boeken voor kleine en grote kinderen

Archive for januari, 2014|Monthly archive page

Het is niet al Canada wat blinkt

In Uncategorized on januari 31, 2014 at 4:22 pm

Ik weet het, ik vlucht af en toe nog eens naar Canada, maar ondertussen doe ik ook wel andere dingen. Ik schrijf een Slashboek voor uitgeverij Querido bijvoorbeeld. Slashboeken zijn geschreven op basis van het waargebeurde levensverhaal van een bijzondere jongere. Grote auteurs gingen mij voor in deze reeks: Edward van de Vendel, Marjolein Hof, Jan Simoen, om er maar enkele te noemen, de lat ligt hoog, en daar moet ze ook liggen.
index200px-OneFlewOverTheCuckoosNestIk kon het onderwerp zelf kiezen en ben toch weer richting psychiatrie gegaan, waar ik voor De bovenkamer van Jakob ook al vaak vertoefde. Het weerhoudt me er vast van zelf binnen de muren te belanden, maar als dat ooit toch het geval zou zijn, weet ik alvast één ding: ik zal in goede handen vallen. Ik wil het geen warm en veilig nest noemen, of u laat zich collectief opnemen, maar ik hoop toch dat dit boek helpt om een aantal vooroordelen over de psychiatrie uit de weg te ruimen. Er is veel veranderd sinds One flew over the cuckoo’s nest.

Ik beschrijf het leven van een meisje dat na een zelfmoordpoging in een psychiatrische inrichting is opgenomen. Ik had een paar lange gesprekken met K., het ‘model’ voor mijn hoofdpersonage, en ging ook een driedaagse kijkstage volgen in de psychiatrische jeugdkliniek waar ze een paar keer voor lange tijd verbleef. Dit nieuwe boek heeft mij helemaal in de greep. Ik schrijf over een wereld waar veel pijn geleden wordt en waar dagelijks bloed vloeit, maar waar jongeren ook van hun stoel rollen van het lachen en om de haverklap flauwe grapjes met elkaar uithalen. De inspiratie druipt er van de muren, om elke hoek loert een boek. Ik mag er maar één schrijven, en met die taak spring ik niet lichtzinnig om. Volgende week leest de uitgeefster al een eerste stuk, dus ik schrijf gauw verder, maar dit bericht moest toch even om de geruchten te bevestigen dat ik tijdelijk verhuisd ben. Niet naar Canada, nee, maar naar het West-Vlaamse Pittem.

Advertenties

Mijn Canada (9)

In Over mijn werk, Uncategorized on januari 21, 2014 at 8:55 am

Yes sister, yes sister! 2012-10-05 14.59.062012-10-05 14.19.33

Als ik mijn droomhuis zou moeten beschrijven, zou er veel hout zijn, een kachel, bergen rondom, een vergezicht, en ja, er mag ook een wasje te drogen hangen, van wapperend wasgoed word ik diepgelukkig. In die droom blijk ik de volgende ochtend wakker te worden, en de koffie staat klaar. Tot hiertoe heb ik naar het landschap gestaard vanuit mijn Hyundai, nu woon ik er plots middenin. Beter nog: Anne wil me mee uit wandelen nemen, ze kent de weg op haar duimpje en haar three big dogs houden beren met interesse in malse schrijfsterskuiten op afstand. Tijdens een ochtendwandeling in het dal vertelt Anne me hoe de honden onlangs werden omsingeld door een horde coyotes. Met veel gebrul en uiterlijk vertoon kon ze de lastposten wegjagen, maar de honden waren er niet goed van. Het zijn doetjes, zegt Anne, maar ze zijn groot en harig en dat schrikt tenminste toch de beren af. Oké. Coyotes dus. Ik ben op stap met een schrijfster met lef, zoveel is duidelijk, deze vrouw verjaagt wilde dieren als het moet. Ik heb ook veel haar maar niet op mijn tanden, dus ik luister, Anne leeft in de bergen net als een personage in mijn boek, en in de bijna zestig jaar die daartussen zitten is de natuur geen sprietje veranderd. Ze vertelt over een hert dat ooit uren had vastgezeten in een omheining palend aan hun huis, daardoor zwaar gewond was geraakt waardoor er geen andere optie was dan het af te maken en in het bad te versnijden tot vlees voor in de diepvries. Dat deed ze niet in haar eentje, ik heb ondertussen ook kennisgemaakt met Philip: achter elke superwoman staat een lieve man. Ze vertellen heel open over hoe ze elkaar ontmoetten op een dating site na allebei al een paar relaties (en kinderen) achter de rug te hebben. 2012-10-05 06.57.35 2012-10-06 06.18.40Nelson staat bekend om zijn fladderaars, zegt Anne, ze heeft zelf drie volwassen kinderen en Philip heeft er ook één, samen hebben ze er geen. Het was soms ingewikkeld en druk maar nu de kinderen groot zijn, is de rust terug.

Na de wandeling ga ik naar de Archives van het Touchstones Museum van Nelson, waar Anne een afspraak voor me heeft geregeld. Tegen dat ik er aankom, zijn ze al met z’n tweeën op zoek naar mijn grootvader en informatie over de mannen die in 1929 langs Kootenay Lake aan de spoorweg werkten. Laura, een grote jonge vrouw met een plat accent en een natuurlijke autoriteit neemt het in handen, ze is zo gefocust en efficiënt dat ik me in de headquarters van 24 waan. De andere vrouw is een vrijwilligster van ver in de tachtig maar zo gebeten door de missie van de dag dat ze kirt als een jong meisje als ze iets vindt. Trofeevondst is een reeks van 40 foto’s waarop de construction workers te zien zijn, alle mannen kunnen mijn grootvader zijn en hij kan ze allemaal zijn. Op één foto denk ik hem echt te herkennen, niemand die het nog kan bevestigen maar goed, fascinerend zijn ze in elk geval. Liefhebbers van korrelige zwart-witbeelden met een Wild-Westgevoel: hier kom je ruimschoots aan je trekken. Uit de kranten halen we ook nog een en ander, maar het blijft bij eerder ‘officiële’ berichten, de verhalen achter de migrant workers lijken het niet tot in de krant gehaald te hebben.

2012-10-05 18.06.04’s Avonds ga ik met Anne naar een benefietavond voor een collega die een auto-ongeluk had. Onderweg naar de happening vertelt Anne me dat ze – kort voor het ongeluk gebeurde – een nare ervaring had met de schrijfster. Toen ze werd gevraagd om voor te lezen, zegde ze toe met gemengde gevoelens. Ik ging meteen mee in haar tweestrijd, bereid als ik ben om wat voor gevoelens ook over te nemen. In het zaaltje zitten vooral collega’s van Anne, allemaal vrouwen, alleen hier en daar een verdwaalde man. De stukken die worden voorgelezen zijn wisselend van kwaliteit, één vrouw in het bijzonder verliest al snel mijn aandacht met zweverige gedichten waar je al na drie regels op een wolk van hoort te zitten. De vrouw ziet er duur uit, met grijs sluik haar, een roze mohair sjaal, een aristocratisch profiel. In de pauze kopen we (letterlijk) een armlengte lotjes voor de fifty-fifty draw, een tombola waarbij de helft van de opbrengst naar de revaliderende schrijfster gaat. Een oudere vrouw die beangstigend goed op Annie M.G. Schmidt lijkt (en ook nog een boek blijkt te hebben geschreven dat Yes sister, no sister heet) stopt haar hand diep in de mand met lotjes en leest het winnende nummer voor. Nog voor ze bij het laatste cijfer is weet ik dat ik het winnende lotje in handen heb. Ik moet het podium op en de aristocrate komt controleren of ik niet lieg, ze leest nummer voor nummer na of het wel klopt dat deze bezoeker van nergens de winnaar is. Ik besluit om het geld niet aan het steuncomité te schenken zoals de vrouw me bazig suggereert, maar het te houden en op te doen aan cadeautjes, voor Anne bijvoorbeeld. De lookalike leest voor uit haar erg grappige werk en net als bij onze eigen Annie hangt de hele zaal aan haar lippen. Daarna is Anne aan de beurt. Flying with Amelia is haar laatste boek en het begint veelbelovend, als ik mijn ogen tot spleetjes knijp voelt het alsof ze alleen voor mij voorleest. De kers op de taart: een privélezing om mijn droomtrip te vieren. Ik had zelf niets beters kunnen bedenken.
We glippen weg voor het einde van de avond en rijden terug de bergen in, de rit heeft iets van een vlucht, we gaan naar waar het donker en geborgen is, naar de rust van naaldbomen en een laatste glaasje voor het houtvuur, met drie kwijlbekkende dekens aan ons voeten. De honden ervaar ik overigens al als geruststellend, het is niet dat ik ze aai, maar veel scheelt het toch niet meer. Mijn tijd in Canada zal veel te kort zijn, gniffelen Anne en ik, maar toch net lang genoeg om die tombola te winnen.

Mijn Canada (8)

In Over mijn werk, Uncategorized on januari 13, 2014 at 2:27 pm

Berenspray, sombrero’s en rode wijn
Anne brengt alles in een stroomversnelling. Na vijf minuten restaurantbezoek blijkt dat ze weet waar ik naar op zoek ben, net iets beter dan ikzelf in feite. Ik heb geen ervaring met het schrijven van een (gedeeltelijk) historische roman, zij wel. Zij kent de streek goed en kent vooral de juiste mensen. Na een half uur heb ik al een afspraak met het Archive van Nelson (waar ik op eigen houtje niet binnen geraakte) én met een oude man die aan de overkant van Kootenay Lake woont. Ze heeft maar een uurtje pauze maar in dat uur is mijn Canadese toekomst verzekerd. Ze vraagt me of ik al een logeerplaats heb voor de volgende nachten. En of three big dogs geen bezwaar zijn? Ze heeft namelijk een schrijfstudio in haar huis in de bergen waar ik gerust een paar nachtjes mag verblijven, en ook al heb ik een onredelijke schrik van honden – grote en kleine – dit is an offer I can’t refuse. Ja, zelfs als ze zegt dat de honden ’s nachts wel eens janken en blaffen naar de beren die vlak bij het huis ronddolen. Of ik daarmee kan leven? Ach, angsten zijn er om te overwinnen. Bovendien is het nog dag, en ik moet naar Tom van de Gray Creek Store aan de overkant van het meer. Anne geeft me haar adres en we spreken af dat ik na mijn bezoek aan Tom naar haar rijd.

2012-10-04 11.51.24Op de Kootenay Lake Ferry bereid ik het gesprek met Tom voor. De Gray Creek Store staat in de gidsen beschreven als de winkel waar ze alles hebben wat je nodig hebt (en als ze het niet hebben, heb je het niet nodig). Melk, brood, kettingzagen, houtkachels. Visvergunningen, boeken, berenspray, én een ruim assortiment Mexicaanse sombrero’s. De winkel bestaat al sinds 1913, toen de stern wheelers er nog aanmeerden, raderstoomboten waar mijn grootvader over spreekt in zijn brieven. Tom is 82 en trotse eigenaar van de winkel, maar hij is ook een man die vol passie met de geschiedenis van de streek bezig is. Zoals Anne zei: als iemand nog iets weet uit eerste hand, moet hij het zijn. Ze heeft hem op voorhand gebeld dus hij verwacht me, we gaan op de porch zitten en hij luistert met twinkelende oogjes naar wat ik weet over mijn grootvader. Dat hij in zijn brieven in detail over Procter en Boswell spreekt, vindt Tom amazing, en hij meent het. Zelf kan hij zich geen Maurice De Vlieger – of Morris2012-10-04 13.39.45 The Fleajer zoals mijn grootvader zich liet noemen – herinneren. Ook de Mary op wie hij verliefd werd, vinden we niet terug in de inwonerslijsten van toen. In de plaats begint hij honderduit te vertellen over wat hij nog weet van de verhalen van zijn vader. Hij neemt me op sleeptouw in zijn jeep, we rijden langs het meer en hij toont me onder meer een plek waar de rotsmassa helemaal is opgeblazen en uitgekapt om de weg te kunnen aanleggen: het werk dat ook mijn grootvader deed. Hij neemt me ook mee naar een vriendin van hem die 8mm-filmpjes heeft van de Camps waar de workers verbleven: daar zou mijn grootvader wel eens op te zien kunnen zijn. Ik kom dichter en dichter bij mijn doel, de vriendin blijkt helaas niet thuis, maar tijd om dat jammer te vinden is er niet, want Tom is alweer onderweg. Ik bevind me op een plek waar mijn grootvader jong en verliefd was, waar de kiem van mijn boek ligt, het is alsof Tom me in mijn eigen hoofd rondleidt, de achtergrondbeelden voorziet bij de woorden die ik al schreef.
2012-10-04 15.30.51Uiteindelijk mis ik mijn ferry en blijven we op de porch zitten praten tot het tijd is voor de volgende boot. Dit extra uur blijkt een geschenk. Mijn eigen opa lijkt even in deze praatgrage winkelier te huizen, en voor Tom is het lang geleden dat hij nog eens zo honderduit kon vertellen zonder dat iemand zei: dat weten we nu stilaan wel. We zijn allebei ontroerd bij het afscheid, en in het schemerdonker neem ik de ferry terug. Ik blijf de hele tocht op het buitendek zitten, kijk naar de 2012-10-04 15.36.04donkere kreken en inhammen, naar de laatste lange schaduwen op de bergflanken voor de zon verdwijnt.

De rit naar het huis van Anne wordt nog een expeditie. Het is pikdonker ondertussen en als ze zei ‘mijn huis in de bergen’ overdreef ze niet. Het plannetje dat ze tekende is niet gedetailleerd genoeg voor mijn onderontwikkelde gevoel voor oriëntatie, maar na veel zoeken en rechtsomkeert maken kom ik uiteindelijk toch op mijn bestemming aan. Waar drie blaffende joekels van honden me opwachten met een bek vol kwijl… ik heb al spijt dat ik geen berenspray heb gekocht bij Tom. ‘Vers vlees,’ zie ik ze denken terwijl ze als dollemannen rond de auto hotsen en hupsen. Ik blijf een beetje lullig zitten achter mijn stuur zitten tot Anne naar buiten komt, en opgelucht stel ik vast dat de honden luisteren naar hun baasje, ze gunnen me zelfs geen blik meer. Binnen brandt de houtkachel, Anne heeft nog kippensoep warm staan, maar misschien wil ik eerst een glaasje rode wijn om te bekomen van de rit? Some guys have all the luck, en vandaag ben ik dat, hell yeah!

Mijn Canada (7)

In Over mijn werk, Uncategorized on januari 7, 2014 at 7:59 am

Een boek, een meer

Ik scheur van de honger dus ik ga naar The old world bakery, een van de gez2012-10-03 05.43.42ellige koffiehuizen in Nelson. Ik wil ontbijten zonder een woord te zeggen, een vriendelijk ‘Fine’ op het eeuwige ‘How are you today?’ uitgezonderd. Het koffiemeisje dringt gelukkig niet aan op een echt gesprek, ze loopt langzaam heen en weer achter de toonbank en zorgt voor net voldoende beweging om goed te kunnen schrijven. Haar gezicht staat vol vreemde bultjes, het lijken allemaal kleine zuignapjes wat afstotelijk klinkt maar in 2012-10-03 05.43.48werkelijkheid is ze knap en maken de bultjes haar bijzonder. Er komt een zwaarlijvige Amerikaan in short en pet een broodje bestellen en als het meisje vraagt of hij er groenten tussen wil, reageert hij gespeeld ontzet: ‘Oh no! I hate vegetables!’ Hij buldert de hele zaak vol, en het meisje is zo lief om even mee te lachen voor ze naar het andere eind van haar toog trippelt. Sommige mensen geven je een goed gevoel, ook al doen ze niets anders voor je dan koffie inschenken. En sommige mensen geven je een slecht gevoel, ook zonder daar al te veel voor te doen. In deze Canadese stopplaatsen kom ik verrassend veel mensen van die eerste soort tegen, of zou dat aan mezelf liggen? In het Hostel praatte ik met een jongen die bij een sjamaan in Zuid-Amerika te horen had gekregen dat hij naar the mountains van British Columbia moest als hij wilde dat het nog iets werd met zijn leven. Bij mij was het mijn grootvader die me daar deed belanden. Oké, de jongen was van plan om in Nelson te blijven, het hostel te kopen (blijkbaar stond dat te koop) en er een activity centre voor yuppies te beginnen, terwijl ik er maar even zou zijn: mijn grootvader was duidelijk minder doortastend als sjamaan. Maar ik zou er wel het maximum uithalen, en daarvoor moest ik terug naar het kleine bibliotheekje boven de bakkerij van Procter.
2012-10-03 09.40.47Ik ontmoet er een zekere Dennis, iemand die een online antiquariaat beheert vanuit dit piepkleine dorpje en heel behulpzaam is. Hij geeft me tips en helpt me ook aan het adres van een vriend die een B&B heeft, de plaatselijke meester die net met pensioen is. ‘He likes boys,’ zegt Dennis nog, ‘so you would be safe’, wat heerlijk vrij klinkt als je de Belgische krampachtigheid van de laatste decennia gewoon bent. In combinatie met zijn e-mailadres waar ‘cycling maniac’ in zit, zou je toch nog het ergste kunnen vermoeden, maar als ik wat later bij hem aanbel, blijkt hij in één oogopslag tot de categorie ‘mensen waar ik blij van word’ te horen. Erwin is een goedlachse afgetrainde wereldfietser die een knap ingericht appartement verhuurt. De plek is charmant en huiselijk en ook de tuin is speels vormgegeven, hij laat je binnengluren zonder dat je je een gluurder voelt. Als ik nu vier weken had, zou ik meteen een weekje op het domein van deze attente man geschreven hebben, maar het korte, vriendelijke gesprekje waar ik het nu moet mee doen is toch beter dan niets.
2012-10-04 08.58.252012-10-04 08.55.222012-10-03 14.25.30Terug in de bibliotheek van Nelson bekijk ik de plaatselijke kranten van 1929 op microfilm. Behalve artikels die iets vertellen over het dagelijks leven zijn ook de advertenties een plezier om te bekijken. Over de migranten die het zware werk doen aan de spoorlijn langs Kootenay Lake lees ik echter niets. Ik moet het doen met stukken over hevige sneeuwval, ongelukken, zwemmende beren en het wekelijkse rubriekje ‘Procter Notes’ waar opgelijst wordt wie bij wie op bezoek ging en hoe lang ze wegbleven.

