boeken voor kleine en grote kinderen

Wat boeken kunnen (20)

In Over mijn werk on december 27, 2014 at 11:24 am

dinosaurs_3d_fantasy_background_hd_wallpaper_2013Vooral tijdens en rond de jeugdboekenweek geef ik lezingen aan kinderen van de lagere school. Ik heb in sportzalen gestaan waar de kinderen op een afstand in strakke rijen opgesteld zaten, en ik kwam in piepkleine klasjes waar ik met een kind of zeven op een krukje voorlas en na afloop een koek uit de klastrommel kreeg. En dat terwijl ik vroeger schrik had van kinderen. Ik vond ze zo recht voor de raap en ook een beetje vermoeiend, ik hield me het liefste zo ver mogelijk uit hun buurt. Als bevriende kleuters naar me toe kwamen gewaggeld, maakte ik me met een smoes uit de voeten of deed ik alsof ik ze niet gezien had, aangezien ze per definitie klein zijn kwam ik daarmee weg. Uiteindelijk viel dat niet vol te houden, ten eerste kreeg ik zelf kinderen, en ten tweede begon ik voor kinderen en jongeren te schrijven en bleek dat plotseling in te houden dat ik mijn doelpubliek toesprak, in grote getale soms zelfs. Ik werd voor de leeuwen gegooid, zoals dat heet, alleen weet je met leeuwen met volle zekerheid waar je aan toe bent. Na de eerste keer al had ik door dat die hele kinderangst van mij nergens op sloeg. Kinderen zeggen wat ze denken, ja, maar daarnaast zijn het vaak gevoelige en slimme wezens die de kunst der heimelijkheid nog niet (volledig) onder de knie hebben. Zo stond ik ooit voor een groep die totaal niet voorbereid was op het auteursbezoek. Ze keken het eerst vijf minuten aan en toen vroeg het haantje de voorste: ‘Ga jij niet toneelspelen, dan?’ Ik legde een tweede keer uit dat ik schrijfster was en dat ik hun zou vertellen over wat mijn beroep precies inhield en welke boeken ik allemaal had geschreven. ‘Echt?’ vroeg een ander kind, ‘kunnen we geen spel doen of zo?’ Ik schudde van nee. ‘Ik ga straks wel een stukje voorlezen uit een van mijn boeken,’ zei ik. Ze keken me argwanend aan van op hun gekleurde kussentjes. ‘Kun je dan niet uit een boek over dino’s of zo voorlezen,’ probeerde er nog eentje, helemaal vooraan. ‘Nee,’ zei ik. ‘Dat lees je zelf maar. Mijn boeken gaan niet over dino’s.’ Toen bleef het stil en kon ik verder vertellen. Ze kwamen niet in opstand. Eigenlijk bleven ze heel hoffelijk. Tijdens het voorlezen kon je een muis horen lopen, zelfs over de meest tegendraadse kruintjes ging de voorleesgloed liggen. Het werkt elke keer opnieuw. Toen de groep zich klaarmaakte om te vertrekken, kwam de dinojongen nog even bij me. ‘Mijn moeder heeft ook sproeten,’ zei hij. ‘Leuk,’ zei ik. ‘En mijn broer ook,’ voegde hij eraan toe,’ maar ik gelukkig niet,’ en toen vertrok de klas met veel kabaal terug naar school. Ettertjes, ik zei het al, maar dan van het ontwapenende, zelfs sympathieke soort.
Wat boeken kunnen: je winnen voor de kleine helft van de wereldbevolking.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: