Op het bekroningsfeest van de Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen 2012 werd ‘Job en de duif’ derde in de categorie 6-8 jaar. Het is de enige bekroning waar kinderen hun lievelingsboeken helemaal zelf kiezen. De prijs zelf, maar ook de reacties van kinderen en hun ouders die een praatje kwamen maken: echt hartverwarmend en overdonderend. Niet dat ik anders een treurwilg ben, maar zo blij loop ik toch ook weer niet vaak rond!
Archive for 2012|Yearly archive page
Job en de duif kibbelen verder
InNieuw werk opapril 17, 2012 op10:00 am
Nieuw boek! Vervolg op Job en de duif (Lannoo, 2011), alweer met de geweldige illustraties van Noëlle Smit.
Het boek gaat over Job en de duif, maar ook over de drang, over pluimen krijgen, over je draai vinden en over stijl. Over praatjesduiven en fuifduiven, over nors ogen en toch lief zijn. En die Kip dan? Die belandt bijna in de pot, omdat ze geen ei legt. Gelukkig zijn Job en de duif in de buurt, want behalve in bekvechten zijn ze goed in redden. Zo blijkt…
Een boek op maat van beginnende lezers (AVI 3- AVI4/E3-M4), uitgegeven bij Lannoo, en vanaf nu te koop in de boekhandel.
Meester Cowboy
InNominaties en prijzen opmaart 28, 2012 op9:50 am
De Jeugd-boekenweek zit er bijna op, en ik heb de afgelopen weken heel wat juffen en meesters ontmoet, maar een meester Cowboy zoals in ‘Op je kop in de prullenbak’ zat er niet bij. Guus Kuijer won intussen wel de ALMA, en daar was ik heel blij om. Ik moet deze grote auteur voortaan maar eens beginnen noemen als ik het over de klassiekers van de jeugdliteratuur heb. Een beetje Madeliefjes planten, zeg maar. Ik kijk al uit naar de volgende lezingenreeks…
Hoe boeken de dood doen leven
InUncategorized opmaart 18, 2012 op5:11 pmOver de dood wordt niet geknutseld op school, daar hebben we de lente voor. Maar over de dood kan wel worden nagedacht, ook door kinderen. Daar zijn zelfs geen lessuggesties voor nodig, omdat er boeken bestaan. Boeken op maat van kinderen, die de dood niet uit de weg gaan, maar hem ook niet je strot in rammen. Boeken die kinderen in hun eigen tempo helpen om de dood te leren kennen. Of niet. Want een boek kun je altijd dichtslaan. Maar tijdens een minuut stilte is zelfs een kuchje al te veel.
Klassieke muziek
Tijdens de dag van nationale rouw gisteren was ik voor de Jeugdboekenweek in een school. Om tien voor elf gingen de kinderen van alle klassen naar de speelplaats voor een moment van bezinning. Er klonk klassieke muziek om de ernst te onderstrepen en er werden een paar tekstjes voorgelezen door een slecht werkende microfoon. De kleuters keken verward rond: stilte, zonder eerst een fluitsignaal van de meester? Een paar meisjes van het zesde leerjaar huilden, de jongens keken er schouderophalend naar. Alleen de volwassenen leken echt aangedaan, voor de kinderen leek de minuut stilte meer op een brandoefening: een beetje spannend, iets onverwachts dat de dag brak.
Toen ik terug in de klas verder voorlas over levende mensen en dieren, waren de kinderen even enthousiast en lacherig als vóór de minuut stilte. Heeft een gemeenschappelijk rouwmoment dan geen zin ? Toch wel, het toont dat we meeleven met de mensen die na zo’n totaal willekeurige ramp toch maar verder moeten. Maar wat zo’n minuut stilte niet doet, is kinderen echt doen nadenken over die roekeloze, onredelijke dood. Waar moeten kinderen aan denken tijdens die minuut? Ze kunnen zich niet inleven in het verdriet van de ouders die een kind verloren, en eigen doden hebben ze meestal nog niet, en maar goed ook.
Kunnen boeken dan wat die minuut stilte niet kan? Ik las enkele maanden geleden Astrid Lindgrens De gebroeders Leeuwenhart voor aan mijn oudste zonen van tien en negen, en toen merkte ik dat zelfs ik in de weg zat bij woorden over doodgaan. Tijdens een van de beginscènes al hield ik het niet meer droog: het gaat meteen over broers die te vroeg sterven, en briefjes schrijven naar hun eenzaam achterblijvende moeder: ‘Niet huilen, mama.’ Mijn stem stokte, en ik was nog geen vijf minuten ver in het verhaal. Zei de ene zoon tegen de andere: ‘O jee, haar neus wordt al rood…’ ‘Ze gaat wenen!’ Ze grijnsden me toe, terwijl de tranen me over de wangen liepen. Zij snapten die tranen niet. De jongens gingen dood, ja. ‘Jammer, hé’, zeiden ze. En: ‘Lees je nog verder?’
Iets groots en verafs
Ik ben zeker dat die woorden hen veel meer hadden geraakt als ze die zelf hadden gelezen. Alleen zijn met bepaalde woorden, en die woorden tot de jouwe maken, zodat je ze achter de hand hebt als de dood bij jou komt aankloppen: dat kan een boek doen. Een boek kan iets universeels als rouw tot iets heel persoonlijks maken. Je eigen dood, hoe onvoorstelbaar ook voor een kind, wordt een mogelijkheid omdat je je inleeft in het personage: je wordt een ander mens. Zonder toeschouwers kijk je de dood even in de ogen: als je leeft, ga je ook dood, dat is een simpele boodschap die kinderen begrijpen. Maar dat het ook over hen gaat, wordt meestal verzwegen: de dood is iets uit de krant, iets wat veraf blijft. Iets groots, zo groots dat we er alle klassen voor laten leeglopen om samen één minuut stil te zijn in deze lawaaierige tijden.
Door stil te blijven, hou je die dood op een afstand. Door er woorden aan te wijden, laat je de dood dichterbij komen. En dichtbij: daar hoort het ook. Niets dat zo van iedereen is – kind of niet – als de dood. In het beste geval hou je die willekeurige woorden vast, lijkt het alsof het altijd al je eigen woorden waren. En als er dan iemand sterft, heb je die woorden nog, blijf je niet alleen met die stilte zitten. Stilte kan troostend zijn, maar geef mij liever woorden, zelfs al zijn het niet helemaal de juiste. Boeken reiken die woorden aan. En volwassenen kunnen die boeken aanreiken aan kinderen.
Ik kan tips geven, maar er zijn mensen die daar beter toe bevoegd zijn: de mensen achter kinderboekenwebsites, toegewijde bibliotheekmedewerkers en boekhandelaren. Ik hoop dat ze overstelpt worden met vragen naar boeken over de dood, en voor mijn part ook met vragen naar boeken over hoe je dode lentebloemen weer tot leven wekt, want daarover was de jongste van vijf deze week dan weer verbolgen. ‘Wordt het dan geen lente?’ vroeg hij toen hij de krokusjes nu al uitgeteld op het gras zag liggen, nog vóór het gele knutselseizoen zelfs maar was begonnen.
Verschenen in De Standaard van 17 maart 2012 (met een prachtige illustratie van Mattias De Leeuw).
Goeie reis, Jakob!
InNominaties en prijzen, Over mijn werk opfebruari 22, 2012 op2:56 pm
‘De bovenkamer van Jakob’ is een van de vier Vlaamse White Ravens 2012. Die Witte Raven zijn een selectie van boeken die op de kinderboekenbeurs in Bologna worden voorgesteld aan een internationaal boekenpubliek, en daarna meereizen over de hele wereld in de vorm van een tentoonstelling.
Proficiat aan alle andere Nederlandstalige auteurs en illustratoren die geselecteerd zijn: hier vind je de hele lijst.
Ik wou dat ik kon meereizen met mijn Jakob, maar hij moet het alleen doen. Ik houd hier krokusvakantie: ik aanhoor verhaaltjes over een dwerg met harige voeten die wil trouwen met een bloempot, ik laat me inmaken bij het tafelvoetballen en ik droom ‘s nachts over zeven zonen in plaats van drie. Ik heb amper de tijd om te jubelen, maar ik spaar het op, tot het huis hier weer leegloopt.
Gelukwensen
InOver mijn werk opfebruari 6, 2012 op8:51 pm
Nu zijn er al maar elf maanden van het jaar 2012 meer over, en ik heb hier nog niet eens mijn nieuwjaarswensen geuit. Dat komt omdat ik me nooit voor de volle honderd procent bewustgeworden ben van het jaar 2011. Ik heb elke keer als ik dat getal moest schrijven getwijfeld: 2011? Het zei me niets. En met 2012 zal het niet anders zijn, dat is nu al duidelijk. Het leven gaat sneller als je ouder wordt: ik begin te begrijpen wat daarmee bedoeld wordt, ik kan zelfs de jaartallen niet bijhouden, laat staan de maanden, of de dagen. Eén voordeel heeft dat wel voor later: het vooruitzicht op één lange dag, in een willekeurig jaar. Een dag waarop ik zal schrijven voor een kind van acht of een van achtentachtig, voor mezelf vooral, een zondagskind op jaren. Tijdens die eindeloze dag zal ik kijken met mijn handen, of horen met mijn ogen; als ik maar mag blijven proeven met mijn tong. Ik zal mijn ene gebreide sok als een oude vrouw tot halverwege de kuit optrekken, en de andere koket oprollen als een meisje. Zo’n dag wordt het, later, een dag waarin veel kan: niet op maar naast de bank in het park gaan zitten bijvoorbeeld, zoals ik vandaag een oude man zag doen, los in de sneeuw, met de hond aan zijn voeten. Maar zover is het nog niet, eerst moet ik nog verder het geluk opstapelen, in maanden, in jaren, in tijdperken van mijn bestaan. En zolang ik dat geluk krijg en niet plots door het ijs zak of door de dampkap word opgezogen, moet ik het ook delen. Vandaar, dan toch nog: een heel gelukkig nieuwjaar! 2012, ja.



