boeken voor kleine en grote kinderen

Archive for februari, 2014|Monthly archive page

Gelukkig ben ik Astrid Lindgren niet

In Nieuw werk, Uncategorized on februari 27, 2014 at 10:36 am

135Daar zijn vele redenen voor. Ik zou al dood zijn, om te beginnen. Maar er is meer. Ik leg het even uit.
Als een boek af is, in de boekhandel ligt, gebeurt er iets vreemds. Mijn personages die tot voor kort nog leefden – hoe grillig of onuitstaanbaar ze soms ook waren, mij midden in de nacht wakker schuddend om te laten zien waar ze heen wilden – die ettertjes zijn onherroepelijk dood nu. Ik verkeer liever in de fase waarin ze nog leefden en van zich lieten horen, en ik ben heel goed in het mezelf wijsmaken dat ze er nog zijn. Maar als de letters tussen de kaft liggen te wachten op lezers, hou ook ik het niet vol. Andere auteurs worden wel eens lyrisch bij het vooruitzicht hun boek te kunnen vastpakken, betasten, doorbladeren; ik deel die snuffeldrang niet. Toch niet net na het verschijnen.
Ach ja, misschien is het ook gewoon ordinaire schrik. Na al die maanden pure arbeid, na de heldere Canadese berglucht die ik ook nog inademde als ik allang terug thuis was, na de intimiteit tussen mij en mijn woorden, wordt het resultaat nu te grabbel gegooid. Dit was wel het boek dat ik wilde schrijven, zeg ik tegen mezelf. Alles wat daarna komt is van minder belang, voeg ik eraan toe, en ik geloof het graag.
Gelukkig kan ik terecht bij mijn kinderen voor een gezonde portie relativeringszin. Zoals mijn zevenjarige zoon onlangs tijdens het voorlezen opmerkte: ‘Wie heeft dát prutsverhaal geschreven? As-trid Lind-gren? Pff, die kan er ook niet veel van.’ ‘Het is nochtans een van de grootste schrijfsters,’ zeg ik, en hij kijkt me aan van ‘ja, het zal wel.’
Maar kijk, er komt een eerste recensie, van Jürgen Peeters op Vertel Eens, en behalve slappe benen levert het ook deze mooie conclusie op: ‘Klaar is één van die figuren uit de jeugdliteratuur met een geheel eigen stem, iemand waar je maar moeilijk vat op krijgt. De subtiele humoristische intermezzo’s en gevatte opmerkingen dragen onmiskenbaar tot de geslaagde karakterisering bij: “‘Het is altijd wel iets met jou’, zegt mijn vader. Ik zeg: het is veel te weinig met mij.” Klaar doet wat denken aan Heide uit ‘Brei met mij’, maar Klaars coming-of-age wordt veel sterker verbeeld; de verrassend volwassen benadering van de verhaalstof en thematiek zal ongetwijfeld adolescenten en jong(volwassenen) aanspreken, en dat is een duidelijk bewijs van haar vakmanschap als auteur. (…) zoveel mag ondertussen wel duidelijk zijn, met ‘Ga niet naar Canada’ heeft De Vlieger haar (literaire) horizonten met verve verkend én verruimd.’
De zegen van mijn eigen kritische kroost heb ik nog lang niet, maar ik heb wel dit al. Mijn personages zijn dood, ja, maar ze liggen niet ergens te rotten, ze krijgen een grafsteen, en er staan al een paar mooie woorden op.

Advertenties

Na het reisverslag, het boek!

In Nieuw werk, Uncategorized on februari 7, 2014 at 10:20 am

Ga niet naar Canada en andere misverstanden over de liefde is dus de titel van mijn vierde jeugdroman. Ik weet het, ik zit jullie eerst weken – maanden – lekker te maken met verhalen over Canada, en nu dit weer.

De cover ziet er trouwens zo uit:
WP_20140206_005Met dank aan de lieve, talentvolle Iris Beeckman. Ik heb het boek nog niet in handen, maar dit mooie plaatje zegt toch al iets. Ga niet naar Canada, ga gewoon naar de boekhandel. Binnenkort!

Je schrijft

In Over mijn werk on februari 6, 2014 at 2:04 pm

Schrijven is een vreemd beroep. Laat mij even uitleggen hoe dat komt.
Je opent je document, leest wat je gisteren schreef. Je denkt na hoe het verder moet. Je probeert een paar zinnen. Je schrapt ze weer. Je stopt een houtblok in de kachel, gisteren gekliefd. Je kijkt of er nieuwe mails zijn. Er zijn er, maar geen een weet je aandacht vast te houden. Je verlangt naar afleiding, je opent Facebook. Je leest de eerste drie berichten en klikt het klein. De nieuwe kat die zelfs nog geen naam heeft, komt een kopje geven. Je bent haar daar dankbaar voor. Je wilt een naam voor haar, nu meteen. Je kijkt nog maar een keer op http://www.kattennamen.be. Je klikt op geen enkele letter van het alfabet, weet al dat de naam er niet tussen staat. Je loopt voorbij de boekenrijen en stopt. Je las een interview met Wim Kayser in De Standaard Weekblad vorig weekend, weet dat ‘Van de schoonheid en de troost’ hier ergens tussen staat. Je vindt mooie titels, maar niet ‘Van de schoonheid en de troost’. Je wilt plots de troost zelf, niet meer dat boek. Je troost jezelf met je eigen doden. Je denkt aan Sophie, die elf jaar geleden stierf. Je denkt aan de vorige kat, die overhoop werd gereden. Je denkt aan A.L. Snijders, die niet dood is, maar van wie je het werk leerde kennen op de avond dat de kat stierf. Je ziet ‘Waar was je nou’ staan, van K. Schippers. Je neemt het boek uit het rek, je houdt van de titel, je begint te lezen. In de eerste alinea denk je al een fout te lezen. Het leidt af, je stopt met lezen. Je herleest je eigen laatste zinnen. Het personage over wie je schrijft verwondt zichzelf regelmatig. Het gaat je verstand en je verbeelding te boven. Je opent http://www.zelfbeschadiging.info. Je wilt meer te weten komen over endogene opiaten, natuurlijke pijnstillers die vrijkomen als meisjes zich snijden. Je leest een paar zinnen op de site, schrijft er dan zelf een paar. Naar fouten kijk je niet, dat is voor later. Je kijkt of het vuuDSC_0184r nog goed brandt, dat doet het. Je komt op dreef, de kat slaapt. De bel gaat. De postbode heeft een aangetekende brief van de VDAB voor je. Er staat dreigende taal in, je krijgt drie dagen de tijd om te reageren. Drie dagen staat in vetjes. Je schrijft een e-mail naar de afzender van de brief, een jong meisje met een exotische naam, misschien gebruik je hem ooit. Je krijgt meteen antwoord dat het op een vergissing berust en dat ze je dossier in orde maakt. Je probeert haar naam uit op de kat. Je maakt koffie, giet een kommetje kleurrijke m&m’s uit voor erbij. Troostrijker dan dat wordt het niet, vandaag, denk je. En dan, plots, gebeurt het. Je schrijft. Het kondigt zich niet aan, het is er plots. De schrijver is degene die klaar zit. En ik zat klaar: wat een geluk.
(Suggesties voor poezennamen zijn overigens welkom.)

Mijn Canada (10)

In Over mijn werk, Uncategorized on februari 3, 2014 at 9:12 am

IMG_0609Een beer! (en zoveel meer)

Ik eindig in schoonheid met twee bergwandelingen, Anne is mijn gids. Bij het begin van de eerste wandeling stopt ze geld in een kastje dat aan een boom hangt: daarmee worden de paden onderhouden. Iedereen die komt wandelen betaalt een bijdrage naar keuze, een systeem dat goed werkt volgens Anne. We klimmen langzaam naar een uitkijkpunt, de honden gaan ons voor en leggen dubbel de afstand af omdat ze steeds maar lijken te komen zeggen hoe mooi het daar is, hoe adembenemend mooi. Als we bijna boven zijn, huppelt de oudste hond niet meer. De klim eist zijn tol en hij stapt tegen ons tempo, er jojoën taaie kwijldraden aan zijn bek. Boven krijgen we te drinken, daar heeft Anne voor gezorgd, de hond slobberen2012-10-06 13.59.15 een kom leeg en wij een flesje. Het zicht doet er alles aan om me te verleiden. Blijf! zeggen de rimpelingen op het water beneden in het dal, het zonlicht danst in de fiere dennen en valleien lijken hun plooien glad te strijken, speciaal voor mij. Ik sta lang in de verte te turen en neem afscheid van het indrukwekkende groen, leg uit dat er thuis niet minder dan vier mannen op mij wachten, dat ik niet kán blijven maar ooit wel terugkom voor meer.
2012-10-07 06.05.22

De volgende ochtend maken we een wandeling in de buurt van het huis van Anne en Philip, en dan krijg ik eindelijk mijn eerste beer te zien – niet in levende lijve, maar in de vorm van een hoopje verse, nog dampende kak vol onverteerde bessen. Met een beetje goede wil lijkt het op een gezond dessertje en ik heb hopen goede wil. Een beer! Vlakbij! Zo vlakbij dat hij van de schrik dat hoopje achterliet. De honden staken er een stokje voor dat ik die beer écht zag, en daar ben 2012-10-07 06.15.10ik ze toch dankbaar voor. Het pad waar we langs lopen werd eigenhandig uitgehouwen door Anne, dus hier hoeft er niets betaald te worden. We komen voorbij een cabin die Philip wat hogerop aan het bouwen is, compleet met buitenkachel en barbeque, en met een zicht om van te smullen. Houdt het nog eens op met al dat genot? Ja hoor, en wel dezelfde dag nog. Want ik moet terug, ik moet de auto gaan inleveren bij de Avis-rentalmannen van Calgary Airport, om een paar uur later naar huis te vliegen. Ik neem afscheid van mijn wilde weldoeners en we beloven elkaar om contact te houden.

Ik heb een hele lange rit voor de boeg, tot in Longview, waar ik een kamer heb gereserveerd bij Belgen die een bioboerderij zijn opgestart in de open vlakte rond Calgary. Ik heb veel moeite moeten doen om deze kamer te vinden – het is Thanksgiving en aangezien families hier zeer verspreid wonen zitten alle hotels vol. Ik stop in Creston voor een koffie en een chatsessie met thuis, rijd door het mondaine Fernie langs sjieke boetieks vol wintersportkleren en begin daarna aan de Highway 22: 135 km zonder voorzieningen, vertelt een verkeersbord me. 2012-10-07 13.11.142012-10-07 13.10.262012-10-07 13.51.34 2012-10-07 12.50.34

Ik begin aan de weg met een dubbel gevoel, op de kaart ziet het er plat en lelijk uit, na de bergen waar ik vandaan kom. Maar wat een weg. Ik lijk wel in een western binnen te rijden, langs gigantische weiden waar bizons en stieren op grazen, voorbij ranches waar cowboys nog echt hun job uitoefenen, wat blijkbaar de enige manier is om de kuddes efficiënt te hoeden in al die uitgestrektheid. Michele wacht me op in de pub van het enige hotel van Longview, een klein stadje langs de Cowboy Trail en het eerste plaatsje waar terug beschaving is. Op eigen houtje de boerderij vinden, zou onmogelijk zijn, dus ze kwam me liever daar opwachten.
2012-10-07 14.02.58

De pub blijkt een echte saloon waar alle verweerde koppen in mijn richting draaien als ik door de klapdeurtjes binnenkom. Ik sta wat onbeholpen te zoeken naar iemand die aan de omschrijving ‘Vlaamse bioboerin’ zou kunnen voldoen, maar niemand komt in aanmerking. Dan staat er gelukkig iemand op tussen de cowboyhoeden en de petten. Michele is al zo ingeburgerd dat ze nog nauwelijks te onderscheiden valt van haar cowboyburen, ze verwelkomt me en rijdt me voor naar hun boerderij, een kwartier langs een heel oneffen gravel road. 2012-10-07 15.14.25Hun stekje kan zo dienen als filmlocatie en mijn gastvrouw weet me dan ook te vertellen dat Legends of the Fall, Brokeback Mountain en Dances with wolves in deze flatlands werden opgenomen. Ik mag na de onmogelijk lange rit gewoon de voeten onder tafel schuiven en word getrakteerd op een heerlijk (Vlaams!) maal, à volonté en met de nodige wijn overgoten. Michele en haar man vertellen honderduit over hoe ze hun droom waarmaakten, over hoe ze nog elke dag niet kunnen geloven dat ze in deze uitgestrektheid mogen wonen maar ook over hun geworstel met de regels, over de tol van alles achter te laten. De boerenstiel is al niet van de lichtste, maar hier krijgen ze ook af te rekenen met wilde dieren, vorig jaar vraten kuddes herten systematisch hun velden kaal, en nu staat er een hooibaal met een schietroos zodat ze kunnen leren schieten, de aanvraag voor een vergunning voor een geweer was al binnen. Het ontbijt is al even gul en ik zal de liter koffie goed kunnen gebruiken de volgende 24 uur.

In het vliegtuig krijg ik nog een scheut noorderlicht te zien. Het is niet bijzonder kleurrijk maar het begeestert, de lucht wuift me uit. Mijn hoofd zit overvol en ik pen me een polsbreuk, een half schriftje vol, daarna laat ik noorderlicht en woorden voor wat ze zijn en dommel ik in onder een te klein blauw dekentje. Op de trein naar huis luister ik een gesprek af van een Noor die uit het raam kijkt en opmerkt hoe gemakkelijk het niet moet geweest zijn om in zo’n plat landschap sporen aan te leggen. Bij hem was het wel anders: in de streek rond Oslo was bij het begin van de vorige eeuw het moeilijkste stuk spoorlijn ooit aangelegd. Hij zegt het met trots, en ik besluit hem in de waan te laten en niet over de spoorlijn langs Kootenay Lake te beginnen. Kort daarna komt er een gezette zestiger met zijn vrouw binnengewaggeld, op het eerste gezicht een keuterboertje, maar na een korte kennismaking blijkt dat ik hem nog moést tegenkomen. Hij vraagt waar ik vandaan kom – ik heb belachelijk veel handbagage verzameld – en als ik Canada zeg, grijnst hij: Beat ye! – zij komen van Nieuw-Zeeland. Het is een Nederlander die op zijn twintigste geëmigreerd is naar Nieu2012-10-13 03.09.00-2w-Zeeland, vijf weken onderweg op een oude legerboot, hij had nog geld toegekregen om in te schepen, en hij had er nooit spijt van gehad. Het is een positieve kerel met een open geest, vol straffe verhalen en kwinkslagen, iemand met wie je best een hele dag in een trein zou willen doorbrengen. Wie had deze mensen nog op me af gestuurd? Het moest ooit eens stoppen, natuurlijk, en dan rijden we Gent binnen, de stad waar mijn grootvader de rest van zijn leven doorbracht na zijn grote Canada-avontuur. Ik verbaas me erover hoe grijs alles is, maar ik ruik mijn stal. Het is feest, vandaag is mijn jongste jarig – zes jaar! – en ik ben net op tijd.