boeken voor kleine en grote kinderen

Mijn Canada (2)

In Over mijn werk, Uncategorized on november 13, 2013 at 10:51 am

Schietgebedjes en amandelen
De volgende ochtend ontwaak ik als uit een coma in het hostel van Canmore, de kamer is voor zes personen maar er ligt niemand, alleen ik knipper in het felle licht. Op een van de bedden ligt wel een slaapzak, ik was dus niet alleen vannacht. Mijn kamergenoot is attent de kamer uitgeslopen of ik moet zo diep in slaap zijn geweest dat ik niets heb gehoord. Iets zegt me dat het het eerste is. Haar kleren hangen daarvoor te netjes aan haakjes tegen de muur, alsof zelfs zij me niet willen storen. Kort daarna ontmoet ik Ingrid. Een vrouw met een glimlach van oor tot oor en snoezige lijntjes om haar ogen, ze is zestig dus je zou het met recht rimpels kunnen noemen maar daar kijkt ze veel te fris voor, niet verfrommeld maar net heel alert. Misschien heeft ze ook over de stekelvarkens gehoord. Ingrid blijkt een godsgeschenk. Want wat de avond voordien goed was afgelopen, begon vandaag weer helemaal opnieuw: ik moest die auto weer in, misschien zelfs eerst een familie stekelvarkens uitmoorden vooraleer ik de baan op kon. De muren en de vloer bewogen niet meer, de bergen staarden me ijzig en onwrikbaar aan, vanuit het raam kon ik de Three Sisters zien, drie zusterpieken die de schouders hoog hielden en me leken te vragen: wat doe jíj hier? 2012-09-27 09.38.27
Ingrid was op haar twintigste vanuit Duitsland naar Canada verhuisd, bijna net als mijn grootvader, alleen is zij gebleven. Ze zakte al haar halve leven nu en dan eens naar de Rockies af, alleen, voor een tochtje, meer niet. Het was maar een uur of vier rijden van waar ze woonde in de prairie, waar het zo plat en leeg was dat als de hond wegliep van huis, je hem drie weken later nog kon zien lopen. Ik vertelde haar wat ik kwam doen – mijn grootvader achterna, een boek schrijven, het grootse van Canada met eigen ogen zien – en zij knikte alsof dat de logica zelf was. Zonder te betuttelen gaf ze me het duwtje dat ik nodig had om terug dat automatische monster op wielen in te stappen. Ze zei: ‘I will pray for you, every day you’re here,’ en ze bedoelde dat heel praktisch, ze hing aaneen van de boterhamzakjes en de thermoskannen en de extra elastiekjes voor je weet maar nooit. En dus ook van de instantgebedjes. Voor ik ging vertelde ze me nog haar sterkste berenverhalen – iedereen die ik tegenkwam had er wel een paar – de avond voordien bijvoorbeeld had ze een beer gezien, vlak bij de hut. En ik ze maar knijpen voor een stekelvarken. Ingrid gaf me vleugels, ik stapte gezwind het rode gevaar in en startte alsof ik nooit iets anders gedaan had. On the road met mij! Drie minuten later zat ik vast op een doodlopende grindweg. Maar dankzij Ingrid viel die ene vraag waar alles mee staat of valt weg. In plaats van ‘wat doe ik hier?’, dacht ik: ‘hier ben ik’.

2012-09-27 12.15.14

Als ik Banff binnenrijd, ervaar ik een vreemde combinatie van western- en wintersportsfeer. Ik parkeer en ben allang blij dat ik even niet aan schakelen hoef te denken – of beter: aan vooral niet schakelen – en ik eet amandelen op een bankje in de hoofdstraat. Amandelen zijn goed voor van alles, dat is bewezen. Ik knabbel me te pletter. Ik zou ook kunnen gaan wandelen, de buurt verkennen, maar ik raak niet van dat bankje af. Banff. Alberta. Canada. Er zijn nog amandelen. Ik sta mezelf toe me even in mijn gedachten aan thuis te nestelen, eventjes maar, mijn hoofd in het vertrouwde onderdompelen. Voor mijn opa moet het wel anders zijn geweest, die was op zoek naar avontuur, naar een nieuw leven, en niet omdat het thuis zo goed was. Ik ben een luxereiziger en pas dus in die zin in het luxueuze winterresort Banff, maar ik blijf er niet. Ik zoek mijn rode reisgezel, hij die me automatisch zal brengen waar ik wil, in dit geval naar het Castlemountain Hostel – een tip van Ingrid – waar waard Tony me opwacht.
2012-09-28 05.19.082012-09-27 14.41.33Tony blijkt een vreemde gastheer die zonder waarschuwing van uiterst vriendelijk naar koudweg bevelend overschakelt. Ja hoor, ik ben echt welkom, maar eerst moet ik mijn bed netjes opmaken, mijn groceries wegstoppen op de voorziene plaats, en daarna, ja daarna kunnen we een hartelijk woordje wisselen. Het hostel ligt bij Castlemountain, een bergketen die opdoemt boven het hostel als een granieten kasteel. Er ligt sneeuw van oktober tot mei, en Tony heeft geen auto. Hij kon daar wel mee leven, zei hij, ‘to a certain point’. Ik hoopte maar dat hij niet net die avond dat certain point zou bereiken, als hij zag hoe slecht ik was in bedden opmaken bijvoorbeeld. Hoe hij iedereen zijn naam iets te nadrukkelijk uitsprak: Loreeeeena, Soezènne (Suzanne), en ja, Evelien. ’s Avonds zaten we rond een houtkachel op kussens, iedereen las, een oude vrouw lachte om de haverklap met iets in haar boek – hahaha! – en dan keek ze een beetje aanstellerig betrapt om zich heen. Ze had het vroeger altijd te koud en nu altijd te warm, vertelde ze aan niemand in het bijzonder, en dat kwam omdat ze zoveel groenten had gegeten. Zoveel dat het koud hebben er niet meer in zat voor haar. Ikzelf eet al jaren massa’s groenten en heb het nog altijd vaak koud, maar dat zei ik haar niet, het was zo ook duidelijk dat het niets zou worden tussen ons. Omdat lezen niet lukte bladerde ik in een fotoboek met oude zwart-witbeelden van warmwaterbronnen in Radium Hot Springs, korrelige, dampende, ruwe landschappen. Ik kroop vroeg onder de wol en de volgende ochtend ontbeet ik met niemand minder dan Ingrid. Ze was er later op de avond nog beland en was meteen haar bed in gedoken, maar bij het ontbijt zaten we te kletsen als twee oude bekenden. Ingrid overtuigde me om de Icefields Parkway helemaal tot in Jasper te volgen nu ik er toch was, de mooiste highway van de wereld, een autoweg tussen de gletsjers, langs plaatsen waar je normaal gezien pas na drie dagen klimmen met een halve buitensportwinkel om je nek kwam. We namen afscheid en Tony bekeek het warm, hij zou het nog even uithouden daar, net lang genoeg om mij uit te zwaaien dan toch, met een stralende Ingrid aan zijn zijde. Hoe lang was ik in Canada? 36 uur? En niet minder dan twee mensen wuifden me al uit. Goed, misschien waren ze gewoon bezorgd als ze me de auto in achteruit hoorden zetten, maar ikzelf was klaar voor die Icefields Parkway, voor de Rockies in vol ornaat.
2012-09-28 11.11.072012-09-28 08.28.43

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: