boeken voor kleine en grote kinderen

Mijn Canada (7)

In Over mijn werk, Uncategorized on januari 7, 2014 at 7:59 am

Een boek, een meer

Ik scheur van de honger dus ik ga naar The old world bakery, een van de gez2012-10-03 05.43.42ellige koffiehuizen in Nelson. Ik wil ontbijten zonder een woord te zeggen, een vriendelijk ‘Fine’ op het eeuwige ‘How are you today?’ uitgezonderd. Het koffiemeisje dringt gelukkig niet aan op een echt gesprek, ze loopt langzaam heen en weer achter de toonbank en zorgt voor net voldoende beweging om goed te kunnen schrijven. Haar gezicht staat vol vreemde bultjes, het lijken allemaal kleine zuignapjes wat afstotelijk klinkt maar in 2012-10-03 05.43.48werkelijkheid is ze knap en maken de bultjes haar bijzonder. Er komt een zwaarlijvige Amerikaan in short en pet een broodje bestellen en als het meisje vraagt of hij er groenten tussen wil, reageert hij gespeeld ontzet: ‘Oh no! I hate vegetables!’ Hij buldert de hele zaak vol, en het meisje is zo lief om even mee te lachen voor ze naar het andere eind van haar toog trippelt. Sommige mensen geven je een goed gevoel, ook al doen ze niets anders voor je dan koffie inschenken. En sommige mensen geven je een slecht gevoel, ook zonder daar al te veel voor te doen. In deze Canadese stopplaatsen kom ik verrassend veel mensen van die eerste soort tegen, of zou dat aan mezelf liggen? In het Hostel praatte ik met een jongen die bij een sjamaan in Zuid-Amerika te horen had gekregen dat hij naar the mountains van British Columbia moest als hij wilde dat het nog iets werd met zijn leven. Bij mij was het mijn grootvader die me daar deed belanden. Oké, de jongen was van plan om in Nelson te blijven, het hostel te kopen (blijkbaar stond dat te koop) en er een activity centre voor yuppies te beginnen, terwijl ik er maar even zou zijn: mijn grootvader was duidelijk minder doortastend als sjamaan. Maar ik zou er wel het maximum uithalen, en daarvoor moest ik terug naar het kleine bibliotheekje boven de bakkerij van Procter.
2012-10-03 09.40.47Ik ontmoet er een zekere Dennis, iemand die een online antiquariaat beheert vanuit dit piepkleine dorpje en heel behulpzaam is. Hij geeft me tips en helpt me ook aan het adres van een vriend die een B&B heeft, de plaatselijke meester die net met pensioen is. ‘He likes boys,’ zegt Dennis nog, ‘so you would be safe’, wat heerlijk vrij klinkt als je de Belgische krampachtigheid van de laatste decennia gewoon bent. In combinatie met zijn e-mailadres waar ‘cycling maniac’ in zit, zou je toch nog het ergste kunnen vermoeden, maar als ik wat later bij hem aanbel, blijkt hij in één oogopslag tot de categorie ‘mensen waar ik blij van word’ te horen. Erwin is een goedlachse afgetrainde wereldfietser die een knap ingericht appartement verhuurt. De plek is charmant en huiselijk en ook de tuin is speels vormgegeven, hij laat je binnengluren zonder dat je je een gluurder voelt. Als ik nu vier weken had, zou ik meteen een weekje op het domein van deze attente man geschreven hebben, maar het korte, vriendelijke gesprekje waar ik het nu moet mee doen is toch beter dan niets.
2012-10-04 08.58.252012-10-04 08.55.222012-10-03 14.25.30Terug in de bibliotheek van Nelson bekijk ik de plaatselijke kranten van 1929 op microfilm. Behalve artikels die iets vertellen over het dagelijks leven zijn ook de advertenties een plezier om te bekijken. Over de migranten die het zware werk doen aan de spoorlijn langs Kootenay Lake lees ik echter niets. Ik moet het doen met stukken over hevige sneeuwval, ongelukken, zwemmende beren en het wekelijkse rubriekje ‘Procter Notes’ waar opgelijst wordt wie bij wie op bezoek ging en hoe lang ze wegbleven.

En dan word ik aangesproken door 2012-10-04 08.34.14een van de bibliothecaressen. Ik denk al dat ik iets fouts doe – zwaar onderhevig aan het cliché dat bibliothecaressen alleen maar berispen, maar nee, ze is nieuwsgierig naar het doel van mijn onderzoek. Ik vertel haar dat ik aan een boek werk. Ze is zelf ook schrijfster, zegt ze, en een van haar boeken speelt zich net als het mijne af aan een meer in de buurt. Na nog een paar zinnen heen en weer sla ik mijn schriftje open en toon ik haar de gele post-it die ik een paar dagen geleden kreeg van mijn gastvrouw in Radium Hot Springs, zo’n 400 km hiervandaan. ‘Treading water’ by Anne Degrace, staat erop, en ja hoor, dat blijkt het boek, en dus ook de schrijfster. Om dat gelukkige toeval te vieren nodigt ze me uit om de volgende dag samen te lunchen. Anne is een vrouw die de dingen in handen neemt, zo zal de volgende dagen blijken, maar ik voel het nu al, een gigantische beschermengel neemt mij onder zijn vleugels en zal gul zijn met sterren strooien tijdens mijn laatste dagen hier. De volgende ochtend pak ik mijn bagage en check ik uit, het hostel is me iets te druk. Ik ben vast van plan een overnachtingsplekje aan het meer te zoeken. Maar eerst mag ik gaan lunchen, met niemand minder dan Anne Degrace.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: