boeken voor kleine en grote kinderen

Weg met jeugdboeken

In Uncategorized on januari 23, 2016 at 9:53 am

b24203cb2ad384f78ed5146640eb50f7Ik voel me niet thuis in de rol van stormtrooper, maar nu trek ik toch even helm en harnas aan. In twee maanden tijd met zoveel dedain en onwetendheid over jeugdliteratuur horen spreken is erover. Er wordt anders namelijk gewoon helemaal niet over gesproken en dat is veruit te verkiezen, leve de luwte. In De Standaard der Letteren las ik gisteren de recensie van Michael Bellon over Anna, Ammaniti’s nieuwe roman: ‘Waarschijnlijk had Ammaniti erop gerekend dat zijn onverschrokken jonge heldin en haar broertje (…) de lezers zouden inpakken, maar onze koude kleren heeft hun lot niet geraakt. Misschien kan Anna nog dienst doen als jeugdroman. Al tref je tussen de karkassen en de ruïnes ook nergens bespiegelingen aan die een boekbespreking zouden kunnen stofferen.’ Bellon sluit af met de veroordeling van Anna als een ‘failed novel’. Zelfs te slecht om aan onze jongeren te lezen te geven, jongeren die toch alleen maar lezen voor de verplichte boekbesprekingen.

Op de vorige Uitgelezen in de Vooruit sprak auteur Yves Petry over Elena Ferrantes (terecht) bejubelde roman De geniale vriendin. Hij merkte op dat het hier en daar zo flauw neergeschreven was dat het wel jeugdliteratuur leek. Het voorbeeld dat hij aanhaalde was dat een personage iets ‘bromde’ in plaats van het gewoon te zeggen. Niemand op het podium trad hem bij, maar niemand leek ook de vuige vergelijking met jeugdliteratuur gehoord te hebben, misschien omdat ze het onzin vonden maar waarschijnlijk eerder omdat het begrip ‘jeugdliteratuur’ niet geregistreerd wordt als iets om op in te pikken, als iets van belang.

De tijd is rijp om eens goed te brommen.

Jeugdliteratuur begint meer en meer op een oninteressant maar noodzakelijk hulpstuk in de ontwikkeling te lijken. Tenminste, in de perceptie van volwassenen – zeker als ze zelf kinderen hebben. Als je kind nog een baby is, is er de weging en de meting, dat boeit eventjes maar als de curves goed gevolgd worden is er verder niet veel spannends aan. Daarna moet je kind wel ergens school lopen maar vele ouders vinden leerkrachten in feite ook niet echt volwaardige mensen die in het volle leven gestapt zijn. En dan is er als een pil voor de puberteit nog de jeugdliteratuur. Weliswaar niet zo doeltreffend als bijvoorbeeld Clearasil voor de puisten maar leerlingen moeten toch boekbesprekingen maken, dat hebben zij als scholier ook gedaan – zonder internet! – dus het is niet meer dan fair dat hun kinderen die kwelling ook doorstaan. Dat is hoe er over gedacht wordt – áls er al over gedacht wordt.

Er zit te veel ‘jeugd’ in de term jeugdliteratuur. Een boek is literair of het is het niet. Daar heeft die subcategorie jeugd helemaal niets mee te maken. Maar laat ‘de jeugd’ nu net zijn waar graag en gretig over geschreven wordt. Er is dagelijks aandacht in kranten voor hoe slecht jongeren het doen, hoe moe ze zijn door hun overmatig schermgebruik, hoe weinig geëngageerd ze zijn, hoe depressief, hoe kleinburgerlijk… Het lijken wel volwassenen. Tussen al die verloren zielen zitten er natuurlijk nog lezers, ze zijn met niet veel, maar één mens is genoeg, om het met jeugdauteur Els Beerten te zeggen. Die ene mens die je overigens ook tussen de volwassen verloren zielen aantreft, want hoeveel volwassenen lezen romans? En toch krijgt die categorie wel alle aandacht die ze verdient.

Elke jeugdauteur heeft de vraag al gekregen wanneer hij nu eens een ‘echt’ boek schrijft. Velen schrijven uiteindelijk ook wel eens zo’n boek, al is dat vaak geen keuze maar gewoon omdat een thema of personage zich aandient en onmogelijk in een boek voor jongere lezers te verwerken valt. Daarna schrijven ze weer een jeugdboek. Of niet, dat doet er niet toe. Maar het verschil in perceptie van diezelfde woorden (in een andere vorm) van diezelfde auteur is buiten alle proportie. Als het om een boek voor volwassenen gaat, dan wordt er vergaderd over de aanpak om het in de markt te zetten. Voor jeugdliteratuur is geen markt, wij zijn de simpele zielen die toch boeken schrijven zonder dat er vraag naar is, zo lijkt het wel. Maar uitgevers zijn ook niet van gisteren, ze nemen jeugdboeken wel degelijk ernstig, in ‘jeugdliteratuur’ zit namelijk óók het woord ‘literatuur’.

Hoe vreemd, dat het idee dan toch leeft dat jeugdboeken maar het halve werk zijn. En als er geen jeugdboeken meer voorhanden zijn – stel dat alle jeugdschrijvers zich collectief van een klif hebben gestort, dood zijn ze niet want ook dat doen ze maar half maar ze zijn toch te gewond om nog te kunnen schrijven –, dan zijn er altijd nog de mindere boeken van de echte auteurs die we jongeren kunnen toewerpen.

Voor mij hoeft er geen aandacht te zijn voor jeugdliteratuur, maar als het woordje ‘jeugdboek’ dan toch eens ter sprake komt, moet het wel ergens op slaan. Juiste, ernstige, slimme aandacht is welkom, zoals die er is voor literatuur voor volwassen lezers. Die opdeling telkens te moeten duiden in dit stuk alleen al wijst op de totale overbodigheid ervan. Literatuur is literatuur. Moet je op reis om reisliteratuur te kunnen appreciëren? Soms helpt het of verdiept het de leeservaring, maar het uitgangspunt blijft dat de tekst literair is, dat wil zeggen bezield, vanuit een drang geschreven, als woorden die in net díe volgorde op het witte blad moesten terechtkomen, niet dat het zich afspeelt in Wit-Rusland. Voor jeugdliteratuur geldt net hetzelfde, dat het over een vijftienjarig hoofdpersonage gaat is bijzaak, het wordt pas literair als er iets met de taal gedaan wordt om dat personage leven in te blazen. Als alle tussenschotten weggehaald worden blijft er één berg verhalen over, en daar zit – geloof het of niet – ook jeugdliteratuur tussen.

Als het goed is dan schrijven jeugdauteurs niet om zichzelf en de wereld te leren aanvaarden maar om het onbegrijpelijke in woorden te vatten. Dat een lezer – of welaan, wijzelf als auteur – zichzelf en de wereld daar beter van gaat begrijpen, is een prettig neveneffect maar nooit het doel op zich. Als het goed is, dan zijn boeken van jeugdauteurs even afgenaveld als die van alle andere auteurs die ertoe doen. Een recensent schrijft dus beter niet dat een slecht boek eventueel nog als jeugdboek zou kunnen ‘dienst doen’. Een boek hoeft niets te dienen.

Ik lijk nu wel een beetje op de ombudsvrouw van de jeugdliteratuur, wat niet mijn bedoeling is. Maar ik vind ook niet dat jeugdboeken zomaar door iedereen kunnen worden gebruikt om goedkope punten te scoren. Recensenten zijn ook maar mensen en zitten vast in een eeuwige cirkel van boekbesprekingen maken – laat ik ook maar eens goedkoop zijn – misschien vandaar de laatdunkendheid als het over jeugdboeken gaat?

Met auteurs is het nog erger gesteld, zij krijgen levenslang boekbesprekingen over eigen werk te lezen. Dat gehate idee van een boekbespreking ligt hier duidelijk aan de bron, dat herkent iedereen, misschien moeten we daar maar eens komaf mee maken en een vak ‘lezen’ in de plaats stellen, net zoals er wordt geturnd en gesport zonder dat daar door de jongeren over moet worden gereflecteerd. Laat het lezen op zich staan, een uurtje of twee in de week, fictie en non-fictie naar keuze, en er mag zelfs een jeugdboek bij. Wat je overhoudt is dit: de literatuur, die mooie, bijtende, troostende letteren die de dag laten sprankelen voor enkelingen – jong en oud.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: