boeken voor kleine en grote kinderen

Archive for januari, 2017|Monthly archive page

Laat het altijd winter zijn

In Uncategorized on januari 19, 2017 at 11:35 am

Ik legde gisteren vers stro in het kippenhok en vond daar dertien eieren: twaalf witte en één bruin. Ze hadden er plots weer zin in gekregen, en ik met hen. Hun verenkleed staat breed, er loopt dubbel zoveel kip door de tuin. Ik voel me hun moeder als ze me op de voet volgen, maar ze willen enkel iets te bikken (al kennen ze complexe gevoelens als frustratie en verveling, stond in de krant te lezen, en ze zijn ook niet vies van een vriendelijk woord of een aai, het zijn net pubers). Als er niets meer te pikken valt, zoeken ze de zon op. De grond is te hard om een kuil te graven maar ze hebben hun donsdeken klaar. Met de eieren maken ze veel mogelijk, hierbinnen. Gisteren Nutellakoekjes. Vandaag boekweitpannenkoeken.
Het jongste kind is thuis, bleek als een dweil, hij speelt piano met zijn warme handen, gniffelt om de naam van de componist, gaat dan helemaal loos met de noten, Ludwig Schytte, Bach en Pachelbel, hij slaat ze allemaal aaneen tot één groot stuk, vol uitbundige en soms ook ingetogen thema’s en ritmes, hij ontfermt zich over de toetsen tot het dampt in huis.
Ondertussen spelen we al vijf dagen Monopoly en de strijd is nog niet beslecht. ’s Nachts hertekenen de katten de stad, de straten veranderen van eigenaar, het geld wordt verschoven onder de tafel. ’s Ochtends vechten ze, zijn ze onverbiddelijk, ze blazen en klauwen, jij moet je plaats kennen, denkt de oudste, ijskoningin die ze is met haar sneeuwwitte vacht, maar de tijger valt toch aan, en het lijkt elke keer over leven en dood te gaan. Daarna liggen ze urenlang hun ingebeelde wonden te likken, in wel honderd posities, nu eens kop tussen de poten, dan weer kwetsbaar op de rug als een pasgeboren baby, zodat wij bijna niet anders kunnen dan hun alle kanten op staande wintervacht aaien. Geniet ervan, zeggen ze dan met hun tot spleetjes geknepen ogen, straks is het voorbij en ga ik je gordijnen weer in.
De tram piept en knerpt meer nu het vriest, hij dendert om de tien minuten voorbij en herinnert aan de wereld daarbuiten, in de stad is het minder koud.
De middelste zoon kwam gisteravond met paarse handen en blauwe knokkels thuis van de theatergroep, het enige wat hij over die lessen wil lossen is dat zijn docent een rosse baard heeft, hij is trots op zijn handen, we mogen er allemaal eens aan voelen, er staat voor één keer geen piemel op en de kou voelen we niet.
Ik lees een boek over hoe je beter kunt lezen (van Lidewijde Paris, die kan pas lezen), probeer het meteen uit op ‘Vaak ben ik gelukkig’ van Jens Christian Gröndahl, vraag me af waarom ik al zoveel boeken schreef voor ik eigenlijk goed kon lezen, wil ik echt een in het duister tastende debutant blijven? Ik wil denk ik vooral de passie niet verliezen. Ik herinner me de bevroren handen van toen ik kind was, we vertellen erover tegen elkaar onder een deken, hoe de pijn van het ontdooien ons deed huilen.

081_001 16143947_10210604221237025_2125017271_n 16144860_10210604220877016_95235111_n16176200_10210604278078446_1305096329_n
Misschien zijn winterherinneringen wel de mooiste. Er mogen van mij wat bergen bij. We waren kinderen, mijn zus en ik en nog een paar anderen mochten nog naar buiten ver over bedtijd, de maan liet de sneeuw glanzen en verjoeg het donker, we sliepen tweeduizend meter hoger dan de zeespiegel, in de bergen aan de overkant stond een pijl van bomen, we waren niet bang en ik heb het nooit meer zo stil geweten als die nacht. Ik woon waar het plat is en lelijk maar kan bergen zien in wolken, in bomen, in hopen zand op bouwterreinen. Maar alleen als het koud is.

Laat het altijd winter zijn. Laat het altijd vriezen. Laat het binnen warm zijn, en buiten ijskoud. Laat het niet, nooit meer andersom zijn.

Bewaren

Advertenties

Gelukkig nieuwjaar (en voor iedereen een schrijver)

In Uncategorized on januari 13, 2017 at 9:25 am

Ik ben goed in dingen opstarten en dan ergens onderweg verdwalen en vergeten dat ik überhaupt iets had opgestart. (Überhaupt. Wat een akelig woord, ik moet dat in 2017 maar niet meer gebruiken). Het kan gaan om iets eenvoudigs als elk jaar een schrijver bedanken en deze wens de wereld in sturen: dat iedereen een nieuwe schrijver mag ontdekken. Ik heb het al eens een jaartje nagelaten te doen, maar pik die goede gewoonte nu graag weer op, omdat er geen enkele twijfel kan bestaan wie ik wil bedanken. Ik las nochtans veel moois vorig jaar(nog iets wat ik me regelmatig voorneem en verzuim te doen: opschrijven welke boeken ik lees en wil lezen). Er was ‘Liefde’ van Knausgard, ligt te wachten tot ik verder lees, er was Patti Smith met ‘Just Kids’ en ‘M Train’, er was ‘The passion’ van Jeanette Winterson (‘Do it from the heart or not at all’). Ik moet dringend ‘In gratitude’ van Jenny Diski lezen, in mei komt de nieuwe Johann Harstadt uit (hoera!), er was veel en er is veel. Maar nu ben ik over de helft in ‘Ik heet Lucy Barton’ van Elizabeth Strout, en ik weet niet goed wat ik nu moet doen, het boek uitlezen en beseffen dat het mooiste van 2017 al achter de rug is of het opsparen tot ik het nodig heb? Ik kan het herlezen natuurlijk en dat zal ik ook, in het Engels, want dat is de taal waarin Elizabeth Strout het schreef, maar nooit zal het nog hetzelfde zijn. Ik zoek een citaat om jullie te overtuigen (en nu uitkijken dat ik niet het halve boek overtik).

‘Maar het komt ook wel eens voor, onverwachts, als ik op een zonbeschenen stoep loop of de kruin van een boom in de wind zie buigen, of een novemberlucht laag boven de East River zie hangen, dat ik opeens overweldigd word door een besef van diepe duisternis, zodat er misschien wel een geluidje aan mijn lippen ontsnapt, en dan loop ik de dichtstbijzijnde modezaak in om met een onbekende een gesprek aan te knopen over de snit van sweaters uit de nieuwe collectie. Op die manier moeten de meeste mensen zich door de wereld bewegen, half en half iets beseffend, bekropen door herinneringen die onmogelijk waar kunnen zijn. Maar wanneer ik anderen zelfverzekerd over straat zie lopen, alsof ze geen greintje angst kennen, begrijp ik dat ik niet weet hoe anderen zijn. Veel in het leven lijkt pure speculatie.’

‘Ik moest bij de verpleegsterspost op een stoel gaan zitten terwijl ik mijn best deed om niet te huilen. Kiespijn sloeg haar arm om me heen, en om die reden hou ik nog steeds van haar. Ik vind het weleens jammer dat Tennessee Williams die tekst voor Blanche DuBois heeft geschreven: ‘Ik heb me altijd verlaten op de vriendelijkheid van vreemden.’ Veel mensen zijn vele malen gered door de vriendelijkheid van vreemden, maar na een tijd klinkt dat banaal, als een cliché. En dat vind ik jammer, dat mooie, ware woorden te vaak worden herhaald waardoor ze zo oppervlakkig gaan klinken als een cliché.’

‘Sarah Payne zei: Als er een zwakke plek in je verhaal zit moet je er meteen iets aan doen, zet je tanden erin en doe er iets aan, voordat de lezer het doorheeft. Zo krijg je gezag, zei ze op een van de cursusdagen waarop de vermoeidheid van het lesgeven op haar gezicht te lezen was.’

Twee recensenten hadden zich al lyrisch uitgelaten over dit boek, en mijn moeder stuurde er ook mails met veel uitroeptekens en hoofdletters over (bedankt, mama!). Ik kreeg vorige week nog de vraag wie eigenlijk mijn lievelingsschrijver was, ‘Richard Yates’, antwoordde ik met een licht paniekgevoel, ook hier weer snelt Elizabeth Strout te hulp: ‘Ze kon zelfs nauwelijks zeggen hoe ze heette! En ik had het gevoel dat ik ook dat begreep.’ Er zijn mensen die het niet erg vinden dat ik niets met zekerheid weet, vrienden en vreemden. E. Strout weer: ‘Er wordt voortdurend geoordeeld in deze wereld: hoe kunnen we ervoor zorgen dat we ons niet de mindere voelen dan de ander?’ (En ook nog: ‘Het is niet onze bedoeling zo kleingeestig te zijn. Heb medelijden met ons – dat gaat vaak door me heen – heb medelijden met ons allemaal.’ Ja, ik moet nu echt stoppen.) Elke schrijver heeft één verhaal, zegt mijn nieuwe goeroe, ik denk dat ik het daarmee eens ben.

Ik schreef dit gisteren en las ondertussen het boek uit – tot zover díe twijfel – maar er waren verzachtende omstandigheden. Ik reed in de regen naar huis, mijn fietslampjes lieten het allebei afweten, de wanhoop werd bij elke trap groter, thuis wacht een warm bad, sprak ik mezelf moed in terwijl vrachtwagens me alvast voorspoelden, er resten je nog wel zestig bladzijden Strout.

Vandaag zeg ik: tik die twee laatste hoofdstukken niet over. Bedank liever Elizabeth Strout en bak daarna rozijnenbrood.

Heb medelijden met ons, ook in 2017. Gelukkig zal het nieuwe jaar zijn.

15978172_10210547607581719_383052848_n 15978264_10210547654662896_1672353651_n 15978259_10210547607621720_1684788269_n 15978220_10210547617021955_1131312796_n 15978203_10210547607101707_1982582763_n  15978566_10210547606301687_1289121802_n 15978443_10210547655142908_1778254016_n 15978429_10210547606741698_2121197797_n 15978417_10210547607141708_1759806265_n 15978375_10210547606861701_802260149_n 16111635_10210547607301712_227263666_n 16111616_10210547654902902_669198717_n 16111579_10210547607741723_1868302788_n 15978870_10210547654862901_1504067713_n 15978829_10210547607021705_41133233_n 15978912_10210547654822900_367619626_n 16111986_10210547607501717_247580054_n 16111893_10210547616581944_1691552987_n 16111772_10210547654742898_1190760250_n 16111676_10210547654422890_2115104342_n 15995428_10210547606421690_761721534_n 15979022_10210547655102907_2038592469_n  15978964_10210547606101682_2090742269_n 15978944_10210547606941703_400057264_n 15979004_10210547820067031_381986699_n 15995989_10210547613061856_657627167_n 15910182_10209134198326057_670467643_n 15995761_10210547606381689_38803273_n 15995473_10210547607261711_1180112983_n 16111152_10210547607341713_626562972_n 15942449_10210547820387039_621464868_n16111450_10210547820267036_433331052_n 15996168_10210547606461691_224394064_n 15996088_10210547612981854_2104425315_n 15996067_10210547607661721_924533278_n 15227858_10210076726769993_1580417439_n 16111198_10210547607181709_859441434_n

Bewaren