boeken voor kleine en grote kinderen

Back to Bournemouth (6)

In Over mijn werk on december 16, 2016 at 4:02 pm

Ik wil niet opscheppen, maar Sue heeft bosbessenmuffins gebakken en vraagt of ik thee wil. Ik ga in de zetel zitten, schoenen uit, het lijkt alsof iemand terug leven in mij pompt. Ze leert me wat huis-tuin-en-keukenwitchcraft, Bournemouth is niet voor niets de stad van Roald Dahls ‘De heksen’, en Sue heeft wel wat van een wijze. Ze volgde een cursus reiki en paste haar skills al met succes toe op zieken uit haar vriendenkring – ik ben niet ziek maar het kan altijd gezonder, ik geloof in haar good vibes. Als ik zeg dat ik blij ben toch nog een echte heks tegen te komen, lacht ze het weg: ‘Ik zou het niet eens tot de brandstapel geschopt hebben.’ Daar vergist ze zich, denk ik, maar een beetje heks moet ook niet te zelfbewust zijn.

’s Avonds gaan we bij de Koreaan om de hoek eten, Sue is zo vriendelijk tegen het meisje dat ons bedient dat ik niet anders kan dan aan haar eigen jeugd in de take-away denken, ze laat ook een enorme tip achter. Het eten is afgrijselijk pikant en toch ook lekker, ergens op die ene stoere smaakpapil linksachter in je mond. We eten tot het echt niet meer te blussen valt. Als we terug thuis zijn probeer ik nog even wakker te blijven, ik lig onder een dakvenster net als Isaac, de achtjarige in het au-pairgezin van mijn hoofdpersonage, ik glijd mijn boek en de nacht in.

15592236_10210285871558482_973496366_nDe volgende ochtend krijg ik porridge, versie 2.0. Havermout, hazelnootmelk, bosbessen, amandelschilfers, een snuif kaneel en haar secret ingredient: geen geroosterd paddenoog maar een mespunt grof zout. Lovely! De dag straalt, de zoveelste op rij, ik voel de prettige opwinding van het nakende vertrek, waarnaartoe weet ik nog niet, maar weg uit Bournemouth, dat is zeker. Ik weet dat ik langs Brighton kom, dat zou Londen aan de kust zijn, ik ken het van Bloc Party’s ‘Waiting for the 7:18’ waarin ze op het eind brullen van ‘Let’s drive to Brighton on the weekend’. En nu, terug thuis, lees ik dat de vijftienjarige zoon van Nick Cave er van een klif viel. Vanavond gaan we naar de film over dat verlies kijken: ‘One more time with feeling’, de ontroerende muziek van Nick Caves ‘The Skeleton Tree’ beluisterde ik heel vaak de afgelopen maanden. Ik vraag me af of ik tegen de beelden ga kunnen, maar anderzijds is je niet laten raken ook geen optie. Het is oefenverdriet voor het echte verdriet dat nog komt, met dank aan degene die mij onlangs dat mooie woord cadeau gaf.

Ik besluit toch om een stad verder te mikken: Eastbourne, dat zegt me niets behalve dat het het eindpunt is van de South Downs Way, een kustwandeling die we img_6308deze zomer gingen doen tot we op het laatste nippertje van plannen veranderden en op onze luie kont gingen liggen lezen in de warme Cevennen (een plaats voor altijd verbonden met Jude en Willem uit ‘Een klein leven’ van Yanagihara, een boek waar je veel tegen kunt inbrengen, maar dat kun je tegen de vriendschap of de liefde ook).

Ik boek een kamer in een guesthouse op de dijk van Eastbourne en ben stilaan klaar om afscheid te nemen van Sue en haar man. Ik moet door het New Forest, weet ik, op de heenreis nam ik niet de tijd om daar te wandelen, het zag er nochtans stunning uit in herfsttooi en al wandelend komen de beste ideeën. Sue weet een mooie lus van anderhalf uur naar een bijzondere plek, ik noteer de plaatsen en rijd even later weg uit de straat alsof ik er twee maanden verbleef in plaats van twee nachten, we wuiven onze arm er bijna af.

De autorit naar Beaulieu (uitgesproken als Bjoelie) leidt me langs een buitensporige kleurenpracht, op zijn Vivaldi’s, vingerdik en zonder remmingen. Ik moet wel af en toe remmen voor de wilde paarden op de weg. In Beaulieu parkeer ik de auto en begin ik te stappen naar Buckler’s Hard. Ik merk al gauw dat het niet bepaald Into the wild wordt, het pad is druk belopen, het woeste, desolate landschap waar ik daarnet door reed is hier veel minder spectaculair, ik waan me in de Blaarmeersen. Maar geen kwaad woord over de Blaarmeersen! Soms is banaliteit net wat je nodig hebt: al wandelend zie ik mijn boek voor me en krijg ik nieuwe zuurstof, ik weet meteen dat de ideeën blijvers zijn en noteer ze in mijn schrift, soms zelfs al wandelend waarbij ik één keer bijna in de gracht beland – schrijfster geveld in actie.

15577577_10210286018122146_1549166609_nAls ik veilig op een bankje zit om verder te schrijven, komt er een Duitse scheper aangehold, hij gaat recht in mijn zicht staan, het is net dezelfde hond die ik in Canada als wandelmaatje kreeg. Prompt schrijf ik hem in mijn verhaal, hij geeft me niet veel keus. Ik begin me af te vragen of ik straks met een hond naar Eastbourne rijd als zijn baasje eindelijk komt aangewandeld, hij draait zich om en huppelt uit beeld, een en al leven en kwijl, het poseren moe.

15592545_10210285645832839_1336237188_nBuckler’s Hard is een vreemde plek, een dubbele huizenrij op een groene helling bij het water. In de 18de eeuw was dit een scheepshelling waar een oorlog15592136_10210286153005518_410453781_nsschip werd gebouwd, de huizen waren bewoond door de arbeiders en de architecten, er is ook een kapelletje, een boomgaard met oude appelrassen en een pub – of course. In twee van de huizen kun je binnen en zitten er wassen beelden op je te wachten die voor eeuwig in dezelfde houding tussen de plastic worsten en broden staan, ik krijg er een beetje het Bokrijkgevoel van, al ziet het kleine meisje voor het raam er griezelig echt uit. Ik loop terug naar mijn auto terwijl ik een paar kleine clandestien geplukte appeltjes opeet, het zijn harde zurige smaakbommetjes, lekker!

15577642_10210285868398403_1201664318_n15571001_10210285868078395_1857100096_nAls ik terug in Beaulieu ben, staan er paarden op het trottoir voor een winkel, het lijkt alsof er eentje aan het shoppen is. ‘Ga jij even cash halen, schat?’ Het witte paard steekt met slepende tred over, altijd dezelfden die het geld uitg15555705_10210285796356602_454469684_neven, denkt hij.

Ik ga zelf geen winkels meer binnen want ik wil voor vijf uur in Eastbourne zijn, anders moet ik via de selfcheck binnengeraken in mijn guesthouse en daar krijg ik al klamme handjes van nog voor ik aan de instructies begonnen ben. Ik rijd goed door en haal het: een levende persoon staat me op te wachten, een vriendelijke reuzin die haar gasten keien laat beschilderen en zelf ook een boek aan het schrijven is, een kookboek, zegt ze er relativerend bij. De enige selfcheck die ik hoef te doen is deze, straks in de spiegel: ben ik hier echt?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: