boeken voor kleine en grote kinderen

Archive for december, 2013|Monthly archive page

Mijn Canada (6)

In Over mijn werk, Uncategorized on december 12, 2013 at 10:17 am

De heen-en-weervrouw
Je zou beginnen te denken dat ik mijn eigen boek uit het oog verlies van al dat reizen, maar daar is niets van aan. Ik schrijf deze reisindrukken een jaar na datum, en ondertussen zit het boek zelf in de absolute eindfase van het lange proces. In Cascannen0003nada zat ik ook al niet meer bij het begin, ik wist goed waar ik naartoe wilde, wat ik nodig had voor het verhaal. Of misschien wist ik dat niet zo goed, maar bracht ik mezelf in een ontvankelijke toestand. Twee weken lang wás ik mijn boek, ving ik zelfs de kleinste stofjes tussen mijn bladzijden.
Ondertussen is het manuscript klaar en ligt het bij de uitgeverij. Zelfs de Nederlandse redactie is al achter de rug. Want ja, ook dat hoort erbij: Nederland moet zijn zegen geven. Mijn grootvader werd in het Oost-Vlaamse Nevele geboren, week daarna uit naar Gent – met een tussenstop in een paar Canadese provincies, maar geen enkele in Gelderland of Drenthe. Vandaar dat ik niet plooi voor elke Nederlandse suggestie. Eigenlijk mag hij niet graag zien, hij moet houden van. Nou moe! Als auteur krijg je wel het laatste woord, en desnoods mag je álles naast je neerleggen, maar eerst moet je flink de lange rit van soms ronduit Hollandse woorden en uitdrukkingen uitzitten. Ach ja, het kost je een dag, meer niet. En na het persklaar maken van al mijn boeken heb ik zo onderhand genoeg materiaal om eens iets te schrijven over een Groninger die prielen gaat doorwaden op Ameland. Op zijn minst! Maar in dit boek zien mijn personages elkaar nog graag. Doodgraag, sommige dan toch.
Maar goed, ik zat nog in Canada. In Nelson, meer bepaald, waar het hoofdkwartier van de Canadian Pacific Railway zich in 1930 bevond. Ik heb een slechte nacht op een wiebelig en piepend stapelbed achter de rug, boven een luid snurkend meisje dat duidelijk woelige dromen doorspartelde. Maar ik ben vastberaden opgestaan. Vandaag ga ik grote stappen zetten. Ik begin met de bibliotheek van Nelson. De bibmedewerkers worden meteen enthousiast van mijn vraag naar informatie over de streek in 1930 en ze slepen de boeken vanuit alle hoeken aan, tot er een toren voor me ligt. Helaas mag ik ze niet ontlenen, dus neem ik me voor om na mijn bezoek aan Procter terug te komen.

Procter is een dorp waar je alleen met een kleine overzetboot raakt, maar aangezien het het dichtste dorp was bij het Camp waar mijn grootvader de spoorweg hielp aanleggen, kan ik er niet omheen. De autorit ernaartoe is alweer van een verpletterend2012-10-02 09.44.08e schoonheid, maar ik heb een doel, en ben ik ook al niet een beetje verwend na een week langs schoonheid snorren? De oprit voor de ferry ligt verborgen op het einde van een klein zijweggetje, alleen wie hier woont heeft het nodig, geen toerist te bespeuren. De kapitein van de overzetboot spot deze nieuweling dan ook meteen en nodigt me uit in zijn cockpit. Ik moet even aan het roer gaan staan, hij laat zien hoe, en zo wil hij me fotograferen. Ik doe wat hij vraagt en lach als 2012-10-02 09.45.20een boer met kiespijn: ik heb net een automatic leren besturen en heb geen ambitie om stuurvrouw op een heen-en-weerboot te worden. We komen toch zonder ongelukken aan de overkant en een korte rit later ben ik in Procter.
Procter is klein en echt van de wereld weg. Ik begin bij de local store, zo doen ze dat in films ook. Voor de open deur staan drie vrouwen te praten, ze begroeten me verrast en zetten dan hun drukke gesprek verder. Deze local store verkoopt alles, van poppen in piepschuim over veters tot overalls en diepvriesbroden. Zoals wel vaker in een winkel overvalt me een gevoel van hulpeloosheid. Ik moet iets kopen, maar wat? Na een verlammend overleg met mezelf graai ik een pak kaas uit de koelkast. Ik reken af en stel geen enkele vraag aan de vrouw, die me geamuseerd aankijkt. Het is een dik pak kaas, zo blijkt als ik buiten sta. Zwitserse kaas.
Next stop: The Bakery. The Bakery is meer dan een bakkerszaak, het is een ontmoetingsplaats voor de dorpelingen en het ruikt er heerlijk. In plaats van als een gek mensen te beginnen interviewen koop ik een gigantische kaneelbol.2012-10-02 10.22.55Ik ga buiten zitten, waar niemand zit, en duik weg in mijn schriftje. Ik heb niet eens honger. Maar je mag zelf koffie inschenken, onbeperkt.
Het plaatsje is echt rustig. Een paar moeders komen naar het eenvoudige speelpleintje, roken een sigaret, roepen af en toe een waarschuwing naar een klimmende kleuter. Een paar mannen slurpen koffie en praten met gedempte stem in het kleine gelagzaaltje van de Bakery. Geen enkele auto rijdt voorbij.
Na mijn derde kop koffie kan ik iedereen interviewen. Zelfs de stoel tegenover me. Ik begin toch maar bij de bakker, die ook een beetje bibliothecaris blijkt. De bibliotheek ligt boven de bakkerij, maar ze is vandaag helaas niet open. De dag erna wel, dus ik moet terugkomen, maar de vriendelijke bib-bakker laat me toch al even de collectie zien. En hij weet ook wie ik moet zien: Nick Dosenberger, de man die alles weet van het dorp. De naam klinkt vertrouwenwekkend, al moet ik onwillekeurig ook aan Lynch’ Lost Highway denken terwijl ik het juiste huis zoek. 2012-10-02 11.43.32De man in kwestie blijkt inderdaad heel wat te weten over het dorp, en hij praat graag, maar toch vooral over wat hem bezighoudt. De zelf aangestoken bosbranden bijvoorbeeld, hele flanken zijn er platgebrand door de Canadian Pacific zélf, omdat dat sneller ging dan bomen omleggen. Zijn vrouw zit er breed lachend naast en ik voel dat zij misschien wel beter snapt waar ik naar op zoek ben, maar ze laat haar man spreken. Het Camp waar mijn grootvader heeft gewoond kan op twee plaatsen liggen, zegt Nick, alle twee even onbereikbaar, tenzij ik een boot heb of een stevige bergtocht wil aanvangen. Ik moet me de vraag stellen hoe graag ik op die plaats wil staan. Sporen van het Camp zijn er allang niet meer, maar misschien wil ik exact zien wat mijn grootvader zag als hij opstond? Op de terugweg heb ik genoeg tijd om daarover na te denken, overzetboot en autorit kosten me toch algauw weer anderhalf uur tot in Nelson.
2012-10-04 08.04.36In de gemeentelijke bibliotheek van Nelson duik ik in mijn boekenstapel. Ik lees, noteer en kopieer. Ik ben een paar uur zoet, voor het sluitingsuur wil ik de helft van de stapel doorgenomen hebben. Ik voel me goed omringd door lezende mensen – in bibliotheken vervallen alle grenzen, jong of oud, local of outsider, iedereen zit gebiologeerd over woorden en beelden gebogen. Tegenover mij zit een studente die met engelengeduld bijles geeft aan een sombere mollige tienerjongen. Ze fluistert zo sensueel in zijn oor dat hij volgens mij niets hoort van wát ze precies probeert uit te leggen. Maar ik geniet mee van hoe zacht en vol vertrouwen ze met hem omgaat, hoe ze gewoon door dat norse uiterlijk heen kijkt. Ik weet niet of het iets wordt met zijn cijfers voor wiskunde, maar ben ervan overtuigd dat hij met deze bijlessen zeker gebaat is, ik hoop dat hij er elke dag krijgt.
Het is al donker als ik de bib uit loop. De verhalen over Kootenay Lake wandelen mee de trappen af, door de donkere straten van het stadje. Ik weet wat me te doen staat de volgende dagen. Deze dag herhalen, maar dan beter. Ik ben naar de juiste plek gekomen, en ik weet op dat moment nog niet eens hoe juist de plek zal blijken.
2012-10-02 12.35.28 2012-10-03 07.39.36

Mijn Canada (5)

In Over mijn werk, Uncategorized on december 5, 2013 at 9:18 am

Aan Kootenay Lake
“Misschien weet ge de provincies van Canada niet goed en bijzonder hunne ligging daarom wil ik u een weinig inlichten over dit groot en schoon en binnen enkele jaren vooraanstaande land van gansch de wereld: dit zijn de provincies van Oost naar West of liever van den Atlantischen Oceaan naar de Stillen Oceaan: Nova Scotia, Prince Edward Eiland, New Brunswick, Quebec, Ontario, Manitoba, Saskatchewan, Alberta en ten laatste aan den Stillen Oceaan British Colombia met een oppervlakte van 355.855 vierkante Engelsche mijlen, een mijl 1609 meter lang. Al deze provincies hebben een grootte van vijf of zes maal deze van België zoo ge kunt denken hoe groot Canada is. British Colombia is de bijzonderste provincie van gansch Canada. Voor de kweek van fruit hier ziet men de schoonste boomgaarden van gans het land. De appelen groeien hier langs de straaten en in de bosschen, natuurlijk op bomen, hé…”
Dit schreef mijn grootvader op 22 juli 1929 in een brief aan een vriend. Na vier dagen reizen rijd ik zelf British Columbia binnen. De rit zal in totaal zeven uur duren en leidt me verder weg van het ruige van de Rockies, door het brede dal waar de stad Cranbrook ligt. Op een verlaten plek aan de rand van die stad ligt het Railway Museum: daar kan ik niet omheen met een grootvader die bijna een eeuw geleden voor Canadian Pacific Railways werkte. Ik ben er de enige bezoeker en bekijk plichtsgetrouw de beelden van de tentoonstelling. Ik zie veel technische specificiteiten die wel een beeld geven over treinen als object maar niet over de mannen die de sporen aanlegden. 2012-10-01 07.46.44De vrouw aan de inkom kijkt nauwelijks op van haar glossy als ik haar vraag of iemand wat meer uitleg kan geven. Ik blijf staan. Verder bladerend zegt ze dat ik eens op de website kan kijken. Dat is het nadeel van deze digitale tijden: waarom nog naar de plek zelf gaan als er websites bestaan? Ik dring niet langer aan, behalve hair extensions heeft de vrouw duidelijk andere dingen aan haar hoofd. Op hun boekenrek staan wel interessante werken die zijdelings over de aanleg van de spoorwegen gaan, ik schrijf wat titels op en snor daarna verder in mijn intussen vertrouwde rode Hyundai Sonata waarvan ik het interieur al gezellig bekruimeld en volgegooid heb. Een heerlijk neveneffect van deze trip is dat ik niet elke avond hoef te koken voor vijf mensen. Ik laat me helemaal gaan in de notenrepen en de instantgerechten, het blikvoer rolt vrolijk heen en weer op de achterbank.
De vallei waar Cranbrook lag vond ik niets bijzonders, anderhalf uur later rijd ik door de paradijselijke omgeving die mijn opa beschreef in zijn brief: fruitbomen zo ver je oog reikt, lieflijke glooiingen, een landschap zoals op een kindertekening. De Verenigde Staten liggen op slechts 10 km hiervandaan, maar mijn doel lonkt: ik ben al in de Kootenay Region, nog even en ik ben er écht.

2012-10-01 11.06.23Terwijl ik over Kootenay Pass rijd is op de radio een discussie over Syrië aan de gang, wel twee uur lang hoor ik niets anders dan gesprekken, mensen die bellen om hun eigen verhaal te doen, een moderator die iedereen zijn tijd en zijn stiltes geeft, geen enkel relativerend muziekje. Het is radio die het medium zelf doet vervagen, enkel het onderwerp telt, in dit geval, een schrijnend onderwerp, toen al, en een jaar later nog zoveel meer. Het kilometerslange donkere sparrenbehang is een sereen decor voor al die verpletterende getuigenissen van mensen die op zoek zijn naar een leven – niet alleen naar een beter leven zoals mijn grootvader. Ik luister tot de ontvangst te slecht wordt maar ben dan al bijna in Nelson, aan Kootenay Lake.
Kootenay Lak2012-10-01 14.04.27e is het meer waar ik al twee jaar over fantaseer en hier ligt het eindelijk voor me. Ik kan het aanraken maar in de plaats ga ik op zoek naar een slaapplek. Ik bevind me nu in Pacific Time, wat het verschil met thuis op negen uur brengt, maar wat vooral wil zeggen dat het Hostel nog niet open is. Ik loop voorbij maar liefst drie bookshops, een paar tweedehandswinkeltjes, talloze organic food stores, ik waan me in een Londense hippiebuurt, niet verwonderlijk als je weet dat Nelson bekend is voor zijn Arts School en de vele kunstenaars die er blijven hangen. In de coffeeshop waar ik iets ga drinken worden net metersgrote schilderijen van de muur gehaald, de kunstenares haalt haar werken op terwijl haar twee verveelde zoontjes zonder al te veel hoop op succes zeuren om een cola, de ene heeft een gevaarlijke hoest. Het ziet er niet naar uit alsof de vrouw veel heeft verkocht en ik word er in haar plaats moedeloos van. Ik wil eigenlijk ook geen koffie, ik wil geen kunst aan de muur, ik wil geen veganistisch glutenvrij koekje. Het is alsof ik nu pas alle  kilometers van de afgelopen dagen voel, en ik wil maar één ding. Een bed. Én eten, oké, ik wil twee dingen.
Bij een blik troostende Cam2012-10-01 13.40.42pbell’s Minestrone Soup in het Hostel overloop ik wat me hier allemaal te doen staat. Ik wil naar de bibliotheek en het Museum of Arts and History, ik wil met de ferry naar Procter, het dichtste dorpje bij het Camp waar mijn grootvader verbleef, ik wil mensen aanspreken, informatie verzamelen, researchen! Hoe meer ik lepel, hoe kordater ik word. Geen uitstel meer, spreek ik mezelf streng toe. Even kikker ik helemaal op van mijn eigen planlust, zozeer zelfs dat ik nog wat blijf zitten in de overvolle Hostelkeuken. Ik luister naar het internationale gezelschap, allemaal backpackers die elkaar om de oren slaan met afgelegde afstanden en aantal reisdagen. Ze hakken verse groenten, wisselen met grote ernst kruidentips en gaartijden uit. Ik spoel mijn soepblik om en beslis dat ik er geen verhalen meer bij kan hebben. Geen een! Ik sluip weg uit de keuken en kruip belachelijk vroeg onder de wol. Morgen ga ik op onderzoek uit, iets zegt me dat ik wat extra slaap zal kunnen gebruiken.