boeken voor kleine en grote kinderen

Archive for september, 2014|Monthly archive page

Verademing in Adegem

In Over mijn werk on september 18, 2014 at 10:18 am

10687095_10203529941342387_4159659874292806479_nIk was afgelopen zondag op de Canadese-Poolse-Britse herdenkingsplechtigheid in Adegem en sprak na afloop van het programma met deze goedgemutste man: de ambassadeur van Canada. Het lijkt onnodig wreed hem een boek in de handen te drukken waarop staat dat je niet naar Canada moet gaan, maar daarvoor pleit ik onschuldig, want dat deed een vriendin die vindt dat ik mezelf beter moet verkopen. Hij kan boek noch titel lezen, maar wat een verademing om te zien dat sommige mensen zichzelf blijven ondanks alle pomp and circumstance waarmee ze dagelijks omringd worden. Terwijl de militaire strepen ons om de oren vlogen en wel vier nationale hymnes nagalmden, konden wij toch een gewoon, prettig gesprek voeren over boeken, vreemde talen, moedige moeders en foute keuzes. Ik moet daaraan denken, de volgende keer dat ik het besterf als ik iemand wil aanspreken. Je neemt altijd het risico om af te gaan als een gieter, maar de vervulling van een goed gesprek met een vreemde – hooggeplaatst of niet – doet alle mislukte pogingen in het niet vallen. Op een kerkhof vol dode jonge mannen onder witte stenen kruisen lukt het natuurlijk gemakkelijker om zo te denken. Dat er niet eens plaats was voor hun volle voornamen maar alleen voor hun initialen vond ik bijna nog triester dan de plastic poppy’s die in het gras naast hun graf gedrukt werden door een groep kinderen in feestkledij. En toch werd alles netjes in het juiste perspectief geplaatst, daar in Adegem. Hoe belangrijk vrienden zijn, bijvoorbeeld. Er lagen vast veel vrienden onder de grond, jongens die helemaal zichzelf konden zijn bij elkaar, en wij zaten bovengronds op de tribune, te rillen van de kou en te gniffelen met petten die aan snoepdozen deden denken. ‘Was het leuk in Ademgem?’ vroeg mijn zevenjarige toen ik thuiskwam, en al is ‘leuk’ misschien niet het juiste woord, toch antwoordde ik: ‘Ja, heel erg leuk.’

Nooit genoeg

In Uncategorized on september 1, 2014 at 1:51 pm

DSC01892Is de vakantie nu al voorbij? Kan het dat er al een einde kwam aan die twee eindeloze maanden? Eén september, écht?

We deden nochtans veel zomerige dingen. Dingen die je alleen doet als je je in een van die twee eindeloze maanden bevindt.

We liepen draaikolken in het scheefzakkende zwembad, lieten de nog groene blaadjes in het water in het rond dansen, redden halfvergane insecten, maakten ons haar nat voor de nacht.

We schreeuwden mee met de zanger die niets van zijn noodzaak had verpatst, ‘See the mess I’m in tonight’, we schreeuwden het ook al was het niet waar, de zomer was nog maar begonnen, alles stond nog te gebeuren.

We lieten ons van de graskant in de Leie rollen, dobberden tussen de eenden in het lauwe, groene water, baadden in de avondzon die net naast de populieren scheen, ons geluk.

We schreven een gedicht over stoverij in het café vol dichters, daarna gingen we eten in plaats van het voor te dragen, we hadden spijt, dronken bier, praatten met de dichters, hadden nog meer spijt maar geen honger meer.

We kauwden op Alpengras tot we er moesten van kokhalzen (ik schrijf we maar ikzelf deed zoiets niet, ik at ooit wel Gents gras en dat volstond), we slikten toch door met de tranen in onze ogen, ook hier avondzon op de bergflank voor ons, een rozige streep die eeuwige sneeuw in snoepgoed deed veranderen.

We aten iets wat op pizza leek in een restaurant waar een gebochelde dame de tafels bij elkaar schoof met haar onderbuik, waar een nepkok uit het niets te voorschijn sprong en met een pizzaroller lukraak je eten in stukken sneed.

We wachtten met koude tenen op de eerste zon die achter de berg klaarzat, vijlden ondertussen stokken (ikzelf deed zoiets niet, ik wachtte gewoon op de zon die wel moest komen, wreef mijn gezicht in met zonnecrème, opnieuw en opnieuw, mijn manier van vijlen), we bekeken het resultaat, verlegden vijlgrenzen tot de trots terecht was en de stok en de huid glad en warm.

DSC02357We maakten een licht wandelingetje langs velden vol hazelaars, hoorden een ijselijke kinderkreet uit een van de landhuizen met tralies voor de ruiten, en nog een, we bleven stilstaan, en dan gelach, of toch iets wat ons geruststelde, we wandelden verder, de hazelaars ritselden in het beetje wind dat erdoor speelde.

We likten aan ijsjes met vreemde namen in een Italiaanse stad waar de standbeelden onredelijk groot waren, we konden nauwelijks boven hun voetstuk uit kijken, we keken naar de mensen die onredelijk mooi waren, soms, mannen in maatpak, een vrouw met een kleed van behangpapier.

We zwommen in een meer dat al zwart was als het donker, kregen schrik, wreven ons een laatste keer droog en kropen onder zeil onder Frans geroezemoes, schrokken wakker van een lachend meisje van hooguit vijf.

We streken neer in ons verlaten huis en keken met grote ogen naar wat we allemaal hadden: zoveel kopjes, zoveel boeken, zoveel druiven, zoveel kat.

We zeiden tegen elkaar: het duurt nog lang. Natuurlijk wel. Twee eindeloze zomermaanden. Die zijn niet zomaar voorbij.

Vandaag is het één september. Ik veeg mijn caravan schoon, jaag de grootste spinnen naar buiten, zet de computer aan. Het was niet genoeg, en het zal ook nooit genoeg zijn. Maar het zwembad staat er nog, het is nog geen herfst, bijlange niet. Eerst nog wat zomerfeitjes oproepen, ze laten binnenvallen als de herfstblaadjes op het wateroppervlak, tot ze een stevige korst vormen in warme bruine tinten. Dan pas, niet eerder, steken we het vuur aan, eten we noten, laten we de lucht uit het zwembad. Kom dan nog maar eens terug met die herfst, maar nu nog niet. Het zal nooit genoeg zijn, maar dat geeft niets, als we nog maar even voluit zomerig mogen zijn.