boeken voor kleine en grote kinderen

Leve meester Cowboy & co

In Auteurslezingen on april 1, 2013 at 8:11 pm

imagescawxkneuEen maand lezingen geven, dag na dag, dat doet wat met een mens die doorgaans in alle rust en stilte aan een computer zit te schrijven. Ik zie het vele collega’s doen, maar ik heb het nu even over het effect op mezelf. Er is de euforie als het lukt, als het klikt, maar er is ook de pure zelfverachting als het niet lukt, als het de woorden niet overstijgt en de vonk nooit overslaat.
Ik heb in menig stoffig bibliotheekje mijn geloof in de mens kunnen consolideren, maar als het fout aanvoelt, kan ik in één klap zin krijgen om mijn abonnement op het mensdom maar eens definitief op te zeggen.
Blaffende leerkrachten, ik kon er vroeger al niet tegen, maar nu zie ik ze scherper. Hun geblaf dringt dieper door, ook al is het niet tegen mij gericht, misschien net daarom. Soms komt een klas een plaatselijke bibliotheek binnen, twee aan twee, netjes in de rij, en ruik ik onmiddellijk onraad, nog voor ik een volwassene zie. Twee leerkrachten volgen, ze houden de troep leerlingen als herdershonden bij elkaar, ze bijten ze net niet in de kuiten maar dat is alleen maar omdat ze schrik hebben om besmet te raken door de kinderen op wie ze zo neerkijken. Ze roepen. MUTSEN IN DE MOUW! Ik onderdruk de neiging om te voelen of ik zelf mijn muts nog op heb. Daarna berispen ze elk kind afzonderlijk: ik was me er niet van bewust, maar er zijn honderden manieren waarop je je muts verkeerd in je mouw kunt steken. Vervolgens gaan ongeveer alle kinderen op de verkeerde stoel zitten, ze worden van hier naar daar gecommandeerd tot ze uiteindelijk aangemaand worden tot stilte en onbeweeglijkheid. Beseffen ze niet dat ze in een bibliotheek zijn en dat het daar stil moet zijn, brult een juf. Ik sta nog altijd vooraan, ik kijk en ik zwijg. Niemand zegt nog iets, maar stilte hoor ik niet, ik hoor alleen verstomming. Als ik geluk heb, staat er niemand op straf achteraan het zaaltje. Soms heb ik geen geluk en moeten er een paar jongens – altijd jongens – aan geloven: met hun rug naar mij gedraaid en rechtopstaand moeten ze de lezing volgen, lezen is niet leuk, nee, lezen is een recht en de kinderen van deze leerkrachten mogen blij zijn dat dat recht ondertussen verworven is want deze kinderen verdienen het eigenlijk niet om te leren lezen, zie ik in de misprijzende en misschien ook wanhopige ogen van hun juf of meester.
Ik heb niet voor een job als leerkracht gekozen en ik weet waarom. Je moet het in je hebben, dacht ik altijd, het geduld en de volharding, als mieren op een kiezelstrand, op zoek naar die ene kruimel die misschien niet te tillen valt, maar misschien ook net wel, en dan! Je enthousiasme moet echt zijn, en onuitputtelijk. Je moet kinderen op handen dragen, ook al verpletteren ze je knokkels een voor een, je moet ze allemaal gelijkwaardig behandelen. Dat alles heb ik niet in me, om het mild uit te drukken. Maar het bestaat wel, in één en dezelfde mens ook nog. Ze komen de bibliotheek binnen, als een kind tussen de kinderen en toch trekken ze aan de touwtjes. Er hangt een prettige verwachting over de groep, ze komen naar de bibliotheek en daar stikt het van de verhalen, wie weet worden zij zelf wel een verhaal, zo kijken ze mij aan: maak van ons iets moois als een boek, iets met kleuren en spanning en bladeren om om te slaan. De leerkrachten fluisteren dat de jassen uit mogen, ook de mutsen mogen uit maar het maakt ze niets uit in welke mouw ze gaan, de linker, de rechter of de denkbeeldige mouw van hun collega’s, het gaat niet om mutsen of jassen, ze zijn gekomen om te luisteren naar iemand die over boeken zal vertellen. Deze juffen en meesters hoeven niet te schreeuwen of te blaffen, ze zijn zelf nieuwsgierig naar wat er komt en hun kinderen nemen dat over, zonder uitzondering. Ik zie de lichtjes in hun ogen en wat ik zeg krijgt betekenis, hetzelfde verhaal wordt voller, ik begin er zelf in te geloven, alles klikt ineen en er ontstaat een golf van dromen en boeken en verhalen, ik gooi me op die golf als een volleerd surfer, wat een genot.
Het is zo, weet ik nu, na een paar jaar van lezingen doorheen Vlaanderen en Brussel: sommige mensen zijn ervoor in de wieg gelegd. Ze staan met hun brede voeten op de aarde, onwrikbaar, ze zeggen de dingen zoals ze zijn zonder ook maar één kind te kleineren, nee, ze willen ze net groter maken. Ze hoeven hun stem niet te verheffen om de groep in handen te hebben. Ze waarderen hun leerlingen, als kleine prinsjes met grote vragen. Deze leerkrachten zijn de helden die de maatschappij nodig heeft. De kinderen die bij deze mensen terechtkomen hebben geluk, mijn gemoed schiet er telkens van vol als ik zie hoe deze kinderen mogen zijn wie ze zijn. Maar eigenlijk zou ook dat een recht moeten zijn: dat je kind in de klas van een natural born teacher zit. Ik vind het tijd om de job van leerkracht op te waarderen: iedereen die het uitzonderlijke talent heeft om kinderen van alle kleuren en formaten te laten groeien en bloeien verdient ook het loon en het respect van andere stielen die zo hoog aangeschreven staan. Er zijn landen waar dat al zo is, Finland, heb ik me laten wijsmaken, daar is leerkracht een van de beroepen met het meeste aanzien. Ik draag deze bijzondere, getalenteerde mensen alvast op handen – en voor die anderen bestaat er vast een hondenhotel of kennel waar ze dringend nieuwe medewerkers zoeken en waar geblaf meer dan op zijn plaats is.

Advertenties
  1. Een knap artikel. Ik druk dit af en hang het in mijn leraarskamer !

  2. Beste Evelien,

    je bijdrage in de Standaard van vandaag 6/4/2013 trof mij recht in mijn hart; mooi geschreven ook ‘honderden manieren waarop je je muts verkeerd in je mouw kunt steken’
    Dank je wel.

    Zelf vind ik dat ik in zo’n geval verder moet gaan, de man of vrouw aanspreken etc moeilijk, ik weet het, heel moeilijk. Vaak heeft zo’n persoon zijn eigen leven ( tijdelijk?) niet op orde. maar blijft dat het niet kan dat dergelijke personen hun gang kunnen gaan in de klas; hetzelfde geldt natuurlijk ook voor ouders.
    Ik ga eens een boek van je lezen. dag

    frans van buggenhout

  3. Hallo Evelien
    Na 16 jaar werken in de bib vond ik in je artikel jammer genoeg de geschreven weergave van datgene waar ik na ettelijke klasbezoeken nog steeds zo triest van kan worden. Ik geef je analyse zeker door aan juf Els die we in onze bib wél elke keer met open armen ontvangen en wens jou nog veel aangename lezingen en workshops in de bibliotheken.

    • hoera voor juf els en voor alle gedreven bibiliotheekmensen. er zijn gelukkig meer aangename ervaringen maar die andere zijn inderdaad om triest van te worden en blijven helaas soms ook langer hangen. groetjes en bedankt voor je reactie!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: