boeken voor kleine en grote kinderen

Archive for februari, 2010|Monthly archive page

Gefluit en gefluister

In Voorlezen on februari 23, 2010 at 1:41 pm

Als ik aan Magnus van drie vraag om een boekje uit te kiezen in de bibliotheek, duurt dat welgeteld één seconde. Hij grijpt zonder te kijken in de bak met voorleesboeken en trekt er een uit. Het eerste dat zijn handje tegenkomt. Kleine boeken maken geen kans. Het gekozen boek moét mee: daar is hij heel duidelijk in. Vorige week was dat ‘Vogeltje lief’ van Kristien Aertssen. Ik heb niets met vogels, en er staan er zeker honderd op, op de cover alleen al. Eenmaal thuis moet ik hem overtuigen om in het boek te kijken. Want nieuwe boeken vindt hij maar niets. Hij ontleent ze graag, maar daar stopt het. Hij kijkt liever in de boekjes die hij al een keer of duizend eerder doorbladerde. ‘Wie’ bijvoorbeeld, van Dirk Nielandt en Marjolein Pottie.

Na wat aandringen beginnen we toch aan ‘Vogeltje lief’. Ik lees de tekst niet voor want dan haakt hij af. Na elke pagina voel ik hoe hij rustiger zit, echt luistert en kijkt. Er is veel te zien op de prenten. Een kerselaar bijvoorbeeld, net zo een als wij hebben. En veel vogels, die maar wat graag van die kersen eten: ook net zoals bij ons. Na een paar prenten raak ik ook in het verhaal. Want wat blijkt: dit is geen boek over vogels maar over de dood. Het verhaal wordt heel rustig verteld, en er worden ook geen vergezochte beelden gebruikt om die dood voor te stellen. De oma wordt ziek, ze ligt in bed, ze eet niet meer, moet veel pillen slikken. En dan is ze dood. De opa komt het te boven, maar het duurt een tijd. ‘Het leven zoals het is: de dood’, zoiets. Ik ben ontroerd door dit boek. Er zit tristesse in, maar ook veel leven en kleur. Het maakt de dood niet mooier maar stelt het voor als iets wat erbij hoort. Ik kan niet wachten om het voor te lezen aan de oudsten.

(Ondertussen is dat voorlezen gebeurd. Ze luisterden aandachtig, vonden het mooi. Maar de oudste van acht merkte op dat het allemaal wat snel ging. ‘Ze zeggen niet eens dat ze doodgaat’, vond hij. En inderdaad, er staat: ‘Ze sliep zachtjes in. Voor altijd.’ Hij heeft gelijk, vind ik. Doodgaan kan op inslapen lijken, maar het is wel iets heel anders. Sneeuwwitje sliep ook voor altijd, maar na een kus van de prins werd ze stralend weer wakker. Het is dus jammer dat de tekst het expliciete van de illustraties niet bijtreedt. Vertellen in je eigen woorden dus, want de prenten en het verhaal zijn te mooi om dit boek links te laten liggen.)

Advertenties

Op zoek naar Violet Park

In Net gelezen on februari 17, 2010 at 10:52 am

Ik neem me voor om meer jeugdboeken te lezen, en ik ben meteen goed gestart, met ‘Op zoek naar Violet Park’ van Jenny Valentine. In de bibliotheek staat het onder het thema ‘Lachen’, en het boek is inderdaad verfrissend grappig. Maar het is natuurlijk meer dan dat. Op de flap wordt het vergeleken met Mark Haddons ‘Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht’ en met Jonathan Safran Foers ‘Extreem luid en ongelooflijk dichtbij’. Misschien is dat net iets te veel eer. Toch snap ik dat je bij deze vergelijkingen uitkomt, omdat de stem van het hoofdpersonage heel overtuigend is. Het verhaal is absurd en verrassend en ruim van opzet (euthanasie, oude mensen, een verzonnen zoon, verliefdheid, kanker, een vermiste vader, dementeren, praten met doden…), het zit knap ineen en de spanning wordt goed opgebouwd, maar eigenlijk zit de sterkte daar niet in. Het is het hoofdpersonage Lukas die de show steelt. Van mij had hij mogen blijven praten, los van de gebeurtenissen. Ik laat hem even aan het woord: p. 111-112: ‘Het valt me op dat het enige wat de meeste mensen, zo gauw ze volwassen zijn, doen, is zich richten op iets onmogelijks en dan daarnaar blijven hunkeren. (…) Er moet een moment zijn waarop het onmogelijke waarnaar je verlangt , verandert in het laatste wat je zou willen dat er gebeurde, zonder dat je er iets van merkt.’ Of op p. 22: ‘Mijn vader was journalist. Ik herinner me hem als de man op feestjes bij wie mensen in de buurt wilden zijn (…). Ik lijk meer op degene van wie de mensen vergeten dat die er ook is.’ Op deze jongen zou ik vast en zeker verliefd geworden zijn als ik zestien was. Zonder Lukas was Jenny Valentine nooit weggekomen met dit verhaal. Zelf zegt ze er dit over in een interview met NRC-Boeken: ‘Ik ben goed in mensen, niet in plots.’ En ook ‘Ik houd niet van grote ego’s, maar van goede zinnen.’ Jenny Valentine heeft het niet voor literatuur met grote L. Vandaar dat ze jeugdboeken schrijft: die zijn per definitie met kleine l. Jeugdboeken moeten voor leesplezier en verrassing en ontroering zorgen, en dat doet ‘Op zoek naar Violet Park’ zeker. Ik lees nu ‘Je laatste foto’ van Laurent Graff, heel duidelijk geen jeugdboek, wel een beklijvend verhaal dat het in zich heeft om mijn kijk op bepaalde dingen te veranderen. Een essentieel boek, maar ik zou het niet aanraden aan jongeren. Het is daarvoor te volwassen, het dartelt niet meer, het is doodernstig.

(Het tweede boek van Jenny Valentine heet ‘Gebroken soep’ en staat zeker op mijn leeslijstje.)

Macht

In Voorlezen on februari 12, 2010 at 9:22 am

Er is iets wat kinderen nog griezeliger vinden dan enge monsters:  enge volwassenen. Toevallig las ik deze week twee boeken voor die over dit thema gaan: ’22 wezen’ van Tjibbe Veldkamp en Philip Hopman en ‘De jongen die altijd te laat kwam’ van John Burningham. In beide gevallen smulden mijn drie toehoorders ervan. Briesende, enggeestige, vastgeroeste volwassenen uit hun rol zien vallen: je kon een muis horen lopen (letterlijk, in ons geval…).

Kinderen hebben de hele dag te maken met volwassenen die hun macht gebruiken om ze dingen te laten doen of net niet te laten doen. Volwassenen zeggen wel eens: ‘Haal je het wel tegen zo’n kleintje’, als een kind de baas speelt over een kleiner broertje of zusje. Maar over zichzelf vinden ze dat ze een status hebben bereikt waarin ze te allen tijde de baas mogen spelen over mensen die jonger zijn. Ik heb er een hekel aan als ik die machtsdrang bij mezelf voel. Want je kunt het wel beseffen, maar het toepassen is weer een andere zaak. De volwassenen in deze prentenboeken plaatsen zich hoog boven de kinderen, en in beide gevallen loopt het hilarisch af. De kinderen zijn inventief, speels, daadkrachtig, ze leven hier en nu. Allemaal dingen waar volwassenen naar streven. Waarom zouden we daar niet naar luisteren?

(‘Luisteren naar kinderen’ is een boek van de Amerikaanse psycholoog Thomas Gordon. Een absolute aanrader, en niet alleen voor mensen met kinderen.)

Met open mond

In Voorlezen on februari 8, 2010 at 9:26 am

‘Met open mond is niet gezond’, behalve tijdens het leukste kwartiertje van de dag. Soms wil dat kwartiertje wel eens ontaarden, vooral als ook de voorlezer er maar geen genoeg van krijgt. Als de mondjes van de toehoorders openvallen, weet je dat het goed is. Op de foto staat het boek ‘Heksenfee’ van Brigitte Minne met illustraties van Carl Cneutt. Met ‘O monster, eet me niet op’ van dezelfde Carl Cneutt en tekst van Carl Norac hangen de monden pas écht open. De foto’s daarvan waren niet mooi meer.

Op www.voorlezen.be van Stichting Lezen krijg je meer voorleestips.

Sneeuw

In Uncategorized on februari 2, 2010 at 9:37 am

Net terug van vier dagen stappen in de besneeuwde Vogezen. Er lag zo veel sneeuw dat het bijna leek alsof het wit de constante was, en het grijs van de takken maar schaduwen. Alsof de schors de vorm aannam van de sneeuw in plaats van andersom. Je snapt goed hoe sprookjes geboren worden als je daar loopt.

Voor mij is sneeuw voor altijd verbonden met de dood van een dierbare vriendin, nu al zeven jaar geleden.

Ik hou van boeken waar sneeuw in zit. Zoals bijvoorbeeld de dichtbundel ‘Het moest maar eens gaan sneeuwen’ van Tjitske Jansen, die deze zin als motto heeft: ‘Not a Christmas sprinkle, but a man-high January deluge, the sort that snuffs out schools and offices and churches, and leaves, for a day or more, a pure, blank sheet in place of memo pads, date books and calendars’ (uit ‘The Bell Jar’ van de Amerikaanse dichteres Sylvia Plath).  

“Ik hou van Icarus die wist dat de was zou smelten en toch naar de zon toe vloog.
ik hou van het meisje dat wel zag hoe blauw de baard van Blauwbaard was- dat
was juist de reden. Ik houd van Doornroosje die alleen maar deed alsof ze sliep.

Ik houd van sneeuwwitje, die de dwergen een stelletje neuroten vond.
“Wie heeft er op mijn stoeltje gezeten? Wie heeft er van mijn bordje gegeten?’
En van de dwerg, die helemaal niet zoveel van Sneeuwwitje hield;

‘Toen zij er nog niet was, waren wij nog met zeven. En nu? Moet je ons nu eens zien.’
Van de reus die kwaad is, omdat iedereen zijn schoenen laarzen noemt.
Ik houd van wie niet in het sprookje past. Maar vooral

hou ik van Icarus die wist dat de was zou smelten en toch naar de zon toe vloog.”

© Tjitske Jansen,
uit: ‘Het moest maar eens gaan sneeuwen’
Uitgeverij Podium, 2003