En dan word ik aangesproken door 2012-10-04 08.34.14een van de bibliothecaressen. Ik denk al dat ik iets fouts doe – zwaar onderhevig aan het cliché dat bibliothecaressen alleen maar berispen, maar nee, ze is nieuwsgierig naar het doel van mijn onderzoek. Ik vertel haar dat ik aan een boek werk. Ze is zelf ook schrijfster, zegt ze, en een van haar boeken speelt zich net als het mijne af aan een meer in de buurt. Na nog een paar zinnen heen en weer sla ik mijn schriftje open en toon ik haar de gele post-it die ik een paar dagen geleden kreeg van mijn gastvrouw in Radium Hot Springs, zo’n 400 km hiervandaan. ‘Treading water’ by Anne Degrace, staat erop, en ja hoor, dat blijkt het boek, en dus ook de schrijfster. Om dat gelukkige toeval te vieren nodigt ze me uit om de volgende dag samen te lunchen. Anne is een vrouw die de dingen in handen neemt, zo zal de volgende dagen blijken, maar ik voel het nu al, een gigantische beschermengel neemt mij onder zijn vleugels en zal gul zijn met sterren strooien tijdens mijn laatste dagen hier. De volgende ochtend pak ik mijn bagage en check ik uit, het hostel is me iets te druk. Ik ben vast van plan een overnachtingsplekje aan het meer te zoeken. Maar eerst mag ik gaan lunchen, met niemand minder dan Anne Degrace.

Gelukkig nieuwjaar (en voor iedereen een schrijver)

In Uncategorized on januari 6, 2014 at 10:56 am

In plaats van jullie allerlei evidents te wensen nam ik me vorig jaar voor iedereen een schrijver te wensen. Een nieuwe naam om vingers en duimen van af te likken, een heel jaar lang. Dus hier gaan we.

Qua ontdekkingen was 2013 een goed jaar: A.L. Snijders met zijn ontwapenende zkv’s op kop, Ilja Leonard Pfeijffer (‘De filosofie van de heuvel’, prosto tak!), Dino Buzzati (‘De woestijn van de tartaren’, over verwachtingen die niet worden ingelost en de vraag of dat erg is), Gajdo Gazdanov (‘Het fantoom van Alexander Wolf’, over een man die een gebeurtenis uit zijn eigen leven leest in een boek), Laure Van den Broeck (‘Birdie’, waarin een huis een personage wordt en dus instort als het verhaal dat vraagt)…
indexMaar als ik één naam moet kiezen voor 2014, wordt het er een van lang geleden, die ik me in deze kerstvakantie herinnerde. Jaren geleden kocht ik ‘Zwemmer in de geheime zee’ van William Kotzwinkle, een novelle die opviel door zijn vierkante vorm. Ik was nog piep toen ik het las, maar het maakte al veel indruk. ‘Zwemmer’ is een verhaal vol verdriet over een verloren kind, ik herinner me een lange autorit langs naaldwouden, geladen stiltes, onontkoombaarheid, en toch ook troost – alleen al dat grote lettertype en die groene kaft! Ik had er toen geen idee van dat alles uit dat verhaal waar zou blijken. Ondertussen weet ik dat er voor mij een vreemde overeenstemming moét zijn als ik lees, ik wil kunnen samenvallen met de woorden – en daar staan de beschreven feiten volledig los van (al hoeft het niet, in Gazdanov is het zelfs letterlijk wat er gebeurt met het hoofdpersonage). Een snelle blik op Wikipedia leert dat William Kotzwinkle een indrukwekkend oeuvre heeft bijeengeschreven: romans (ET bijvoorbeeld, maar ook een boek over een beer die een manuscript steelt en zo een literaire ster wordt, wat de echte auteur tot wanhoop en dierlijke daden drijft), heel veel korte verhalen zonder Fantasy-inslag, kinderboeken met titels als ‘The world is so big and I’m so small’ en ‘Walter the farting dog’… In de LA-Times schrijft een recensent: ‘Kotzwinkle’s sense of humor has always tended to have long hair and a beard. In “The Bear Went Over the Mountain,” he offers us perhaps his hairiest creation yet.’ My man! denk ik dan.
Dus ja, toch nog een wens voor 2014, bovenop de schrijver. Voor 2014: minder korzeligheid en meer humor. Zelfs als er een beetje haar op staat.