boeken voor kleine en grote kinderen

Mijn Canada (8)

In Over mijn werk, Uncategorized on januari 13, 2014 at 2:27 pm

Berenspray, sombrero’s en rode wijn
Anne brengt alles in een stroomversnelling. Na vijf minuten restaurantbezoek blijkt dat ze weet waar ik naar op zoek ben, net iets beter dan ikzelf in feite. Ik heb geen ervaring met het schrijven van een (gedeeltelijk) historische roman, zij wel. Zij kent de streek goed en kent vooral de juiste mensen. Na een half uur heb ik al een afspraak met het Archive van Nelson (waar ik op eigen houtje niet binnen geraakte) én met een oude man die aan de overkant van Kootenay Lake woont. Ze heeft maar een uurtje pauze maar in dat uur is mijn Canadese toekomst verzekerd. Ze vraagt me of ik al een logeerplaats heb voor de volgende nachten. En of three big dogs geen bezwaar zijn? Ze heeft namelijk een schrijfstudio in haar huis in de bergen waar ik gerust een paar nachtjes mag verblijven, en ook al heb ik een onredelijke schrik van honden – grote en kleine – dit is an offer I can’t refuse. Ja, zelfs als ze zegt dat de honden ’s nachts wel eens janken en blaffen naar de beren die vlak bij het huis ronddolen. Of ik daarmee kan leven? Ach, angsten zijn er om te overwinnen. Bovendien is het nog dag, en ik moet naar Tom van de Gray Creek Store aan de overkant van het meer. Anne geeft me haar adres en we spreken af dat ik na mijn bezoek aan Tom naar haar rijd.

2012-10-04 11.51.24Op de Kootenay Lake Ferry bereid ik het gesprek met Tom voor. De Gray Creek Store staat in de gidsen beschreven als de winkel waar ze alles hebben wat je nodig hebt (en als ze het niet hebben, heb je het niet nodig). Melk, brood, kettingzagen, houtkachels. Visvergunningen, boeken, berenspray, én een ruim assortiment Mexicaanse sombrero’s. De winkel bestaat al sinds 1913, toen de stern wheelers er nog aanmeerden, raderstoomboten waar mijn grootvader over spreekt in zijn brieven. Tom is 82 en trotse eigenaar van de winkel, maar hij is ook een man die vol passie met de geschiedenis van de streek bezig is. Zoals Anne zei: als iemand nog iets weet uit eerste hand, moet hij het zijn. Ze heeft hem op voorhand gebeld dus hij verwacht me, we gaan op de porch zitten en hij luistert met twinkelende oogjes naar wat ik weet over mijn grootvader. Dat hij in zijn brieven in detail over Procter en Boswell spreekt, vindt Tom amazing, en hij meent het. Zelf kan hij zich geen Maurice De Vlieger – of Morris2012-10-04 13.39.45 The Fleajer zoals mijn grootvader zich liet noemen – herinneren. Ook de Mary op wie hij verliefd werd, vinden we niet terug in de inwonerslijsten van toen. In de plaats begint hij honderduit te vertellen over wat hij nog weet van de verhalen van zijn vader. Hij neemt me op sleeptouw in zijn jeep, we rijden langs het meer en hij toont me onder meer een plek waar de rotsmassa helemaal is opgeblazen en uitgekapt om de weg te kunnen aanleggen: het werk dat ook mijn grootvader deed. Hij neemt me ook mee naar een vriendin van hem die 8mm-filmpjes heeft van de Camps waar de workers verbleven: daar zou mijn grootvader wel eens op te zien kunnen zijn. Ik kom dichter en dichter bij mijn doel, de vriendin blijkt helaas niet thuis, maar tijd om dat jammer te vinden is er niet, want Tom is alweer onderweg. Ik bevind me op een plek waar mijn grootvader jong en verliefd was, waar de kiem van mijn boek ligt, het is alsof Tom me in mijn eigen hoofd rondleidt, de achtergrondbeelden voorziet bij de woorden die ik al schreef.
2012-10-04 15.30.51Uiteindelijk mis ik mijn ferry en blijven we op de porch zitten praten tot het tijd is voor de volgende boot. Dit extra uur blijkt een geschenk. Mijn eigen opa lijkt even in deze praatgrage winkelier te huizen, en voor Tom is het lang geleden dat hij nog eens zo honderduit kon vertellen zonder dat iemand zei: dat weten we nu stilaan wel. We zijn allebei ontroerd bij het afscheid, en in het schemerdonker neem ik de ferry terug. Ik blijf de hele tocht op het buitendek zitten, kijk naar de 2012-10-04 15.36.04donkere kreken en inhammen, naar de laatste lange schaduwen op de bergflanken voor de zon verdwijnt.

De rit naar het huis van Anne wordt nog een expeditie. Het is pikdonker ondertussen en als ze zei ‘mijn huis in de bergen’ overdreef ze niet. Het plannetje dat ze tekende is niet gedetailleerd genoeg voor mijn onderontwikkelde gevoel voor oriëntatie, maar na veel zoeken en rechtsomkeert maken kom ik uiteindelijk toch op mijn bestemming aan. Waar drie blaffende joekels van honden me opwachten met een bek vol kwijl… ik heb al spijt dat ik geen berenspray heb gekocht bij Tom. ‘Vers vlees,’ zie ik ze denken terwijl ze als dollemannen rond de auto hotsen en hupsen. Ik blijf een beetje lullig zitten achter mijn stuur zitten tot Anne naar buiten komt, en opgelucht stel ik vast dat de honden luisteren naar hun baasje, ze gunnen me zelfs geen blik meer. Binnen brandt de houtkachel, Anne heeft nog kippensoep warm staan, maar misschien wil ik eerst een glaasje rode wijn om te bekomen van de rit? Some guys have all the luck, en vandaag ben ik dat, hell yeah!

Advertenties
  1. Je bent inderdaad slecht in het niets :). Wat een bericht. Laat dat diminutief maar achterwege 🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: