boeken voor kleine en grote kinderen

Archive for maart, 2015|Monthly archive page

Het is weer Jeugdboekenweek

In Over mijn werk on maart 10, 2015 at 3:52 pm

imagesHet is jeugdboekenweek en dat betekent dat ik in maart het Vlaamse land doorkruis met mijn koffer boeken voor – wat een lelijk en ongeschikt woord is dat toch – ‘lezingen’. Ik vertel over mijn beroep, over mijn schrijfhok achterin de tuin, over de kippen. Dat die laatste ondertussen door een vos naar een andere wereld geholpen zijn, vertel ik maar af en toe, dat hangt een beetje van mijn publiek af. Gelukkig is dat publiek fantastisch. Ik sta meestal voor kinderen boordevol opwellingen waar volwassenen eerst een half uur op zouden kauwen vooraleer ze de wereld in te gooien. Deze kinderen hebben geen bedenktijd nodig, ze kijken me guitig en gretig aan vanop hun strakke rijtjes. Ze zijn verdomd inspirerend, zo nu en dan. Ik mag dan al een acuut gebrek hebben aan tijd, aan geld, aan orde en netheid, aan presentabele wijnglazen, aan truien die niet pluizen, aan stemvolume!, aan van alles en nog wat, maar niet aan inspiratie. En laat dat nu net zijn wat ze me dag na dag bieden, sommige kinderen lijken zo uit een boek gevallen. Vorige week nog, een meisje vertelde dat de kat van haar dove oma een nest kleintjes had gebaard, maar de oma vond ze niet terug omdat ze ze niet kon horen piepen. Het meisje had haar oma uit de nood geholpen – háár oren werkten wel, zei ze laconiek. Er was ook een meisje dat na een lezing tegen me kwam zeggen dat ze een pleegkind was, en hoe ze daarbij keek vertelde het allemaal, het boek was klaar voor druk. Niet dat ik erom vraag! Ze leggen deze verhalen netjes voor me neer, zoals een kat een slappe muis naar zijn baasje brengt. En het zijn niet alleen de kinderen, ook de leerkrachten doen er soms vrolijk aan mee. Ik had al een meester van het vierde die het aangevraagd had met de juf van het derde, door voor haar te zingen. Het was nog gelukt ook, ze waren een koppel, de meester blonk van trots en de juf liet het wijs en stil gebeuren – welk lied het was kwam ik niet te weten. Ik had ook al een meester die zo luid snurkte dat hij de passagiers van het benedendek van de ferry Zeebrugge-Hull tot wanhoop had gedreven, zijn nachtelijke keelgeluiden overstemden vlotjes het motorgeronk van die monsterlijke veerboot. Deze meester – een kruising van Woeste Willem en Proust – was eigenlijk te mooi om echt te zijn, ik had hem zo in de auto willen laden, maar de kinderen hadden hem meer nodig dan ik, en in de regel ontvoer ik geen meesters. Maart duurt nog even, er wachten me nog honderden kinderen en juffen en meesters, straks moet ik een zonnebril aan tegen de verleiding van al die verhalen. Maar voor ik mezelf te veel druk opleg, even dit citaat van Alexander Herzen dat ik gisteravond las: “Wij gaan ervan uit dat een kind moet opgroeien, omdát het opgroeit. Maar een kind moet spelen, genieten, kind zijn. Als we slechts naar de uitkomst van het proces kijken, leven we om te moeten sterven.” (Het is niet dat ik ’s avonds 19de-eeuwse Russische filosofen lees, ik las dit in het weergaloze ‘Moedermelk’ van Edward St Aubyn.) En zo is het maar. Zij zijn geen arme schapen en ik doe ook maar wat. Ik mag een uur bij deze kinderen en hun hoeders zijn, soms iets langer, en in die tijd leren zij iets van mij, ik iets van hen, maar in feite spelen we, we laten de minuten uit dat uur vallen en besnuffelen elkaar. Maar wel met een enorme ernst en toewijding. In dat opzicht klinkt ‘lezingen’ misschien wel gepast, al zijn het voor mij meer spelingen. Maar hou het stil, ik moet mijn geld nog krijgen.