boeken voor kleine en grote kinderen

Back to Bournemouth (3)

In Over mijn werk on december 8, 2016 at 9:20 am

Ik heb de nacht in halve coma doorgebracht en ontwaak als herboren: wie ben ik, waar ben ik, en vooral: wat is dit voor verdacht proper bed? Dan weet ik het weer, ik logeer in het Royal Bath Hotel and Spa, dat laatste woord betekent dat er naar hartenlust kan worden gebadderd, gebubbeld en gezweet. Ik ga voor een full English breakfast dus wil eerst een half uur zwemmen. Honger is de beste saus, zeker als er warme bonen op het menu staan. Het zwembad is niervormig wat het baantjes trekken een beetje sullig maakt, maar het is ook leeg, of toch quasi, en dat is een grote meevaller. Hoe leger, hoe liever, is mijn motto als het over zwembaden gaat. Ik geniet van de stilte van het water, de lucht achter de wazige verandaruiten is van een bemoedigend soort blauw en ook in de sauna lig ik alleen.
flat1000x1000075f-u1Onderweg naar het ontbijt valt me op dat het hotel mooi oud is geworden, iets wat niet van alle hotelgasten kan worden gezegd. En toch heeft het ook iets triests, al deze schoonheid aan dumpingprijzen, personeel dat bijna zonder uitzondering een andere moedertaal spreekt. Voor je het weet ga je verlangen naar voorbije tijden, toen mensen zich nog opkleedden om te gaan eten, en je bediend werd door obers in pak en meisjes in gesteven schorten. Maar tussen alleen goedgeklede rijken had ik er vast ook niets aan gevonden. Bovendien is het eigenlijk verfrissend als je een gast in een Brits hotel aan de hotelbediende hoort vragen: ‘Where are you from?’, en zij dan doodleuk de pracht van Bulgarije bezingt en hem tips geeft voor als hij er ooit naartoe zou gaan. Je hoeft geen fan te zijn van Alice in Wonderland om er toch bij uit te komen in deze tijden van globalisering, je schoot onbewust door dat konijnenhol en nu staat alles op zijn kop.
15355888_10210156739330257_798417742_nEnglish breakfast heeft op zich al iets absurds overdadigs, maar in een ontbijtbuffet krijg je daar de overtreffende trap van: blikken vol spiegeleieren, rijen worstjes, gestapelde schijfjes black pudding, bergen gebakken spek, mijn lever vraagt al voorzichtig of hij ook iets mag zeggen. Er zijn bonen die dobberen in dikke tomatensaus, gebakken tomaat en champignons à volonté. Er is toast en marmelade, boter, porridge, yoghurt en muesli, grote stukken watermeloen en verrassend lekkere grapefruit uit blik. Bij de eieren raak ik aan de praat met een man van ongeveer mijn leeftijd: een opvallend jeugdige gast in dit hotel. Hij had me de dag voordien ook al gezien, zegt hij, twee keer zelfs, een keer aan de incheckbalie en een keer aan de pier. Toeval. Ja. Hij logeert niet hier, maar in een designhotel met zicht op zee en een terras aan zijn kamer, hij komt hier alleen om te zwemmen en te ontbijten, hij is architect, de zee inspireert hem. Misschien wil ik wel samen ontbijten? Ik pas, ik popel om in mijn lege schriftje te beginnen schrijven en bovendien is zijn nekhaar ook echt te lang, iemand moet hem dat eens zeggen, maar niet ik. Achteraf heb ik een beetje spijt – eten is een van de downsides aan alleen reizen – maar het groeit niet uit tot hartverscheurend veel spijt.
15403043_10210156781251305_1248317900_nHet eerste wat ik vandaag wil doen is teruggaan naar het huis waar ik al die jaren geleden logeerde. Ik heb het al bekeken op Google Earth, maar dat zegt niets, ik moet het in het echt zien. Het huis ligt op een half uur wandelen van de zee in het groene, residentiële deel van Bournemouth. Als ik er eindelijk voor sta, denk ik: dit is een huis. Meer niet. Geen enkel detail zegt me wat, alleen het kerkhof achter het huis herinner ik me, het is groot als een dorp, scheefgezakte stenen graven staan lukraak in het gras, her en der staan reusachtige geurende pijnbomen, in het midden een kerk, grote lanen snijden het domein in vieren. 15401284_10210180156635675_346078931_nVanuit mijn kamer had ik zicht op dat kerkhof, als ik me dát niet had herinnerd, kon ik me beter meteen laten inlijven door de Crocsgang van Battle. Er zit ondertussen een dierenartsenpraktijk in het huis dus ik maak me beter uit de voeten voor ik in de enkel word gebeten door een dolle hamster. Ja, het voelt een beetje belachelijk, hoe ik daar sta voor het het huis waar ik ooit sliep, starend, versteend als een van de engelen op het kerkhof. Op schrijfreis drijf je op het geloof in je boek, als dat even wegvalt ben je gewoon in je eentje op reis. Ik moet bewegen.

Er wandelt een meisje voorbij en ik vraag haar of ze een park in de buurt weet, er zitten al veel parkscènes in mijn boek, dus daar vind ik mijn zelfvertrouwen vast terug. Ze probeert het uit te leggen, maar ze ziet dat ik dat park nooit in mijn eentje ga vinden en zegt dat ik anders een eindje mee kan lopen, ze is onderweg naar de bibliotheek en moet door het park. Wat ik doe in Bournemouth, vraagt ze, en ik leg uit dat ik op een soort researchtrip ben voor een young-adultnovel. Haar mond valt open. Really? Zij is illustrator, zegt ze, en nu bezig aan haar eerste young-adult. We zijn er allebei stil van, maar het is een leuke stilte, als een ingebeelde high-five. Als we allang in het park zijn, blijven we onze verbazing wegpraten en waarom wandel je niet gewoon mee naar de bibliotheek, zegt ze, dan weet je die ook alvast zijn. Bij de bibliotheek beslissen we om nog een koffie te gaan drinken zodat we ons gesprek niet op straat hoeven af te ronden, en als we zitten begint ze te vertellen over haar jeugd. Sue is het kind van Chinese migranten die naar Groot-Brittannië verhuisden in de jaren ’60 om er een restaurant te openen. Als kind werd ze al snel ingeschakeld om in de take-away te werken, net als haar broers en zus. Haar vader haalde vaak gewelddadig uit naar zijn vrouw en kinderen, haar moeder sprak geen Engels, de kinderen spraken geen Chinees. Haar moeder stond vaak bont en blauw in de keuken van het restaurant. Op haar vijftiende is ze aan deze hel ontsnapt door naar Londen te vertrekken met een scholarship voor een modeschool. In de graphic novel waar ze aan werkt wil ze vertellen hoe ze zich een buitenstaander voelde op school omdat ze er Chinees uitzag, en ook geen echt thuisgevoel had omdat iedereen er bang was en haar eigen moeder niet eens Engels sprak. oabkbhba

De vraag blijft hoe ze zo jong kan zijn. Blijkt dat ze alleen in een heel jong lijf zit, ze is vijfenveertig, twintig jaar ouder dan ik haar had geschat. Chinese vrouwen verouderen in één klap, zegt ze daarover, op een dag sta ik op en zie ik eruit als Yoda. Ze maakt het ondraaglijke licht door het ook te hebben over de details die haar overeind hielden in de grootste ellende, soms hilarische details: onweerstaanbaar, vind ik dat. Ze nodigt me uit om bij haar te logeren, ze woont een paar straten van het huis waar mijn verhaal zich afspeelt, ik zeg meteen ja ook al hoop ik dat die overnight transformation niet net zal plaatsvinden als ik er ben.Daarna zweef ik door Bournemouth. Ik kan maar niet geloven dat dit gebeurde. In Canada kwam ik ook al een schrijfster tegen die me na een lunch uitnodigde om in haar huis te logeren. Is er iemand die het allemaal voor me regelt? In dat geval: hartelijk dank!

