boeken voor kleine en grote kinderen

Aan flarden

In Over mijn werk on november 26, 2012 at 2:28 pm

Stel je voor dat ik plots iets zag in de slordig gestapelde houtblokken, een betekenis? Dat ik iets las in de manier waarop de bladeren op het gras gevallen zijn, waar ze liggen, met hoeveel ze zijn. In de kruimels op mijn bord na het eten van een broodje kip met veldsla, stel dat die kruimels daar niet zomaar liggen te liggen maar mij iets vertellen. Zoiets denk ik vaak, de laatste tijd. Ik zit nochtans niet meer op grasvelden voor psychiatrische ziekenhuizen te schrijven, het is de zesjarige in huis die dit teweegbrengt. Sinds een paar weken heeft hij in de gaten dat al die lijnen en krommingen, al die boogjes en krullen, stippen en streepjes iets willen zeggen.

Magnus van zes leert lezen en hij is niet kieskeurig, hij leest alles wat op zijn weg komt. Zijn blik valt voortdurend op letters, die hij geconcentreerd na elkaar zegt en daarna herhaalt hij blij het geheel, hakken en plakken heet dat op school, hij hakt en plakt de hele dag door. Hij is eindelijk opgenomen in een systeem dat feilloos werkt, een systeem dat op net dezelfde manier door grote en kleine mensen wordt gebruikt, een systeem waar je deel van uitmaakt voor de rest van je leven.

Ik geniet mee met hem, natuurlijk wel. Ik schrijf zelfs boeken, speciaal voor hem en alle andere prille lezensgenieters.

Maar tegelijkertijd besef ik: op zoiets wacht ik nu al sinds mijn zevende.

Want na dat ene fantastische jaar waarin ik leerde lezen en schrijven, viel het stil. Ik heb nooit meer ergens iets van begrepen, toch niet meer op zo’n allesomvattende manier. Ik zoek wel, maar al wat ik vind zijn flarden. Hele straffe, soms, zoals de TED-lezing van Bart Moeyaert vandaag, flarden vol schoonheid die je, ja, aan flarden slaan, waarna je als een nieuw mens weer aan de slag gaat. Die vernieuwing komt ook soms uit de wereld buiten de letteren, zoals in Canada waar mijn levenslange angst voor honden plots wegviel omdat mijn angst voor beren veel groter was, maar een diersoort is nog geen alfabet, en ik word ook niet begeleid zoals toen ik zes was, het aaien is aan mij, op eigen risico.

Natuurlijk kan ik nog boomchirurg worden, Sanskriet leren, op tangoles gaan, een getuige van Jehova binnenlaten of HUMO beginnen te lezen. Maar niets zal nog binnendringen zoals de letters dat destijds deden. Ik leg me neer bij het feit dat het bij flarden zal blijven, maar dat klinkt weer te negatief, want ze zijn mijn brandstof, ik kan niet zonder, sommige komen bevrijdend dicht in de buurt van een alfabet.

Vanavond hak en plak ik weer, samen met Magnus. Eerst het huiswerk, daar maakt hij zich snel van af, want er valt nog een hele wereld te lezen, het hoeven zelfs geen woorden te zijn, met een paar gekke letters is hij al blij.

(Wat heerlijk dat ik woorden mag aanreiken aan eerste lezers die de shampooflesjes en melkverpakkingen ontgroeid zijn: ‘Job en de duif’ krijgen een derde boek.)

(Dat ik daarnaast een nieuw jeugdboek schrijf, is ook meegenomen. Met elk boek probeer ik mezelf gerust te stellen, geen paniek, het is het leven maar en als de gebruiksaanwijzing zoek is, schrijf ik er zelf wel gauw eentje. Nu ja, gauw. Zeker in de loop van volgend jaar dus, een nieuw boek, vol flarden.)

Advertenties
  1. Alleen flarden. Akkoord. Maar mij houden ze in leven. Dus: aan alle flardenmakers : blijven gaan! Ik heb jullie letters nodig!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: