boeken voor kleine en grote kinderen

Archief voor de ‘Net gelezen’ Categorie

Tranen van letters

InNet gelezen, Voorlezen opseptember 13, 2011 op11:35 am

Ik las enkele maanden geleden Astrid Lindgrens ‘De gebroeders Leeuwenhart’ voor aan de twee oudsten. Een absolute aanrader voor jongens van pakweg acht tot tien, maar als moeder is het geen sinecure om het droog te houden tijdens het voorlezen. Tijdens een van de beginscènes was het al prijs. Broers die te vroeg sterven, en briefjes schrijven naar hun eenzaam achterblijvende moeder: ‘Niet huilen, mama’. Mijn stem stokte. Zei de ene zoon tegen de andere: ‘O jee, haar neus wordt al rood…’ ‘Ze gaat wenen!’ ‘Kijk, zie je wel!’ Ze grijnsden me toe terwijl de tranen me effectief en ongevraagd over de wangen liepen. En dan zaten we nog geen twintig bladzijden ver. Zij snapten die tranen niet. De jongens gingen dood, ja. ‘Jammer, hé,’ zeiden ze. En:  ‘Lees nu eens verder.’ Na die aangrijpende beginscènes begint overigens het fantasydeel in Nangijala en hoef je als voorlezer niets meer te vrezen.

Ik moest hieraan denken omdat ik net ‘Lean on Pete’ van Willy Vlautin (vertaald als ‘De ruwe weg’) uit heb en zo geraakt werd dat er ook tranen aan te pas kwamen, gelukkig zonder gniffelend publiek dit keer. Die tranen zijn de enige link, want ‘Lean on Pete’ heeft niets met fantasy te maken. Het boek gaat over Charley, een vijftienjarige jongen die alleen op de wereld is en met een versleten renpaard op de vlucht slaat, op zoek naar zijn tante. Charley kruipt onder je huid op een manier die weinig andere romanpersonages gegeven is. Zelden zo’n catharsis meegemaakt. Wie niet terugdeinst voor een bijna lichamelijke leeservaring, móet het boek een kans geven. Nee, ik aarzel niet als ik iemand aan het wenen kan brengen. Toch niet als ik aan de lijve heb ondervonden hoeveel deugd deze tranen doen.

Kerst

InNet gelezen, Uncategorized opdecember 13, 2010 op2:15 pm

Ik heb niets met Kerstmis, maar die lichtjes in de kerstboom kunnen me wel bekoren. Alleen: zo’n kerstboom in huis en dan de tv aan, waarvan het felle licht het mooie, voorzichtige hier-en-daarlicht van de kerstlampjes doodschettert? Nee. Er moeten betere manieren zijn om rond die boom te zitten.

De Notenkraker is een ‘orkestvertelling’ met muziek van Tsjajkovski en een tekst van Siska Goeminne (naar een kerstverhaal van E.T.A. Hoffmann). Een luisterboek dus. De tekst is prachtig compact en toch goed te volgen, de muziek is uitbundig, de vertelstem van Warre Borgmans voert je helemaal mee en op het einde kan er voluit rond de kerstboom gedanst worden. Het is niet dat ik zo’n Tsjajkovskifan ben, de muziek is als geschater: aanstekelijk, maar het hoeft ook weer niet al te lang te duren of het wordt vervelend. Maar het verhaal is betoverend, het doet je verlangen naar een tijd waarin cadeautjes nog getimmerd of gebreid waren, met eigen handen wel te verstaan en niet ‘zelfgemaakt’ besteld via internet.

Wij hebben nog een voorraad noten in huis, dus met de notenkraker erbij schuiven we straks de cd nog eens in de lade. Eat this, Mickey Mouse Clubhouse. En ook Bob de Bouwer kan beter rechtsomkeert maken met zijn bende gemotoriseerde vrienden. Wij gaan dansen, deze kerst.

Uitvliegen

InNet gelezen, Over mijn werk, Voorlezen opnovember 15, 2010 op9:16 am

Ik las de afgelopen weken ‘Iep!’ van Joke van Leeuwen voor aan de twee oudsten. Daarna bekeken we de film. Het boek vonden we beter. ‘Iep!’ gaat over twee mensen die iets vinden onder een struik, een vogel in de vorm van een meisje of een meisje in de vorm van een vogel. Ze besluiten het wezentje te houden, en dat gaat eventjes goed, tot Viegeltje (want ze hebben haar Vogeltje genoemd, maar Vogeltje kan de ‘o’ niet uitspreken) wil uitvliegen. Ze gaan haar een heel boek achterna, vinden haar uiteindelijk maar beseffen dat ze haar maar moeten laten gaan: “Tine begreep het. Viegeltjes kon je niet houden, behalve in je gedachten.’ Ik zei na afloop tegen mijn jongens dat ik ze uiteindelijk ook zou moeten laten uitvliegen, waarop de oudste (die intimiteiten liever niet verwoord hoort) opmerkte dat hij geen vleugels had en dus ook niet van plan was ooit uit te vliegen. ‘Je moet’, zei ik, naar waarheid.

Ik heb dit weekend het boek afgewerkt waar ik al een jaar of twee aan bezig ben. Een derde jeugdroman, die ‘De bovenkamer van Jakob’ zal heten. De personages zijn me ondertussen zo dierbaar geworden dat ik ze eigenlijk het liefst van alles bij me zou houden. Maar ik weet anderzijds ook wel dat dat niet kan. Dus hup! De wereld in met jullie. Dag Jakob! Dag Mira! Dag meneer Radboud! Tot in het boek.

Het toppunt van bloot

InNet gelezen, Voorlezen opoktober 7, 2010 op8:58 am

Daan Remmerts de Vries heeft de Gouden Griffel gewonnen met ‘Voordat jij er was’, een boek dat hij samen met illustrator Filip Hopman maakte. Ik heb dat boek nog niet (voor)gelezen, maar we hebben wel ‘Blote beer’ (1998) van Daan Remmerts de Vries in huis, en dat heb ik altijd een geweldig boek gevonden. Een boek zonder woorden, en toch of misschien net daardoor heel gemakkelijk voor te lezen. Een beer en een meisje (of is het een konijn?) gaan zwemmen, en het vel van de beer wordt gestolen door een bende op hol geslagen mieren met koude voeten, al hebben we dat laatste er vast zelf bij verzonnen. De beer is vreselijk boos, en ook beschaamd omdat hij in zijn blootje staat. Het konijnenmeisje vindt het hele voorval grappig, en de beer wordt uitgelachen door alle dieren. Samen gaan ze op zoek naar de dieven, en de beer geeft ze er eens goed van langs vooraleer hij zijn vel weer aantrekt. De tekeningen zijn stuntelig en omrand door knip- en plakwerk dat nu collage heet maar hier toch eerder knip- en plakwerk blijft. Net dat lelijke past zo goed bij het gevoel van die beer die met zijn ronde billen in zijn blootje staat tegenover alle andere dieren. ‘Bloot’ associeer ik sinds dit boek met de blos op de wangen van Beer in zijn rozige dikke billen.

Dat Remmerts de Vries wél kan tekenen spreekt voor zich: het recente ‘Monstermuis’ (2010) heb ik onlangs voorgelezen en werd hier gesmaakt door kleine en grote kinderen. De muis uit de titel is een huiveringwekkend monster, niet halfslachtig een beetje slecht maar door en door verdorven. Kijk maar eens naar de grijns op zijn gezicht. Het is een stout boek dat zich niet inhoudt om toehoorders te choqueren. Maar het eindigt niet slecht: dat zou mijn gevoeligste luisteraar ook niet aangekund hebben. Nee, iemand is gelukkig slimmer dan die slechte muis, al achtervolgt de grijnslach je wel nog een tijdje, een grijns met een hoog Jack-Nicholsongehalte.

Het grote verlangen

InNet gelezen opseptember 13, 2010 op8:42 am

Af en toe verplicht ik mezelf om een jeugdboek te lezen, meer om te weten waar ik eigenlijk mee bezig ben dan omdat ik graag jeugdboeken lees. Ik begon een paar dagen geleden met deze ‘didactische’ ingesteldheid in ‘De zomer van Gisteren en Pudding’ van Kristien Dieltiens. Na de eerste zinnen (‘Mijn moeder denkt dat ze nog jong is. Maar ze is oud en ze weigert eruit te zien als alle andere moeders die gewoon gewoon zijn.’) zat ik echter meteen in het verhaal, een zomerverhaal waar je het zand echt van in je haar voelt. Kristien Dieltiens gebruikt nieuwsflitsen en liedjes uit 1972 om de sfeer van die tijd in het boek te trekken, maar dat had zelfs niet gehoeven, want die sfeer zit al zo mooi in de woorden. De lichtheid van de taal maakt het tot een authentiek, tijdloos boek. Het gaat over navels (dopjes en fronsjes), over boules de berlin, over kriebelende buiken en bloemkoolbillen. Hoofdpersonage Joyce/Joske spreekt met een geloofwaardige stem: nu eens kordaat, dan weer twijfelend, maar altijd aftastend. Als vijftienjarige probeer je maar wat, voor het eerst, je wilt dat er iets gebeurt ook al weet je niet wat. ‘Er is iets met me’, denkt Joske als ze op een ochtend wakker wordt. Dat denkt ze voor het eerst en ze beseft niet dat ook haar moeder dat op haar veertigste nog regelmatig denkt. Het boek hangt aaneen van een onbestemd verlangen en de gebeurtenissen zijn eigenlijk bijzaak, ook al steekt het knap in elkaar. Dus: jeugdboek of niet? Dit is er zo eentje waarop je geen etiket kunt kleven, het is er gewoon, en je voelt in elke zin dat het geschreven móest worden.

(Het enige wat voor mij niet werkt zijn de foto’s. Die zijn zo overduidelijk niet van toen dat ze eerder storen dan iets toe te voegen. Maar daar zullen jongeren vast anders over denken. Ik ben tenslotte maar een moeder van veertig.)

De wei van Koe

InNet gelezen opjuni 10, 2010 op8:30 am

In mijn wekelijkse halfuur als leesmoeder op school, was het AVI-boekje van deze week zo saai dat ik de kinderen na één blad van achteren naar voren heb laten lezen. We begrepen niets meer van het verhaal, maar grappig was het wel, en het lezen ging zelfs vlotter. Ik kan me dus helemaal vinden in het artikel van Eveline Vink op Recensieweb: ‘Gij zult saai schrijven voor jonge lezers’. Ze bespreekt daarin ‘Job en de duif’ en ook ‘De wei van Koe’ van Paul de Moor, en gisteren las ik dat.

Ik las het niet voor, ik las het zelf, en was meteen verkocht. Het is het soort boek waarvan ik ga denken dat ik nooit van mijn leven nog twee lettergrepen wil schrijven. Ik geef een voorbeeld:

‘De herfst heeft de smaak van peer, weet Koe.

En van pruim.

En een toets van noot.

Soms denkt ze dat de herfst een spin is die haar web om de wei weeft.’

Hoe Paul de Moor erin slaagt weet ik niet, maar Koe en Rat en de andere dieren hebben al na een paar pagina’s zoveel persoonlijkheid dat je er gerust een paar van je eigen vrienden voor wilt laten vallen. Het is dus te hopen dat boekhandelaars dit boek aanprijzen aan een ruimer publiek, al zitten eerste lezers natuurlijk meteen goed als ze hiermee het lezen mogen ontdekken. Zoals het jongetje Briek in het boek zegt: ‘Koe hoort in de wei, als een tak aan de boom’, zo eenvoudig is het: dit boek hoort bij iedereen die leest.

‘Pahiehahurg’

InNet gelezen, Voorlezen opmei 7, 2010 op8:39 am

‘Mevrouw Hermitage op rolletjes’ gaat over een pezig oud vrouwtje dat graag fietst, maar onderweg allerlei verbeteringen aanbrengt aan haar rijtuig. Ze start op een gewone fiets, en onderweg monteert ze er toeters, iets om je handen mee te wassen, een gereedschapskist, iets om eten mee te vervoeren, een zitje voor haar hond, een paraplu of twee, een radio, een mondharmonica en een zeil op. Het gaat zo goed vooruit dat ze natuurlijk valt, en alles wat ze zo zorgzaam heeft bevestigd goed is voor het stort. Het eindigt als ze rolschaatsen aanbindt, en zich afvraagt of die ook niet een extraatje kunnen gebruiken.

Het boek is geschreven en geïllustreerd door Quentin Blake, die vooral bekend is van zijn illustraties bij de  boeken van Roald Dahl. Het is een beetje voorspelbaar, maar kinderen smullen ervan. Bovendien is het personage van mevrouw Hermitage onweerstaanbaar. De voortdurende herhalingen werken, zo blijkt als ik het boek voorlees. Hier is het ondertussen een klassieker. Al was het maar om het geluid van een van de toeters: Pahiehahurg!

Klassieker in beelden

InNet gelezen opmaart 30, 2010 op7:46 pm

Aan klassiekers blijf je hangen. Dave Eggers kan ervan meespreken. Hij schreef zowel het scenario voor de film ‘Where the wild things are’ als het boek ‘Max (en de wild things). De film heb ik nog niet gezien, maar het boek las ik, uit pure nieuwsgierigheid of zoiets niet gedoemd is om te mislukken. Het boek (‘een roman voor alle leeftijden’ staat er op de cover) speekt zich half af in de gewone wereld, en half op het eiland waar de monsters leven. Het eerste deel vond ik sterk, en ik vind het jammer dat Max daarna zo lang op dat eiland blijft. Over die echte mensen (zijn moeder, zijn oudere zus, een oude man in zijn straat) had ik echt wel meer willen lezen. Terwijl die monsters… Monsters blijven toch fascinerender in prenten. 

Benieuwd of het in de film beter lukt. Het voorfilmpje hieronder mag er wel al zijn.

Op zoek naar Violet Park

InNet gelezen opfebruari 17, 2010 op10:52 am

Ik neem me voor om meer jeugdboeken te lezen, en ik ben meteen goed gestart, met ‘Op zoek naar Violet Park’ van Jenny Valentine. In de bibliotheek staat het onder het thema ‘Lachen’, en het boek is inderdaad verfrissend grappig. Maar het is natuurlijk meer dan dat. Op de flap wordt het vergeleken met Mark Haddons ‘Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht’ en met Jonathan Safran Foers ‘Extreem luid en ongelooflijk dichtbij’. Misschien is dat net iets te veel eer. Toch snap ik dat je bij deze vergelijkingen uitkomt, omdat de stem van het hoofdpersonage heel overtuigend is. Het verhaal is absurd en verrassend en ruim van opzet (euthanasie, oude mensen, een verzonnen zoon, verliefdheid, kanker, een vermiste vader, dementeren, praten met doden…), het zit knap ineen en de spanning wordt goed opgebouwd, maar eigenlijk zit de sterkte daar niet in. Het is het hoofdpersonage Lukas die de show steelt. Van mij had hij mogen blijven praten, los van de gebeurtenissen. Ik laat hem even aan het woord: p. 111-112: ‘Het valt me op dat het enige wat de meeste mensen, zo gauw ze volwassen zijn, doen, is zich richten op iets onmogelijks en dan daarnaar blijven hunkeren. (…) Er moet een moment zijn waarop het onmogelijke waarnaar je verlangt , verandert in het laatste wat je zou willen dat er gebeurde, zonder dat je er iets van merkt.’ Of op p. 22: ‘Mijn vader was journalist. Ik herinner me hem als de man op feestjes bij wie mensen in de buurt wilden zijn (…). Ik lijk meer op degene van wie de mensen vergeten dat die er ook is.’ Op deze jongen zou ik vast en zeker verliefd geworden zijn als ik zestien was. Zonder Lukas was Jenny Valentine nooit weggekomen met dit verhaal. Zelf zegt ze er dit over in een interview met NRC-Boeken: ‘Ik ben goed in mensen, niet in plots.’ En ook ‘Ik houd niet van grote ego’s, maar van goede zinnen.’ Jenny Valentine heeft het niet voor literatuur met grote L. Vandaar dat ze jeugdboeken schrijft: die zijn per definitie met kleine l. Jeugdboeken moeten voor leesplezier en verrassing en ontroering zorgen, en dat doet ‘Op zoek naar Violet Park’ zeker. Ik lees nu ‘Je laatste foto’ van Laurent Graff, heel duidelijk geen jeugdboek, wel een beklijvend verhaal dat het in zich heeft om mijn kijk op bepaalde dingen te veranderen. Een essentieel boek, maar ik zou het niet aanraden aan jongeren. Het is daarvoor te volwassen, het dartelt niet meer, het is doodernstig.

(Het tweede boek van Jenny Valentine heet ‘Gebroken soep’ en staat zeker op mijn leeslijstje.)

Ole durft

InNet gelezen opjanuari 27, 2010 op9:25 am

De flaptekst gaat alsvolgt:

Ole durft! Hij durft eieren in de magnetron te doen. Hij durft keihard te liegen. Hij durft zijn vader voor de gek te houden. Hij durft te praten met een vreemde vrouw die haar huis niet uitkomt. Hij durft voor een rijdende auto te springen. Hij durft mensen te redden. Maar er is één ding dat Ole niet durft…

Tanneke Wigersma is de auteur van dit boek voor 9+. Zij schreef (en illustreerde) eerder ook ‘Een konijnendenkplek’, een prentenboek over een hond die niets liever doet dan aan konijnen denken, en een stil plekje zoekt om zich daar volledig aan over te geven. Van iemand die zoiets bedenkt, wil ik graag alles lezen. ‘Ole durft’ dus bijvoorbeeld. Je leest soms over een boek dat er geen woord te veel in staat: dit is er zo eentje. Alles staat precies goed. En ook hier weer een onderwerp om van te smullen: het gaat onder meer over een vrouw die de straat niet meer op durft sinds haar man haar verlaten heeft. Er doet ook weer een konijn mee, en de held van het verhaal is Ole, een jongetje dat zijn moeder kwijt is. Ik laat het boek voor zich spreken, p. 67:

“Rosa rent zo snel naar huis, dat haar voeten de stoep amper raken. Het is bijna alsof ze vliegt. Ole rent achter haar aan. ‘Het is alsof je met een elastiek aan je huis vastzit,’ hijgt hij als ze weer bij nummer 6 staan. ‘Ik ben een echte slakmevrouw. Ik hou van mijn huis. Als ik ga wandelen, strek ik me eigenlijk alleen maar uit.’ Rosa grijnst.”

Als lezer grijns je mee, want je weet dat je er een beeld bij hebt dat je nooit meer loslaat. Voor elk hoofdstuk zie je een illustratie van iets wat op een kruising tussen een konijn en een hond doet denken. Tanneke Wigersma heeft volgens mij een heel goede konijnendenkplek gevonden voor zichzelf.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.