boeken voor kleine en grote kinderen

Archive for maart, 2017|Monthly archive page

Verliefd in Nevele

In Auteurslezingen on maart 24, 2017 at 7:55 am

Het is jeugdboekenmaand en dat wil sinds een paar jaar zeggen dat ik als een soort voorgeprogrammeerde ‘Evelien De Vlieger’ ons vlakke land af reis, naar plaatsen als Zulte, Vichte, Slijpe of Asse, om kinderen van alle leeftijden de fontein van woord en beeld in te gooien, of toch op zijn minst een duwtje in de rug te geven (onderhouden mag niet!). Ik heb als kind nooit een jeugdauteur over de klasvloer gehad dus kan me niets inbeelden bij de verhalen van sommige collega’s die de eerste schrijfscheuten voelden ontkiemen bij zo’n bezoek van een schrijvende volwassene. Ik was een verlegen kind dat plaatsvervangend rood werd toen mijn vriendin voor de hele klas zei dat ze graag boeken over verliefdheid las – over boeken lezen werd dus blijkbaar wel gesproken in de klas. Zoveel lef had ik niet, ook al begreep ik perfect wat ze bedoelde, maar zij kwam dan ook uit een vooruitstrevender gezin dan ik. Haar moeder was een uitgesproken feministe, ze woonden in een groot huis met krakende houten vloeren en aten soep zonder zout in – iets wat ik lang geassocieerd heb met feminisme. Maar vooral: ze durfden openlijk te zeggen waar het op stond. Ik niet, ik moest het hebben van mijn schattigheid, maar een schattige schijtluis blijft een schijtluis. Ik durfde nergens over te praten. En kijk mij nu, ik sta voor grote groepen kinderen te praten alsof het niets is, het thema van deze jeugdboekenmaand is M/V/X (je bent wie je bent), dus ik praat ook altijd even over wat jongens anders maakt dan meisjes, over vechten en rustig zijn, over wilde uurtjes en momenten dat je je inkapselt in jezelf.

We praten ook altijd over verliefdheid (daar gaat mijn boek ‘Hoe maak ik het aan’ over), want dat durf ik ondertussen – toch als de anderen vertellen. En ik sta vaak versteld van hoe open en gretig sommige kinderen daarover praten in een grote groep. Gisterochtend vroeg ik aan de prachtkinderen van Nevele of ze al eens verliefd waren geworden op iemand van hetzelfde geslacht. Eerst klonk er veel gegiechel en was er zelfs ongeloof in sommige ogen. Toen zei een meisje op de eerste rij: ‘ik ben vorig jaar van vriendschap verliefd geworden op mijn vriendin, zo leuk vond ik haar’, ze maakte er een gebaar bij alsof ze het ook niet kon helpen. Iedereen vond het aannemelijk, niemand lachte haar uit. Een ander meisje was eens verliefd geworden op iemands voeten. ‘Dat waren vast geen zweetvoeten,’ zei ik en meteen had ik spijt want het meisje keek nog altijd verliefd als ze aan die voeten dacht.

Als de tongen eenmaal losgekomen zijn gaat het over kinderen van acht jaar die al drie jaar een koppeltje zijn – opletten voor de seven-year itch! –, over het helemaal tegelijkertijd aanvragen met elkaar, over flauwvallen van te veel te voelen. Ik kom van alles te weten, soms zelfs over de juffen, ook al in Nevele zat er een juf in de zaal die zo leek weggestapt uit Matilda van Roald Dahl – als juffrouw Engel, niet als de Bulstronk – tot een van haar leerlingen riep dat de juf een vogelspin als huisdier had.

Ik vraag ook altijd of iemand al eens verliefd is geweest zonder dat ze het durfden te zeggen en er gingen zoals altijd heel voorzichtig enkele vingers de lucht in – bijna onzichtbaar voor de anderen. Uiteraard vraag ik niet door, ik vind ze zo al moedig genoeg. Maar de echte schuchteren zijn er ook, en die steken geen vinger op, al zijn ze misschien op dat eigenste moment smoorverliefd op het klasgenootje dat naast hen zit. Ik probeer hen duidelijk te maken dat ik ook heel verlegen was en alleen zij horen het, want ik zeg het niet hardop. Zoals ook wildvreemde roodharigen soms naar elkaar knikken op straat, zo herkennen verlegen mensen de signalen bij elkaar. Ik ga hier niet uitleggen welke, misschien schrijf ik er eens een boek over. Maar eerst dat langverwachte boek over Gehaktman (zijn leven staat op het spel, er worden al messen geslepen, er kunnen ook gehaktballen in meedoen), want daar zullen alle kinderen van smullen, schat ik, een zot boek voor de schroomvalligen en de schreeuwers, de vrolijken en de bedachtzamen, voor de jongens en de meisjes en iedereen daartussen.

Bewaren

Advertenties

‘Hoe is het met je boek, mama?’

In Over mijn werk on maart 3, 2017 at 5:27 pm

Mijn jongste kijkt me bezorgd aan.
‘Goed,’ zeg ik, maar hij is niet tevreden. Ik ook niet, het is vakantie en ik kan niet ongestoord werken, in de caravan is het te koud en het huis zit te vol. ‘Werk nu maar verder,’ zegt hij en hij bedoelt het dwingend, als in: werk het nu eens af! Hij gaat de tuin in, geen vriendjes op het plein vandaag net als alle andere dagen van deze vrije week, de druilerigheid bereikt een nieuw hoogtepunt en we zijn ook al weken ziek. Nooit allemaal samen, we geven de stok door, onderweg naar een eindmeet waar we eindelijk genezen de lente in kunnen gaan. Maar nu dus nog niet. A dsc_0516room of one’s own zou handig zijn nu, doe mij maar het schrijfhok van Dylan Thomas, daar zou het pas vooruitgaan, toch? Ik wil mijn boek af want volgende week beginnen de lezingen, maart is jeugdboekenmaand, maar ik heb natuurlijk niets te willen.
In de tuin zit een verdwaalde eend. Ze zit er verdwaasd bij, het lijkt even of ze gewond is. De kat maakt al omcirkelende bewegingen rond dat nieuwe speeltje op haar territorium, het lijf en de oren plat, de poten ingetrokken. De jongste test zijn zelfgemaakte boog, dodelijk efficiënt is hij maar zijn pijlen kunnen niet verwonden, ze dienen enkel om ver en hoog te vliegen. ‘Jaag de eend weg!’ roep ik door het raam naar hem, hij kijkt me vragend aan en ik knik, het mag, het moet, voor de kat ze beet heeft. Hij gaat erachteraan en roept en zwaait tot ze onwillig rechtop waggelt, tegen haar zin een paar pasjes zet – de kat sluipt dichterbij en trekt haar poten en klauwen uit – en dan log ons streepje tuin uit fladdert.
dsc09625‘Ze kon nog vliegen, zag je het?’ vraagt hij, blij dat die orde alvast hersteld is. Ik knik van achter het scherm van mijn laptop. ‘Heb je al een titel, mama?’ Zelfs dat niet. Hij zucht. ‘Doe anders: “De kronieken van Isaac”.’
Kinderen zijn lastpakken, maar vergeleken bij personages van een boek dat nog niet klaar is worden het engelen.
‘Zullen we Carcassonne spelen?’ vraagt hij. ‘Straks?’.
‘Straks!’ zeg ik. ‘Zeker!’