In het hotel schrijf ik een paar uur op mijn kamer, ga daarna een half uur langs het strand lopen, zie een vliegtuig aan de einder heel traag zeven ladingen droppen – parachutisten, zo blijkt als de schermen openvouwen als bloemen aan de hemel – en ben dan helemaal klaar voor een bezoek aan de Spa van het hotel. Het zwembad is weer bijna leeg, maar het had leger gekund: ik zwem tussen twee ronde vrouwen van wie er eentje zich om de paar minuten aan wal hijst om haar gsm te checken en één local met rugtattoo die komt zwemmen na het werk. Als het bubbelbad begint te borrelen stappen we er alle vier als gehypnotiseerd in, ik zit nog niet neer als ik besef dat ik eigenlijk een hekel heb aan die dingen. Het geborrel zorgt ervoor dat je geen gemakkelijke houding vindt, je ledematen worden de hele tijd de lucht in gestuwd zodat de kans groot is dat je plots op een vreemd lichaamsdeel botst onder water en dan is er ook de kwestie van waar je naar moet kijken, naar elkaar is een beetje gênant, de ogen dichthouden is een optie maar mijn oogleden werken nooit mee aan dat plan. Enfin, ik wil er dus uit. Maar ook dat is geen optie als iedereen er nog in zit, want dan moet je dat trapje op en geef je een onderaanzicht prijs dat je liever niet deelt met derden – en het is duidelijk dat zij ook maar doen alsof ze hun ogen dicht hebben. Iedereen doet zijn tijd uit, het geborrel valt met een zucht stil en we kunnen collectief het trapje op. Op naar de stoomcabine. Ik ga het dampende hok in en trek aan een touwtje links van de deur waarmee ik veronderstel verse stoom vrij te laten, maar in de plaats wordt er een oorverdovend ge-wieoew ingezet. Een meisje op slippers komt op haar dooie gemak het alarm uitzetten, ‘no problem’, zegt ze, ‘it happens all the time’ en ik verdenk haar ervan dat ze dat touwtje daar for fun heeft gehangen. Het is haar vergeven ook, het is een wonder dat er niet meer van die touwtjes hangen als je bedenkt hoe saai haar job is. Ik laat de stoomcabine voor wat ze is, ontspannener dan dit hoef ik niet te worden, en ik scheur ook van de honger.

In het hotel kun je van het buffet eten voor een prijsje maar ik blijf er een dubbel gevoel bij hebben, buffetten maken het slechtste in veel mensen los, zeker als ze de oorlog hebben meegemaakt, en neem ze dat eens kwalijk. Ik lijd dan weer aan een andere kwaal, ik kan niet kiezen, en eindig dus steevast aan tafel met een bord vol kleine porties van gerechten die niet bij elkaar passen. In de lounge is er die avond livemuziek: op het podium staat een gitarist die een effect gebruikt om zijn instrument zo weinig mogelijk als een gitaar te laten klinken, bovendien zo versterkt dat niemand nog iets tegen elkaar kan zeggen. Het is niet dat ik iemand heb om tegen te praten maar ook denkbeeldige gesprekken vlotten niet met muzak op de achtergrond, het voelt een beetje alsof we allemaal samen in een lift zitten – maar dan een hele grote. Ik trek dus mijn jas aan en wandel naar een Thaï waar alle andere klanten er ook Thaïs uitzien, behalve één heel erg rosse man met baard, de excuus-Brit. imagesIk bestel een curry met veel groenten en rijst, word snel bediend en eet alles op tot de laatste korrel. Een man alleen aan een tafeltje tegenover me bestelt een salade en wijn. De dienster komt met twee glazen uit de keuken. Klein glas of groot glas? Groot glas, wijst hij. Na twee happen van zijn salade belt hij een taxi. Hij neemt nog één slok van zijn groot glas en vertrekt. De salade ziet er heerlijk uit, zijn glas is nog halfvol. Alleen eten, het is me wat. Op mijn kamer probeer ik nog te schrijven, maar het lukt niet. Mijn hoofd zit vol met verhalen die niet in mijn boek thuishoren, maar dat is niet erg. Zonder omwegen raak je er toch niet. Ik val in slaap met de zekerheid dat ik morgen een mooie omweg mag maken.

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: