vol kinderen dus ik las voor, niet te kort, niet te lang.

2 reacties op ‘Voorleesweek in de dodenmaand

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s